Samenvatting
HOOFDSTUK 1: ONTWERP
1.1 WAT IS ONTWERP?
Een ontwerper lost een probleem op van een gebruiker door iets te creëren.
Voorbeeld 1: google’s zelfrijdende auto
Het probleem is dat autorijden tijd kost die voor iets anders gebruikt kan worden. Een auto die zelf
rijdt is een oplossing voor dit probleem omdat de gebruiker hierdoor in de tussentijd iets anders
kan doen, zoals bijvoorbeeld slapen of een boek lezen.
1.2 HET ONTWERPPROCES
1. opdracht
De opdracht is het startpunt. Deze heeft de vorm van een
probleemstelling. De beginsituatie is niet goed en moet worden opdracht
omgevormd tot een gewenste situatie.
2. criteria
De oplossing van de opdracht vindt plaats binnen het kader van prototype criteria
een aantal expliciete criteria/voorwaarden. De criteria vormen het
kader waarbinnen een ontwerper het ontwerpprobleem oplost.
3. concept
Een concept is het abstracte idee achter een ontwerpoplossing.
4. model
model concept
Een model is een visualisatie van je ontwerp, die een idee geeft
van je ontwerp zonder dat het testbaar is.
5. prototype
Een prototype is een versie van je ontwerp dat door de gebruiker getest kan worden.
1.3 CONCLUSIE
Ontwerpers lossen problemen op voor gebruikers door iets te maken. ingrediënten die ze inzetten om daartoe te
komen zijn: een duidelijke probleemstelling, een lijst met criteria, een achterliggend en overkoepelend idee,
eenvoudige modellen en testbare prototypes. Door steeds te testen en terug te keren naar de tekentafel en aan
te passen, komt de ontwerper uiteindelijk tot een oplossing van het ontwerpprobleem die iets bijdraagt aan het
leven van de gebruiker.
HOOFDSTUK 2: MEDIUM
De definitie van een medium moet voldoen aan twee eisen:
1. De definitie geldt voor alle media
2. De definitie geldt enkel voor media
1
, 2.1 MEDIA VOLGENS MARSHALL MCLUHAN
McLuhan geeft de volgende definitie van ‘medium’:
“Media zijn dingen die ons helpen onze natuurlijke handelings- en waarnemingscapaciteiten te
versterken.”
McLuhan ziet media als dingen die de beperkte handelings- en waarnemingscapaciteiten van ons natuurlijke
lichaam uitbreiden. Door de tussenkomst van technische media kunnen we dingen doen en waarnemen die we
zonder medium niet kunnen. Dankzij de televisie kan ik bijvoorbeeld dingen zien die ik met het blote oog niet kan
zien.
Eis 1: de definitie geldt voor alle media
De definitie van McLuhan lijkt aan deze eis te voldoen, want ieder medium versterkt/verbeterd onze
handelings- en waarnemingsmogelijkheden.
Eis 2: de definitie geldt enkel voor media
De definitie van McLuhan voldoet niet aan deze eis. Er zijn namelijk dingen die onze natuurlijke handelings-
en waarnemingscapaciteiten uitbreiden zonder een medium te zijn. Bijv. een hamer of verrrekijker.
De definitie van McLuhan is te breed. De definitie is van toepassing op alle media, maar niet alleen op media.
2.2 MEDIA VOLGENS MERLEAU-PONTY
Merleau-Ponty geeft de volgende defintie van een ‘medium’:
“Media zijn dingen die als transparant worden ervaren.”
Volgens Merleau-ponty zijn media transparant omdat ze iets anders tonen dan zichzelf. We kijken als het ware
‘door het medium heen’. Bijv. taal is een medium, want als je iets leest, ben je niet actief bezig met de letters,
maar met hetgeen dat de letters uitdrukken (het verhaal).
Eis 1: de definitie geldt voor alle media
De defintie van Merleau-ponty voldoet aan deze eis. Ieder medium toont iets anders dan zichzelf, anders
kan het geen medium zijn.
Eis 2: de definitie geldt enkel voor media
De definitie voldoet niet aan deze eis. Sommige transparante objecten zijn geen media, zoals bijvoorbeeld
een zonnebril of een raam. We kijken door deze dingen heen, maar het zijn geen media.
De definitie van Merleau-Ponty is te breed. De definitie is van toepassing op alle media, maar niet alleen op
media.
2.3 MEDIA VOLGENS WIESLING
Volgens de Duitse filosoof zijn er twee onderscheidende factoren van een medium.
1. Via media richten we ons op immateriële objecten.
De gemedieerde inhoud van media is onvernietigbaar.
2. Via media kunnen veel mensen zich tegelijkertijd op exact hetzelfde object richten.
Media zorgen ervoor dat verschillende mensen op verschillende momenten en plaatsen zich op identiek hetzelfde
kunnen richten.
2.4 CONCLUSIE
Media zijn dingen die:
1. Onze handelings- en waarnemingscapaciteiten vergroten
2. Transparant zijn: iets anders tonen dan zichzelf
3. Iets tonen dat geen materieel object is: niet onderhevig aan fysische en chemische processen
4. Toelaten dat verschillende mensen op verschillende tijdstippen en plaatsen op identiek hetzelfde gericht
zijn.
De claim is dat deze defintitie 1. Geldt voor alle media en 2. Enkel geldt voor media.
2