HAS Green Academy
Bloktoets 1 Jaar
1
Samenvatting
Romy van Soest
, Taak 1
Ecosysteem
Een verzameling van levensgemeenschappen van planten, dieren en
micro-organismen kan een geheel vormen dat voortdurend in beweging is.
In deze wisselwerking speelt bovendien ook de abiotiek een belangrijke
rol.
Terrestrisch betekent aan land gebonden. Een bos is een terrestrisch
ecosysteem in tegenstelling tot een poel wat een aquatisch ecosysteem is.
Deze termen kunnen ook worden gebruikt in verband met soorten, de
terrestrische fase van een kikker is de periode van het jaar dat hij op het
land verblijft.
Veel aquatische biomen zijn fysiek en chemisch verticaal en horizontaal
gestratificeerd.
Bodemsoorten
Grond
Het biologisch actieve, poreuze medium dat zich ontwikkeld heeft in de
bovenste laag van de aardkorst. Grond is een reservoir van water en
voedingsstoffen, medium voor filtratie en afbraak van afval, een
deelnemer In de wereldwijde kringloop van elementen en de basis van
alles. Grond deeltjes verdelen we in 4 klassen: grind, zand, silt en lutum.
Porie grootte bepaalt bewortelings mogelijkheden. Verschillende planten
hebben verschillende wortel diameters: wortelharen kunnen in kleinere
ruimtes “kruipen”
Organische stof in de bodem:
Afbraak plantenmateriaal door bodemorganismen
Vermengt met minerale delen van de bodem
Bindt voeding en water
Humus, moder, mull: verdere afbraak
, Bodem
Bodem is de naam voor bovenste deel van de aardkorst die de door
planten beworteld is, of waarin zich bodemvormende processen afspelen.
Vaak gelaagd geheel bestaande uit verschillende afgezette materialen
(grond soorten). De lagen worden horizonten genoemd.
O-horizont, ophoping van organische stof,
A-horizont, zowel minerale delen als organische stof,
E-horizont waaruit klei, ijzer, aluminium of
organische stof uitspoelt
B-horizont, waarin verandering van het
bodemmateriaal of inspoeling optreedt
C-horizont, bestaat uit het moedermateriaal van vóór
de bodemvorming. De C-horizont is weinig of niet
veranderd door bodemvorming.
R Een laag van hard gesteente.
Eerdbodem
Er is een minerale eerdlaag en binnen 40 cm geen vast kalkgesteente.
Ook gronden met een moerige bovengrond of tussenlaag die geen
duidelijke podzol B horizont hebben zijn eerdgronden. Een eerdgrond
ontstaat door een ophoging van organische stof, zonder dat dit veen is
geworden. De ophoging kan een gevolg zijn van natuurlijke ophoging of
door de mens veroorzaakt door bemesting.
Veenbodem
Gronden die tussen 0 en 80 cm diep voor de helft of meer uit moerig
materiaal bestaan. Er zijn twee soorten veenbodems:
Laag veenbodems vormen zich op plekken waar grondwater tot aan
de oppervlakte doordringt.
Hoogveen bodem zijn fijner van structuur. Ze zijn gevormd uit resten
van slechts één plantensoort: sphagnum oftewel veenmos.
Vaagbodem
Je spreekt van een vaagbodem als bodemvormende processen nog geen
of slechts weinig invloed hebben gehad op je desbetreffende afzetting.
Omdat er nog weinig is gebeurd, zijn er geen veranderingen te zien in de
samenstelling en structuur van het moedermateriaal. Elke bodem begint
zijn leven als een vaagbodem, maar het is geen eindstadium. Onder
invloed van begroeiing kan maagdelijk zandgrond zich door ontwikkelen
tot een podzolbodem.
Podzolbodem
Deze bodem ontwikkelt zijn opvallende gelaagdheid doordat mineralen
met regenwater uit de bovenste lage wegspoelen een dieper in de bodem
Bloktoets 1 Jaar
1
Samenvatting
Romy van Soest
, Taak 1
Ecosysteem
Een verzameling van levensgemeenschappen van planten, dieren en
micro-organismen kan een geheel vormen dat voortdurend in beweging is.
In deze wisselwerking speelt bovendien ook de abiotiek een belangrijke
rol.
Terrestrisch betekent aan land gebonden. Een bos is een terrestrisch
ecosysteem in tegenstelling tot een poel wat een aquatisch ecosysteem is.
Deze termen kunnen ook worden gebruikt in verband met soorten, de
terrestrische fase van een kikker is de periode van het jaar dat hij op het
land verblijft.
Veel aquatische biomen zijn fysiek en chemisch verticaal en horizontaal
gestratificeerd.
Bodemsoorten
Grond
Het biologisch actieve, poreuze medium dat zich ontwikkeld heeft in de
bovenste laag van de aardkorst. Grond is een reservoir van water en
voedingsstoffen, medium voor filtratie en afbraak van afval, een
deelnemer In de wereldwijde kringloop van elementen en de basis van
alles. Grond deeltjes verdelen we in 4 klassen: grind, zand, silt en lutum.
Porie grootte bepaalt bewortelings mogelijkheden. Verschillende planten
hebben verschillende wortel diameters: wortelharen kunnen in kleinere
ruimtes “kruipen”
Organische stof in de bodem:
Afbraak plantenmateriaal door bodemorganismen
Vermengt met minerale delen van de bodem
Bindt voeding en water
Humus, moder, mull: verdere afbraak
, Bodem
Bodem is de naam voor bovenste deel van de aardkorst die de door
planten beworteld is, of waarin zich bodemvormende processen afspelen.
Vaak gelaagd geheel bestaande uit verschillende afgezette materialen
(grond soorten). De lagen worden horizonten genoemd.
O-horizont, ophoping van organische stof,
A-horizont, zowel minerale delen als organische stof,
E-horizont waaruit klei, ijzer, aluminium of
organische stof uitspoelt
B-horizont, waarin verandering van het
bodemmateriaal of inspoeling optreedt
C-horizont, bestaat uit het moedermateriaal van vóór
de bodemvorming. De C-horizont is weinig of niet
veranderd door bodemvorming.
R Een laag van hard gesteente.
Eerdbodem
Er is een minerale eerdlaag en binnen 40 cm geen vast kalkgesteente.
Ook gronden met een moerige bovengrond of tussenlaag die geen
duidelijke podzol B horizont hebben zijn eerdgronden. Een eerdgrond
ontstaat door een ophoging van organische stof, zonder dat dit veen is
geworden. De ophoging kan een gevolg zijn van natuurlijke ophoging of
door de mens veroorzaakt door bemesting.
Veenbodem
Gronden die tussen 0 en 80 cm diep voor de helft of meer uit moerig
materiaal bestaan. Er zijn twee soorten veenbodems:
Laag veenbodems vormen zich op plekken waar grondwater tot aan
de oppervlakte doordringt.
Hoogveen bodem zijn fijner van structuur. Ze zijn gevormd uit resten
van slechts één plantensoort: sphagnum oftewel veenmos.
Vaagbodem
Je spreekt van een vaagbodem als bodemvormende processen nog geen
of slechts weinig invloed hebben gehad op je desbetreffende afzetting.
Omdat er nog weinig is gebeurd, zijn er geen veranderingen te zien in de
samenstelling en structuur van het moedermateriaal. Elke bodem begint
zijn leven als een vaagbodem, maar het is geen eindstadium. Onder
invloed van begroeiing kan maagdelijk zandgrond zich door ontwikkelen
tot een podzolbodem.
Podzolbodem
Deze bodem ontwikkelt zijn opvallende gelaagdheid doordat mineralen
met regenwater uit de bovenste lage wegspoelen een dieper in de bodem