Taaltoets PABO
Inhoud
Hoofdletters............................................................................................................................................2
Meervouden...........................................................................................................................................3
Tussen -s.................................................................................................................................................4
Tussen -n.................................................................................................................................................4
Verkleinwoorden....................................................................................................................................4
Aan elkaar of los?...................................................................................................................................4
Liggend streepje.....................................................................................................................................5
Trema.....................................................................................................................................................6
Apostrof..................................................................................................................................................6
Sommige(n)............................................................................................................................................6
, Hoofdletters
Wanneer schrijf je een woord met een hoofdletter?
Aan het begin van een zin
^Begint de zin met een apostrof, dan de eerst volgende letter met een hoofdletter
^Begint de zin met een getal/symbool, dan gebruiken we geen hoofdletter
Bij persoonsnamen/familienamen
^Bijvoorbeeld: Herman van Veen
^Staat er geen naam voor dan schrijf je van ook met een hoofdletter. (Van Veen)
Namen van verenigingen, instellingen, bedrijven en diensten
^Vitesse, Rode Kruis, Wolters-Noordhoff
Namen van merken (Coca-Cola)
Aardrijkskundige namen (Noord-Brabant)
Historische gebeurtenissen (de Tweede Wereldoorlog)
Straten (Boschstraat)
Hemellichamen (Pluto/de Grote Beer)
Gebouwen (Rijksmuseum)
Feestdagen (Kerstmis/Pasen)
Titels van boeken en films
Volkeren (Arabier/Eskimo)
Uitzonderingen:
Namen van maanden, dagen, windstreken en jaargetijden (maandag, maart, zomer)
Tijdperken (middeleeuwen, romantiek)
Namen van afgeleide woorden (luthers)
Inhoud
Hoofdletters............................................................................................................................................2
Meervouden...........................................................................................................................................3
Tussen -s.................................................................................................................................................4
Tussen -n.................................................................................................................................................4
Verkleinwoorden....................................................................................................................................4
Aan elkaar of los?...................................................................................................................................4
Liggend streepje.....................................................................................................................................5
Trema.....................................................................................................................................................6
Apostrof..................................................................................................................................................6
Sommige(n)............................................................................................................................................6
, Hoofdletters
Wanneer schrijf je een woord met een hoofdletter?
Aan het begin van een zin
^Begint de zin met een apostrof, dan de eerst volgende letter met een hoofdletter
^Begint de zin met een getal/symbool, dan gebruiken we geen hoofdletter
Bij persoonsnamen/familienamen
^Bijvoorbeeld: Herman van Veen
^Staat er geen naam voor dan schrijf je van ook met een hoofdletter. (Van Veen)
Namen van verenigingen, instellingen, bedrijven en diensten
^Vitesse, Rode Kruis, Wolters-Noordhoff
Namen van merken (Coca-Cola)
Aardrijkskundige namen (Noord-Brabant)
Historische gebeurtenissen (de Tweede Wereldoorlog)
Straten (Boschstraat)
Hemellichamen (Pluto/de Grote Beer)
Gebouwen (Rijksmuseum)
Feestdagen (Kerstmis/Pasen)
Titels van boeken en films
Volkeren (Arabier/Eskimo)
Uitzonderingen:
Namen van maanden, dagen, windstreken en jaargetijden (maandag, maart, zomer)
Tijdperken (middeleeuwen, romantiek)
Namen van afgeleide woorden (luthers)