Financieel management
Blok 1 – Minor Eventmanagement Tentamen: FMVB14EVM7FIM
Inhoudsopgave
Begrippenlijst 2
Investeringsbegroting 4
Financieringsbegroting 5
Openingsbalans 5
Samenstelling v/d balans 6
Projectbegroting 7
Exploitatiebegroting 7
Liquiditeitsbegroting 8
Financiële oriëntaties 9
Standaard posten evenementenbegroting 9
1000 Locatiekosten 9
2000 Primaire activiteiten 9
3000 Secundaire activiteiten 9
4000 Ontwerp, advies en ondersteuning 9
5000 Bijkomende kosten 9
6000 Ondersteunende faciliteiten 9
7000 Promotie, publiciteit en PR 10
8000 Organisatiekosten en onvoorzien 10
9000 Opbrengsten 10
Overige inkomsten 10
1
,Begrippenlijst
Break-even Punt waarop geen winst en geen verlies gemaakt wordt.
FORMULE: constante kosten : opbrengsten per bezoeker –
variabele kosten per bezoeker = break-even
Cashflow Stroom van ontvangsten en uitgaven gedurende een
bepaalde periode. Bestaat uit de hoeveelheid geld die
uit de exploitatie vrijkomt voor het doen van
investeringen en/of aflossingen van leningen.
Ook wel: Nettowinst + Afschrijvingen
Liquiditeit Mate waarin een organisatie op korte termijn aan de
betalingsverplichting kan voldoen.
Liquiditeitsbegroting Begroting van alle inkomsten en uitgaven op maandbasis
met als doel het vaststellen van de liquiditeitsbehoefte.
Liquiditeitsbehoefte Cashflow
Balansprognose Prognose van de toekomstige balansen op basis van de
investerings- en exploitatiebegroting en het
financieringsplan.
Investering Overzicht van alle activa die nodig zijn om een
project/evenement uit te kunnen voeren en waarbij de
kosten over meerdere jaren worden afgeschreven.
Begroting Totaaloverzicht van de verwachte financiële gevolgen.
Budget Geld waarmee je activiteiten of zaken moet regelen. Een
budget is altijd taakstellend.
Budgetteren Proces waarbij men de financiële consequenties van de
lange termijn planning met betrekking tot komend jaar of
kortere periode weergeeft.
Vast budget Wanneer men geen of nauwelijks invloed kan uitoefenen
op de te verrichten prestaties, of wanneer de prestaties
nauwelijks meetbaar zijn.
Variabel budget Is afhankelijk van de activiteitenomvang en kan dus pas
achteraf vastgesteld worden.
FORMULE: Budget = prestatie-eenheid x tarief per eenheid
Zero-base budget Ervaringsgegevens en budgetten van vorige jaren zijn
GEEN basis voor het budget, het budget begint elk jaar
weer vanuit het nulpunt.
Investeringsbegroting Begroting van alle benodigde duurzame bedrijfsmiddelen,
voorzien van datum van aanschaf.
Financieringsplan Begroting van de wijze van financieren van de benodigde
investeringen.
Exploitatiebegroting Begroting van omzet, kosten en nettowinst.
Constante kosten Kosten zijn onafhankelijk van het aantal daadwerkelijke
2
, gasten.
Variabele kosten Kosten zijn afhankelijk van het aantal daadwerkelijke
gasten.
Terugverdientijd Periode waarna het investeringsbedrag is terugverdiend.
Netto contante waarde Deze ontstaat door de constante kosten af te trekken van
de constante opbrengsten.
ROI Jaarlijkse winst gedeeld door het geïnvesteerde kapitaal.
Kapitaal Geldsom
Rentabiliteit Winst die je maakt met de investering.
Eigen vermogen Het geld dat je zelf in de onderneming/organisatie steekt.
is eigenlijk een schuld van het bedrijf aan de eigenaar
van het bedrijf.
Vreemd vermogen Het geld dat je van anderen leent. Dit kan van de bank zijn
maar ook van bijvoorbeeld familie.
Crediteur Een bedrijf/persoon of instelling aan wie met een betaling
verschuldigd is.
Debiteur Een klant die nog een bedrag aan jou verschuldigd is.
Nettowinst Dit is het geld dat overblijft nadat alle kosten van een
project/event zijn betaald.
FORMULE: brutowinst – de bedrijfskosten = nettowinst
Winstmarge Verhouding tussen de omzet en de winst, het percentage
van de omzet dat overblijft als winst voor de
onderneming.
Vermogenskostenvoet
Aanschafwaarde De waarde van een investering in het bedrijf op het
moment dat het werd gekocht. bijvoorbeeld een
bedrijfsauto.
Restwaarde De waarde van een investering in het bedrijf die over blijft
aan het einde van de levensduur.
Omzet Dit is het totaalbedrag van de verkopen van een
bedrijf/organisatie.
FORMULE: prijs x afzet = omzet
Benchmark Dit is een vergelijkend onderzoek waarbij de prestaties
van organisaties, producten, diensten of programma’s op
identieke wijze worden onderzocht en met elkaar worden
vergeleken.
Rente(kosten) Dit is een bepaald percentage wat genomen wordt van
het geleende bedrag. De rente moet worden betaald
naast het geleende bedrag en naast de aflossing van de
lening. Dit zorgt er voor dat er meer moet worden terug
betaald dan dat er daadwerkelijk geleend is.
Aflossen Terugbetaling van een geldlening.
3
, Investeringsbegroting
Een investeringsbegroting is een overzicht met daarin alles waarin men wil investeren. Dat
betekend dat staat beschreven welke zaken worden aangeschaft die een langere periode
mee gaan. (EEN OPSOMMING VAN DE TE MAKEN UITGAVEN)
LANGER DAN 1 JAAR! VASTE ACTIVA
Dit zijn dingen zoals;
Gebouwen
Machines
De grond (waar bijv. op gebouwd moet worden)
Meubilair
Auto’s
Verder wordt er ook geïnvesteerd in zaken die maar tijdelijk zijn. Dit zal dus voor een korte
periode binnen een bedrijf zijn omdat deze bijvoorbeeld verkocht worden of snel op gaan
door gebruik binnen het bedrijf. Deze zaken gaan maar één jaar of één seizoen mee.
KORTER DAN 1 JAAR! VLOTTENDE ACTIVA
Dit zijn dingen zoals;
Voorraad
Tenslotte wordt het geld waarmee je direct kan betalen ook opgenomen in de
investeringsbegroting. Dit worden ook wel de liquide middelen genoemd. Dit is al het geld in
je kas en op je bank (betaalrekening) staat. De liquide middelen staan vaak apart benoemd
op de investeringsbegroting maar kunnen ook onder vlottende activa geplaatst worden.
4
Blok 1 – Minor Eventmanagement Tentamen: FMVB14EVM7FIM
Inhoudsopgave
Begrippenlijst 2
Investeringsbegroting 4
Financieringsbegroting 5
Openingsbalans 5
Samenstelling v/d balans 6
Projectbegroting 7
Exploitatiebegroting 7
Liquiditeitsbegroting 8
Financiële oriëntaties 9
Standaard posten evenementenbegroting 9
1000 Locatiekosten 9
2000 Primaire activiteiten 9
3000 Secundaire activiteiten 9
4000 Ontwerp, advies en ondersteuning 9
5000 Bijkomende kosten 9
6000 Ondersteunende faciliteiten 9
7000 Promotie, publiciteit en PR 10
8000 Organisatiekosten en onvoorzien 10
9000 Opbrengsten 10
Overige inkomsten 10
1
,Begrippenlijst
Break-even Punt waarop geen winst en geen verlies gemaakt wordt.
FORMULE: constante kosten : opbrengsten per bezoeker –
variabele kosten per bezoeker = break-even
Cashflow Stroom van ontvangsten en uitgaven gedurende een
bepaalde periode. Bestaat uit de hoeveelheid geld die
uit de exploitatie vrijkomt voor het doen van
investeringen en/of aflossingen van leningen.
Ook wel: Nettowinst + Afschrijvingen
Liquiditeit Mate waarin een organisatie op korte termijn aan de
betalingsverplichting kan voldoen.
Liquiditeitsbegroting Begroting van alle inkomsten en uitgaven op maandbasis
met als doel het vaststellen van de liquiditeitsbehoefte.
Liquiditeitsbehoefte Cashflow
Balansprognose Prognose van de toekomstige balansen op basis van de
investerings- en exploitatiebegroting en het
financieringsplan.
Investering Overzicht van alle activa die nodig zijn om een
project/evenement uit te kunnen voeren en waarbij de
kosten over meerdere jaren worden afgeschreven.
Begroting Totaaloverzicht van de verwachte financiële gevolgen.
Budget Geld waarmee je activiteiten of zaken moet regelen. Een
budget is altijd taakstellend.
Budgetteren Proces waarbij men de financiële consequenties van de
lange termijn planning met betrekking tot komend jaar of
kortere periode weergeeft.
Vast budget Wanneer men geen of nauwelijks invloed kan uitoefenen
op de te verrichten prestaties, of wanneer de prestaties
nauwelijks meetbaar zijn.
Variabel budget Is afhankelijk van de activiteitenomvang en kan dus pas
achteraf vastgesteld worden.
FORMULE: Budget = prestatie-eenheid x tarief per eenheid
Zero-base budget Ervaringsgegevens en budgetten van vorige jaren zijn
GEEN basis voor het budget, het budget begint elk jaar
weer vanuit het nulpunt.
Investeringsbegroting Begroting van alle benodigde duurzame bedrijfsmiddelen,
voorzien van datum van aanschaf.
Financieringsplan Begroting van de wijze van financieren van de benodigde
investeringen.
Exploitatiebegroting Begroting van omzet, kosten en nettowinst.
Constante kosten Kosten zijn onafhankelijk van het aantal daadwerkelijke
2
, gasten.
Variabele kosten Kosten zijn afhankelijk van het aantal daadwerkelijke
gasten.
Terugverdientijd Periode waarna het investeringsbedrag is terugverdiend.
Netto contante waarde Deze ontstaat door de constante kosten af te trekken van
de constante opbrengsten.
ROI Jaarlijkse winst gedeeld door het geïnvesteerde kapitaal.
Kapitaal Geldsom
Rentabiliteit Winst die je maakt met de investering.
Eigen vermogen Het geld dat je zelf in de onderneming/organisatie steekt.
is eigenlijk een schuld van het bedrijf aan de eigenaar
van het bedrijf.
Vreemd vermogen Het geld dat je van anderen leent. Dit kan van de bank zijn
maar ook van bijvoorbeeld familie.
Crediteur Een bedrijf/persoon of instelling aan wie met een betaling
verschuldigd is.
Debiteur Een klant die nog een bedrag aan jou verschuldigd is.
Nettowinst Dit is het geld dat overblijft nadat alle kosten van een
project/event zijn betaald.
FORMULE: brutowinst – de bedrijfskosten = nettowinst
Winstmarge Verhouding tussen de omzet en de winst, het percentage
van de omzet dat overblijft als winst voor de
onderneming.
Vermogenskostenvoet
Aanschafwaarde De waarde van een investering in het bedrijf op het
moment dat het werd gekocht. bijvoorbeeld een
bedrijfsauto.
Restwaarde De waarde van een investering in het bedrijf die over blijft
aan het einde van de levensduur.
Omzet Dit is het totaalbedrag van de verkopen van een
bedrijf/organisatie.
FORMULE: prijs x afzet = omzet
Benchmark Dit is een vergelijkend onderzoek waarbij de prestaties
van organisaties, producten, diensten of programma’s op
identieke wijze worden onderzocht en met elkaar worden
vergeleken.
Rente(kosten) Dit is een bepaald percentage wat genomen wordt van
het geleende bedrag. De rente moet worden betaald
naast het geleende bedrag en naast de aflossing van de
lening. Dit zorgt er voor dat er meer moet worden terug
betaald dan dat er daadwerkelijk geleend is.
Aflossen Terugbetaling van een geldlening.
3
, Investeringsbegroting
Een investeringsbegroting is een overzicht met daarin alles waarin men wil investeren. Dat
betekend dat staat beschreven welke zaken worden aangeschaft die een langere periode
mee gaan. (EEN OPSOMMING VAN DE TE MAKEN UITGAVEN)
LANGER DAN 1 JAAR! VASTE ACTIVA
Dit zijn dingen zoals;
Gebouwen
Machines
De grond (waar bijv. op gebouwd moet worden)
Meubilair
Auto’s
Verder wordt er ook geïnvesteerd in zaken die maar tijdelijk zijn. Dit zal dus voor een korte
periode binnen een bedrijf zijn omdat deze bijvoorbeeld verkocht worden of snel op gaan
door gebruik binnen het bedrijf. Deze zaken gaan maar één jaar of één seizoen mee.
KORTER DAN 1 JAAR! VLOTTENDE ACTIVA
Dit zijn dingen zoals;
Voorraad
Tenslotte wordt het geld waarmee je direct kan betalen ook opgenomen in de
investeringsbegroting. Dit worden ook wel de liquide middelen genoemd. Dit is al het geld in
je kas en op je bank (betaalrekening) staat. De liquide middelen staan vaak apart benoemd
op de investeringsbegroting maar kunnen ook onder vlottende activa geplaatst worden.
4