Door kinderen te observeren kun je onderwijs op maat geven. Je kunt de ontwikkeling van kinderen
bijhouden door toetsen of door ze te observeren tijdens bepaalde opdrachten. Het beeld dat we van
een kind vormen, wordt beïnvloed door wat we zien, de verwachtingen die we hebben, de
invalshoek van waaruit we kijken, de sociaal-culturele achtergrond, het gevoel, de ideeën, de kennis
en onze vooroordelen. De belangrijkste valkuilen over hoe jij het kind ziet zijn:
- sociaal-culturele achtergrond
- emotionele betrokkenheid; halo effect is wanneer je een aardig persoon ook aardig beoordeelt, het
horn-effect is het tegenovergestelde.
- vooroordelen
- projectie
- stemming
- persoonlijke ervaringen
De stimulus is dat wat het gedrag uitlokt, het gevolg is de respons. Door selectieve waarneming loop
je het risico om een kind veel negatiever te zien dan het is.
Waarnemen doe je de hele dag, observeren doe je in bijzondere gevallen. Observeren is een bewuste
vorm van waarnemen die je doelgericht en planmatig aanpakt. Je kunt om verschillende redenen
observeren:
- je wilt een kind beter leren kennen en begeleiden
- je wilt een probleem onderzoeken en de achtergronden van gedrag achterhalen.
- je wilt rapporteren over een kind
- je wilt het resultaat van je eigen aanpak toetsen
Je bereidt je observatie voor aan de hand van zeven stappen:
1. Algemene gegevens
2. Aanleiding
3. Observatiedoel en vraagstelling
4. Concreet gedrag
5. Observatiecategorieën
6. Observatiemethode
7. Plaats en tijd
Bij participerende observatie neemt de observator zelf deel aan de handelingen van de persoon die
wordt geobserveerd. Bij niet-participerende observatie neemt de observator niet deel aan de
handelingen van het geobserveerde kind en kijkt alleen toe. Ook heb je ongestructureerde- en
gestructureerde observaties waarbij bij de een regels en doelen wel vast staan en bij de ander niet.
Het resgistreren van je observaties kun je op verschillende manieren doen:
- beschrijvende observatie
- observatieschema; hierbij hoef je alleen bepaalde gedragskenmerken aan te kruisen.
- coderingsschema; je werkt met letters en cijfers zodat niemand weet wat je noteert.
- beoordelingsschaal; met een cijfer geef je een score aan bepaald gedrag.
bijhouden door toetsen of door ze te observeren tijdens bepaalde opdrachten. Het beeld dat we van
een kind vormen, wordt beïnvloed door wat we zien, de verwachtingen die we hebben, de
invalshoek van waaruit we kijken, de sociaal-culturele achtergrond, het gevoel, de ideeën, de kennis
en onze vooroordelen. De belangrijkste valkuilen over hoe jij het kind ziet zijn:
- sociaal-culturele achtergrond
- emotionele betrokkenheid; halo effect is wanneer je een aardig persoon ook aardig beoordeelt, het
horn-effect is het tegenovergestelde.
- vooroordelen
- projectie
- stemming
- persoonlijke ervaringen
De stimulus is dat wat het gedrag uitlokt, het gevolg is de respons. Door selectieve waarneming loop
je het risico om een kind veel negatiever te zien dan het is.
Waarnemen doe je de hele dag, observeren doe je in bijzondere gevallen. Observeren is een bewuste
vorm van waarnemen die je doelgericht en planmatig aanpakt. Je kunt om verschillende redenen
observeren:
- je wilt een kind beter leren kennen en begeleiden
- je wilt een probleem onderzoeken en de achtergronden van gedrag achterhalen.
- je wilt rapporteren over een kind
- je wilt het resultaat van je eigen aanpak toetsen
Je bereidt je observatie voor aan de hand van zeven stappen:
1. Algemene gegevens
2. Aanleiding
3. Observatiedoel en vraagstelling
4. Concreet gedrag
5. Observatiecategorieën
6. Observatiemethode
7. Plaats en tijd
Bij participerende observatie neemt de observator zelf deel aan de handelingen van de persoon die
wordt geobserveerd. Bij niet-participerende observatie neemt de observator niet deel aan de
handelingen van het geobserveerde kind en kijkt alleen toe. Ook heb je ongestructureerde- en
gestructureerde observaties waarbij bij de een regels en doelen wel vast staan en bij de ander niet.
Het resgistreren van je observaties kun je op verschillende manieren doen:
- beschrijvende observatie
- observatieschema; hierbij hoef je alleen bepaalde gedragskenmerken aan te kruisen.
- coderingsschema; je werkt met letters en cijfers zodat niemand weet wat je noteert.
- beoordelingsschaal; met een cijfer geef je een score aan bepaald gedrag.