PSYCHODIAGNOSTIEK
TAAK 1: TEST UW GEHEUGEN
Leerdoelen:
1) Wat is de klassieke testtheorie?
2) Hoe meet je betrouwbaarheid?
3) Wat is betrouwbaarheid?
4) Betrouwbaarheid op individueel niveau (dus bij 1 persoon gemeten)
5) Vragen in de taak zelf kunnen beantwoorden
FORMULES MOET JE NIET KUNNEN GEBRUIKEN, GEWOON SNAPPEN! VOORAL KAPLAN IS BELANGRIJK,
EVERS MOET JE GEWOON WETEN WAT COTAN IS EN WAT HET ONGEVEER DOET.
Kaplan (boek) – H4: Reliability
Error (meetfouten) zegt dat er bij elke meting wel een fout gemaakt wordt. Een test is betrouwbaar als je
die fouten niet hebt.
Basics of test score theory
Klassieke test score theorie (CCT) = zegt dat iedere persoon een
ware score heeft (T); deze score gaat ervan uit dat een persoon geen
fouten gemaakt heeft. De betrouwbaarheid is hoger als de error 0 is.
Als er een verschil is tussen de ware score en de gemeten score komt
dit door meetfouten. X = T + E (geobserveerde score = ware score +
meetfouten). Het verschil tussen de score die je krijgt en de score die
je echt wil weten is de meetfout (X – T = E).
Assumpties:
1) Meetfouten zijn random, gebeurt dus niet altijd op dezelfde manier. De verdeling van random fouten
is in een klokvorm. Het midden ervan is de ware score en de verdeling errond is de verdeling van
fouten. Je kan de ware score dus schatten door het gemiddelde te vinden van de observaties na
herhaling.
2) De ware score van een persoon blijft constant, verandert niet bij herhalingen. Een verandering
(variantie) komt door een meetfout. De verdeling in de figuur hierboven komt dus door fouten.
3) De verdeling van fouten is hetzelfde voor elke persoon. Gebruikt de standard error of
measurement (SEM) om de SD van fouten te meten. SEM zegt hoeveel een score gemiddeld afwijkt
van de ware score.
In de verdeling hierboven zie je dat de meeste scores dichtbij de ware score zullen liggen, dus scores die
heel erg afwijken gebeuren minder, dus hele lage scores en hele hoge scores komen minder voor, het zijn
voor de gemiddelden die je vaak ziet (klokvorm). Het gemiddelde van alles scores in de verdeling is dan
ook de schatting van de ware score.
Domain sampling model (DSM)
Gebruikt een beperkt aantal items om zo een groter en complexer idee voor te stellen. Een domein is
hier een grote collectie van items, daar nemen ze dus een sample van. Voorbeeld: als ze je willen testen
op spelling gaan ze je niet ieder woord in het woordenboek laten spellen want dat duurt veel te lang, ze
gaan net een steekproef/sample van woorden gebruiken. Het percentage dat je dan correct hebt is je
ware score.
Betrouwbaarheid wordt hier gezien als de ratio van variantie van de geobserveerde score op de verkorte
test (sample) en de variantie van de ware score. Fouten gebeuren hier doordat je te weinig items hebt en
1
TAAK 1: TEST UW GEHEUGEN
Leerdoelen:
1) Wat is de klassieke testtheorie?
2) Hoe meet je betrouwbaarheid?
3) Wat is betrouwbaarheid?
4) Betrouwbaarheid op individueel niveau (dus bij 1 persoon gemeten)
5) Vragen in de taak zelf kunnen beantwoorden
FORMULES MOET JE NIET KUNNEN GEBRUIKEN, GEWOON SNAPPEN! VOORAL KAPLAN IS BELANGRIJK,
EVERS MOET JE GEWOON WETEN WAT COTAN IS EN WAT HET ONGEVEER DOET.
Kaplan (boek) – H4: Reliability
Error (meetfouten) zegt dat er bij elke meting wel een fout gemaakt wordt. Een test is betrouwbaar als je
die fouten niet hebt.
Basics of test score theory
Klassieke test score theorie (CCT) = zegt dat iedere persoon een
ware score heeft (T); deze score gaat ervan uit dat een persoon geen
fouten gemaakt heeft. De betrouwbaarheid is hoger als de error 0 is.
Als er een verschil is tussen de ware score en de gemeten score komt
dit door meetfouten. X = T + E (geobserveerde score = ware score +
meetfouten). Het verschil tussen de score die je krijgt en de score die
je echt wil weten is de meetfout (X – T = E).
Assumpties:
1) Meetfouten zijn random, gebeurt dus niet altijd op dezelfde manier. De verdeling van random fouten
is in een klokvorm. Het midden ervan is de ware score en de verdeling errond is de verdeling van
fouten. Je kan de ware score dus schatten door het gemiddelde te vinden van de observaties na
herhaling.
2) De ware score van een persoon blijft constant, verandert niet bij herhalingen. Een verandering
(variantie) komt door een meetfout. De verdeling in de figuur hierboven komt dus door fouten.
3) De verdeling van fouten is hetzelfde voor elke persoon. Gebruikt de standard error of
measurement (SEM) om de SD van fouten te meten. SEM zegt hoeveel een score gemiddeld afwijkt
van de ware score.
In de verdeling hierboven zie je dat de meeste scores dichtbij de ware score zullen liggen, dus scores die
heel erg afwijken gebeuren minder, dus hele lage scores en hele hoge scores komen minder voor, het zijn
voor de gemiddelden die je vaak ziet (klokvorm). Het gemiddelde van alles scores in de verdeling is dan
ook de schatting van de ware score.
Domain sampling model (DSM)
Gebruikt een beperkt aantal items om zo een groter en complexer idee voor te stellen. Een domein is
hier een grote collectie van items, daar nemen ze dus een sample van. Voorbeeld: als ze je willen testen
op spelling gaan ze je niet ieder woord in het woordenboek laten spellen want dat duurt veel te lang, ze
gaan net een steekproef/sample van woorden gebruiken. Het percentage dat je dan correct hebt is je
ware score.
Betrouwbaarheid wordt hier gezien als de ratio van variantie van de geobserveerde score op de verkorte
test (sample) en de variantie van de ware score. Fouten gebeuren hier doordat je te weinig items hebt en
1