Paragraaf 1:
Arbeidsmotieven: redenen om te werken
- Contact met klanten en collega’s
- Je leert nieuwe dingen
- Je kunt je ontwikkelen
- Regelmaat geven aan hun leven en nuttig en zinvol bezig zijn
Geschoold werk: beroepsopleiding voor nodig (dokter, advocaat, docent)
Ongeschoold werk: geen opleiding voor nodig (vakkenvuller, vuilnisman, bezorger)
Arbeidsovereenkomst: onder teken je wanneer je gaat werken, daarin staat:
- De functie die je krijgt
- Het aantal uur dat je werkt
- Je loon
Je loon hangt af van:
- Welk werk je doet
- Hoeveel je werkt
- Je leeftijd
- Je opleiding
- Je evaring
Collectieve arbeidsovereenkomst (cao): hierin staan de gezamenlijke afspraken over de
arbeidsvoorwaarden in een bedrijfstak (bedrijfstak: bouw, industrie, onderwijs)
- De cao afspraken worden gemaakt door vakbonden en organisaties van werkgevers
- Vakbonden: komen op voor de belangen van werknemers
Brutoloon: hierin houdt je werkgever loonbelasting en sociale premies in
- Hij draagt deze af aan de overheid die daar bijvoorbeeld weer uitkeringen van betalen
Nettoloon: Het loon waar de inhoudingen al vanaf zijn gehaald
Minimumloon: het brutoloon dat je vanaf 21 jaar minimaal moet verdienen in een voltijdbaan
Minimumjeugdloon: een minimumloon voor mensen die jonger zijn dan 21 jaar
- Gelden lagere bedragen, stijgt wanneer je ouder wordt