Rechtsfilosofie B
Hoorcollege 5: Representatie als afbeelding
De veronderstelde standaard opvatting van representatie wordt door het BVerfG gehanteerd
in zijn spraakmakende Maastricht-arrest. Het probleem met Europa is dat er geen Europees
volk is en daarom kan het Europarlement geen parlement zijn in democratische zijn. We gaan
in op deze visie van representatie om te zien waar zij sterk is en waar zij zwak is.
Overzicht:
1. Samenvatting week 4
2. Inleiding
3. Wat is representatie volgens het BVerfG?
4. Waarom is deze visie sterk?
5. Waarom is deze visie zwak?
Samenvatting week 4
In welke zin is de EU een gemeenschap of unie en in welke zin is zij Europees?
Het BVerfG en de heer Koopmans verschillen sterk van mening wat betreft de status van de
EU als een ‘one of a kind’ gemeenschap. Volgens het BverfG is er geen sprake van een
Europese democratie zonder volkssoevereiniteit terwijl Koopmans zegt dat we democratie
moeten loskoppelen van volkssoevereiniteit. Volgens het BverfG kunnen we niet spreken van
een constitutie die vooraf door het volk is goedgekeurd. Volgens Koopmans ligt dat anders. Je
hebt geen besluit van het volk nodig. Die tegenstellingen leiden tot een vervelende complicatie.
Als je het BVerfG volgt, dan kom je tot de conclusie dat er geen sprake kan zijn van een
Europese rechtsorde die autonoom is. Als je Koopmans volgt, dan staat hij weerloos tegenover
de kritiek die het BVerfG heeft. In plaats van dat we kijken naar wat de tegenstellingen zijn,
kijken we naar de veronderstellingen die zij delen. Er zijn vier gedeelde veronderstellingen. De
eerste is de gedachte dat er geen sprake is van een politieke gemeenschap. Volgens het
BVerfG zou je dat moeten hebben, maar volgens Koopmans heb je dat niet nodig. Volgens
het BVerfG en Koopmans is er geen sprake van een Europees volk. Volgens het BVerfG heb
je een Europees volk nodig, maar Koopmans is van mening dat je geen volk nodig hebt voor
een democratie. De derde gedeelde veronderstelling is dat de politieke eenheid een
verdwijnpunt op de horizon is van een integratieproces waarbij de schotten tussen de lidstaten
worden weggehaald. Je krijgt dan een soort Verenigde Staten van Europa waarbij de lidstaten
deelstaten worden. De vierde veronderstelling houdt in dat integratie het ontgrenzingsproces
van het weghalen van de schotten is. Als dit is wat deze twee tegenovergestelde posities
delen, dan kunnen we volgens de filosofie zeggen dat het probleem zit op het terrein van de
gedeelde veronderstellingen. Om te laten zien dat deze gedeelde veronderstellingen niet
alleen speelden bij Koopmans en het BverfG, hebben we gekeken naar de discussie tussen
Fischer en Weiler. Hieruit blijkt dat de gedeelde opvattingen nog steeds gelden.
De hypothese van Lindahl is dat alle problemen terug te voeren zijn naar de vraag van politieke
representatie. Het BVerfG zegt dat er geen Europees volk is. Daarom kan het Europarlement
geen democratisch parlement zijn, omdat er geen Europees volk is dat gerepresenteerd kan
worden. In hoeverre zijn de problemen waar Europa mee geconfronteerd wordt problemen van
politieke representatie?
M-C tentamenvraag
In zijn kritiek op Fischer stelt Joseph Weller het volgende:
‘Europe’s constitutional architecture has never been validated by a process of constitutional
adoption by a European constitutional demos (…)’
Hoorcollege 5: Representatie als afbeelding
De veronderstelde standaard opvatting van representatie wordt door het BVerfG gehanteerd
in zijn spraakmakende Maastricht-arrest. Het probleem met Europa is dat er geen Europees
volk is en daarom kan het Europarlement geen parlement zijn in democratische zijn. We gaan
in op deze visie van representatie om te zien waar zij sterk is en waar zij zwak is.
Overzicht:
1. Samenvatting week 4
2. Inleiding
3. Wat is representatie volgens het BVerfG?
4. Waarom is deze visie sterk?
5. Waarom is deze visie zwak?
Samenvatting week 4
In welke zin is de EU een gemeenschap of unie en in welke zin is zij Europees?
Het BVerfG en de heer Koopmans verschillen sterk van mening wat betreft de status van de
EU als een ‘one of a kind’ gemeenschap. Volgens het BverfG is er geen sprake van een
Europese democratie zonder volkssoevereiniteit terwijl Koopmans zegt dat we democratie
moeten loskoppelen van volkssoevereiniteit. Volgens het BverfG kunnen we niet spreken van
een constitutie die vooraf door het volk is goedgekeurd. Volgens Koopmans ligt dat anders. Je
hebt geen besluit van het volk nodig. Die tegenstellingen leiden tot een vervelende complicatie.
Als je het BVerfG volgt, dan kom je tot de conclusie dat er geen sprake kan zijn van een
Europese rechtsorde die autonoom is. Als je Koopmans volgt, dan staat hij weerloos tegenover
de kritiek die het BVerfG heeft. In plaats van dat we kijken naar wat de tegenstellingen zijn,
kijken we naar de veronderstellingen die zij delen. Er zijn vier gedeelde veronderstellingen. De
eerste is de gedachte dat er geen sprake is van een politieke gemeenschap. Volgens het
BVerfG zou je dat moeten hebben, maar volgens Koopmans heb je dat niet nodig. Volgens
het BVerfG en Koopmans is er geen sprake van een Europees volk. Volgens het BVerfG heb
je een Europees volk nodig, maar Koopmans is van mening dat je geen volk nodig hebt voor
een democratie. De derde gedeelde veronderstelling is dat de politieke eenheid een
verdwijnpunt op de horizon is van een integratieproces waarbij de schotten tussen de lidstaten
worden weggehaald. Je krijgt dan een soort Verenigde Staten van Europa waarbij de lidstaten
deelstaten worden. De vierde veronderstelling houdt in dat integratie het ontgrenzingsproces
van het weghalen van de schotten is. Als dit is wat deze twee tegenovergestelde posities
delen, dan kunnen we volgens de filosofie zeggen dat het probleem zit op het terrein van de
gedeelde veronderstellingen. Om te laten zien dat deze gedeelde veronderstellingen niet
alleen speelden bij Koopmans en het BverfG, hebben we gekeken naar de discussie tussen
Fischer en Weiler. Hieruit blijkt dat de gedeelde opvattingen nog steeds gelden.
De hypothese van Lindahl is dat alle problemen terug te voeren zijn naar de vraag van politieke
representatie. Het BVerfG zegt dat er geen Europees volk is. Daarom kan het Europarlement
geen democratisch parlement zijn, omdat er geen Europees volk is dat gerepresenteerd kan
worden. In hoeverre zijn de problemen waar Europa mee geconfronteerd wordt problemen van
politieke representatie?
M-C tentamenvraag
In zijn kritiek op Fischer stelt Joseph Weller het volgende:
‘Europe’s constitutional architecture has never been validated by a process of constitutional
adoption by a European constitutional demos (…)’