5.1 De evolutietheorie
Evolutie: ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en verdwijnen.
Generatio spontanea: het ontstaan van levende wezens uit levenloze materie.
Neodarwinistische evolutietheorie of neodarwinisme: gaat uit van genetische variatie
(verscheidenheid in genotypen), natuurlijke selectie (survival of the fittest) en soortvorming door
reproductieve isolatie.
- Survival of the fittest: alleen de best aangepaste organismen overleven.
- Natuurlijke selectie is mogelijk doordat de organismen van een populatie als gevolg van
recombinatie en mutaties een grote genetische variatie of verscheidenheid in genotypen
hebben.
- Reproductieve isolatie: bij deze vorm van isolatie vindt gedurende lange tijd geen
voortplanting plaats tussen twee populaties door een scheiding (bijv een eiland).
Creationisme: theorie die uitgaat van de schepping.
-Intelligent design: gaat ervan uit dat de evolutie bestaat, maar gaat er van uit dat de ontwikkeling
van leven niet door toeval alleen verklaard kan worden, maar ook door de aanname dat er een
intelligent wezen bij betrokken is.
Jean de Lamarck was een van de eerste die een theorie opstelde over de evolutie. Hij geloofde in
geleidelijke verandering van soorten. Hij beweerde dat giraffen een steeds langere nek kregen omdat
ze die steeds moesten uitsteken voor de bladeren aan de bomen. Deze theorie klopt niet omdat aan
het leven verkregen eigenschappen niet aan de nakomelingen worden doorgegeven.
Natuurlijke selectie
Mutant: een organisme met een bepaalde mutatie die in het fenotype tot uitdrukking komt.
- Individuen (mutanten) met een betere adaptie aan het milieu hebben een grotere
overlevingskans.
- Selectiedruk: invloed van milieufactoren, waardoor genfrequenties veranderen. Is de
selectiedruk laag dan blijven veel verschillende varianten in leven. Is die hoog, dan overleven
alleen de best aangepaste. (bijv. er de blaadjes hangen alleen hoog in de boom giraffen
met de langste nek overleven).
- Fitness: van individuen met een gunstig genotypen zullen meer nakomelingen in leven blijven
en zich in de volgende generaties voorplanten dan van individuen met een minder gunstig
genotypen.
- Soorten evolueren (veranderingen) als door natuurlijke selectie de mutanten blijven
voortbestaan en individuen van de oorspronkelijke vorm uitsterven.
Door een grote genetische variatie heeft een soort een grote overlevingskans.
5.2 Evolutie van de mens
De mens behoort tot een grote groep dieren, de primaten, die worden beschouwd als de hoogst
ontwikkelde zoogdieren. Tot de primaten behoren: de mens, de mensapen, de apen en de halfapen.
Tot de mensapen behoren reken we: de orang-oetan, de gorilla en de chimpansee. Men heeft veel
inzicht in de ontwikkeling van de primaten verkregen door fossielen (versteende overblijfselen van
organismen of afdrukken van organismen in gesteenten) te besturen.
Verschillende apen
- Hominadea ( australopithecus africanus) 2,4-3 miljoen jaar geleden
- Hominadea ( australopithecus afarensis) 3,2 miljoen jaar geleden
- Homo erectus 1,8-0,4 miljoen jaar geleden
- Homo sapiens (de mens) 100.000 jaar geleden verspreid
Waaruit blijkt dat de apen rechtop liepen ( met een bipede gang):
- De boogvorm van hun voetzool
- De grootte van hun tenen
- Eerst de hiel neerzetten en als laatste de tenen
Van aap naar mens
- Bipede gang
- De hersenen werden groter
- De kiezen werden kleiner
Evolutie: ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en verdwijnen.
Generatio spontanea: het ontstaan van levende wezens uit levenloze materie.
Neodarwinistische evolutietheorie of neodarwinisme: gaat uit van genetische variatie
(verscheidenheid in genotypen), natuurlijke selectie (survival of the fittest) en soortvorming door
reproductieve isolatie.
- Survival of the fittest: alleen de best aangepaste organismen overleven.
- Natuurlijke selectie is mogelijk doordat de organismen van een populatie als gevolg van
recombinatie en mutaties een grote genetische variatie of verscheidenheid in genotypen
hebben.
- Reproductieve isolatie: bij deze vorm van isolatie vindt gedurende lange tijd geen
voortplanting plaats tussen twee populaties door een scheiding (bijv een eiland).
Creationisme: theorie die uitgaat van de schepping.
-Intelligent design: gaat ervan uit dat de evolutie bestaat, maar gaat er van uit dat de ontwikkeling
van leven niet door toeval alleen verklaard kan worden, maar ook door de aanname dat er een
intelligent wezen bij betrokken is.
Jean de Lamarck was een van de eerste die een theorie opstelde over de evolutie. Hij geloofde in
geleidelijke verandering van soorten. Hij beweerde dat giraffen een steeds langere nek kregen omdat
ze die steeds moesten uitsteken voor de bladeren aan de bomen. Deze theorie klopt niet omdat aan
het leven verkregen eigenschappen niet aan de nakomelingen worden doorgegeven.
Natuurlijke selectie
Mutant: een organisme met een bepaalde mutatie die in het fenotype tot uitdrukking komt.
- Individuen (mutanten) met een betere adaptie aan het milieu hebben een grotere
overlevingskans.
- Selectiedruk: invloed van milieufactoren, waardoor genfrequenties veranderen. Is de
selectiedruk laag dan blijven veel verschillende varianten in leven. Is die hoog, dan overleven
alleen de best aangepaste. (bijv. er de blaadjes hangen alleen hoog in de boom giraffen
met de langste nek overleven).
- Fitness: van individuen met een gunstig genotypen zullen meer nakomelingen in leven blijven
en zich in de volgende generaties voorplanten dan van individuen met een minder gunstig
genotypen.
- Soorten evolueren (veranderingen) als door natuurlijke selectie de mutanten blijven
voortbestaan en individuen van de oorspronkelijke vorm uitsterven.
Door een grote genetische variatie heeft een soort een grote overlevingskans.
5.2 Evolutie van de mens
De mens behoort tot een grote groep dieren, de primaten, die worden beschouwd als de hoogst
ontwikkelde zoogdieren. Tot de primaten behoren: de mens, de mensapen, de apen en de halfapen.
Tot de mensapen behoren reken we: de orang-oetan, de gorilla en de chimpansee. Men heeft veel
inzicht in de ontwikkeling van de primaten verkregen door fossielen (versteende overblijfselen van
organismen of afdrukken van organismen in gesteenten) te besturen.
Verschillende apen
- Hominadea ( australopithecus africanus) 2,4-3 miljoen jaar geleden
- Hominadea ( australopithecus afarensis) 3,2 miljoen jaar geleden
- Homo erectus 1,8-0,4 miljoen jaar geleden
- Homo sapiens (de mens) 100.000 jaar geleden verspreid
Waaruit blijkt dat de apen rechtop liepen ( met een bipede gang):
- De boogvorm van hun voetzool
- De grootte van hun tenen
- Eerst de hiel neerzetten en als laatste de tenen
Van aap naar mens
- Bipede gang
- De hersenen werden groter
- De kiezen werden kleiner