Multiple choice vragen:
1. Welk(e) sympto(o)m(en) passen niet bij volwassen patiënten met groeihormoon deficiëntie (GHD):
a. Moeheid
b. Intra-abdominale vetafzetting
c. Osteoporose
d. Uiterlijke veranderingen in het gelaat
2. Wat is geen oorzaak van hyperprolactinemie:
a. Medicatie, zoals bepaalde psychofarmaca en oestrogenen
b. Hyperthyreoïdie
c. Compressie van hypofysesteel
3. Geef aan van onderstaande stellingen over primair en secundair hypogonadisme bij de man aan
of deze juist of onjuist zijn:
I Bij zowel de primaire als de secundaire vorm is er sprake van een verlaagd
testosterongehalte in het bloed.
II Bij de primaire vorm vinden we een verlaagd LH en FSH, bij de secundaire vorm is de
spiegel van LH en FSH verhoogd.
a. I juist, II onjuist
b. I onjuist, II juist
c. Beide juist
d. Beide onjuist
4. Als we cortison geven aan een patiënt dan:
a. versterken we de negatieve feedback op de hypofysaire ACTH-afgifte
b. bevorderen we de hypofysaire ACTH-afgifte
c. gebeurt er niets met de ACTH-afgifte omdat deze uitsluitend door endogeen cortisol worden
beïnvloed
5. Bij een centrale diabetes insipidus
a. Vindt men gewoonlijk urine met een lage osmolaliteit
b. Vindt men gewoonlijk een verlaagd of laag-normaal natrium in het serum
c. Is er een verminderde gevoeligheid van de nieren voor ADH
6. Eén van uw patiënten komt op het spreekuur met klachten welke zouden kunnen passen bij een
verhoogde concentratie van schildklierhormoon. U laat bloedonderzoek doen, waarbij u een
verlaagd TSH vindt en een verhoogd T4. Welke diagnose hoort niet in uw differentiaaldiagnose
thuis?
a. Toxisch adenoom van de schildklier
b. Beginfase van thyreoïditis
c. Eindfase van thyreoïditis
1