CELLEN – WEEK 6: CELCOMMUNICATIE (Albert: Ch16, Ch17, Ch18 (609-624+639-648))
Cellen HC 20&21 – CELCOMMUNICATIE (opname)
Celsignalering
- Cellen veranderen van vorm als er niet genoeg voedingsstoffen aanwezig zijn
-> alfa- en a-cellen zenden signalen uit.
- Interactie ligand en receptor
- Mate hoe sterk/specifiek de binding is tussen receptor en ligand: affiniteit
Binding ligand aan receptor (R): aantal R en affiniteit (Kd)
- Hoeveelheid receptoren bepalen: de lijn gaat horizontaal lopen, alle receptoren zijn dan bezet. Je
kan dan de hoeveelheid receptoren aflezen. Je weet hoeveel cellen je in het schaaltje hebt gedaan,
waardoor je het aantal receptoren per cel kan bepalen.
- Affiniteit bepalen: de steilheid van de curve; de concentratie van ligand waar 50% receptoren bezet
is, is een mate voor affiniteit
Verschillende vormen en afstanden
Kd = concentratie ligand
,A: Hormonen geproduceerd in endocriene klieren zijn afgescheiden in de bloedbaan en zijn wijd
verspreid over het lichaam
B: Paracriene signalen worden vrijgegeven door cellen in extracellulair vloeistof in hun buurt en
handelen ter plaatse
C: Neuronale siganelen worden elektrisch verzonden lagns een axon. Wanneer dit elektrische signaal
de zeenuwuiteinde bereikt, veroorzaakt het een vrijgekomen neurotransmitter op de aangrenzende
doelcellen.
D: In contact-afhankelijke signalering, bindt een celgebonden signaal molecuul aan een receptoreiwit
op een aangrenzende cel.
Cellen ontvangen en verwerken veel signalen
De cel gaat dood als die geen signalen krijgt, maar bij sommige cellen lukt het wel. Sommige cellen
kunnen namelijk hun eigen signalen produceren.
Signaalmoleculen (liganden) kunnen chemisch heel verschillend zijn en dat heeft consequenties.
De tabel niet uit je hoofd kennen, zijn voorbeelden. Een aantal ervan zijn uitgbereider behandeld, dan
moet je ze wel kennenl. (geldt voor tabel 16-1 en 16-2)
, Waar zitten receptoren in de cel?
- Grote en hydrofiele signaalmoleculen binden zich aan celoppervlak receptoren, die een of meer
intracellulaire signalen generen. De signaalmoleculen zijn groot en hydrofiel.
- Sommige kleine, hydrofobe, extracellulaire signaalmoleculen passeren het plasmamembraan van de
doelcel en binden aan intracelullaire receptoren in het cytosol of in de kern.
Steroid hormone receptors: intracellular and transcription factors
Als het ligand aan het receptor bindt, is er een conformatie verandering. -> NLS komt vrij te liggen
(actief) -> ligand wordt in de cel gebracht.
Respons: Snel (sec, min) of langzaam (min, uren)
- Snel: bestaande eiwitten iets veranderd
- Langzaam: nieuwe eiwitten moeten worden
aangemaakt
Cellen HC 20&21 – CELCOMMUNICATIE (opname)
Celsignalering
- Cellen veranderen van vorm als er niet genoeg voedingsstoffen aanwezig zijn
-> alfa- en a-cellen zenden signalen uit.
- Interactie ligand en receptor
- Mate hoe sterk/specifiek de binding is tussen receptor en ligand: affiniteit
Binding ligand aan receptor (R): aantal R en affiniteit (Kd)
- Hoeveelheid receptoren bepalen: de lijn gaat horizontaal lopen, alle receptoren zijn dan bezet. Je
kan dan de hoeveelheid receptoren aflezen. Je weet hoeveel cellen je in het schaaltje hebt gedaan,
waardoor je het aantal receptoren per cel kan bepalen.
- Affiniteit bepalen: de steilheid van de curve; de concentratie van ligand waar 50% receptoren bezet
is, is een mate voor affiniteit
Verschillende vormen en afstanden
Kd = concentratie ligand
,A: Hormonen geproduceerd in endocriene klieren zijn afgescheiden in de bloedbaan en zijn wijd
verspreid over het lichaam
B: Paracriene signalen worden vrijgegeven door cellen in extracellulair vloeistof in hun buurt en
handelen ter plaatse
C: Neuronale siganelen worden elektrisch verzonden lagns een axon. Wanneer dit elektrische signaal
de zeenuwuiteinde bereikt, veroorzaakt het een vrijgekomen neurotransmitter op de aangrenzende
doelcellen.
D: In contact-afhankelijke signalering, bindt een celgebonden signaal molecuul aan een receptoreiwit
op een aangrenzende cel.
Cellen ontvangen en verwerken veel signalen
De cel gaat dood als die geen signalen krijgt, maar bij sommige cellen lukt het wel. Sommige cellen
kunnen namelijk hun eigen signalen produceren.
Signaalmoleculen (liganden) kunnen chemisch heel verschillend zijn en dat heeft consequenties.
De tabel niet uit je hoofd kennen, zijn voorbeelden. Een aantal ervan zijn uitgbereider behandeld, dan
moet je ze wel kennenl. (geldt voor tabel 16-1 en 16-2)
, Waar zitten receptoren in de cel?
- Grote en hydrofiele signaalmoleculen binden zich aan celoppervlak receptoren, die een of meer
intracellulaire signalen generen. De signaalmoleculen zijn groot en hydrofiel.
- Sommige kleine, hydrofobe, extracellulaire signaalmoleculen passeren het plasmamembraan van de
doelcel en binden aan intracelullaire receptoren in het cytosol of in de kern.
Steroid hormone receptors: intracellular and transcription factors
Als het ligand aan het receptor bindt, is er een conformatie verandering. -> NLS komt vrij te liggen
(actief) -> ligand wordt in de cel gebracht.
Respons: Snel (sec, min) of langzaam (min, uren)
- Snel: bestaande eiwitten iets veranderd
- Langzaam: nieuwe eiwitten moeten worden
aangemaakt