Paragraaf 5.1 – De Renaissance (Periode 1500)
Kenmerkend aspecten:
1] Het mens- en wereldbeeld van de renaissance
2] De hernieuwde oriëntatie op de klassieke oudheid.
- Door het proces van centralisatie wilde de keizer dat de steden belasting
betaalden. In ruil voor het betalen van belasting kregen de steden hiervoor
stadsrechten. De steden werden hierdoor dus zelfstandig.
- Door de opkomende handel van steden (bv. Milaan en Florence) met het
Midden-Oosten kregen de steden een machtige bovenlaag van handelaren en
bankieren en werden rijker. Om hun rijkdom te tonen, lieten ze duren duurste
villa’s bouwen en de beste kunstenaars voor zich werken. Er ontstond een nieuw
mensbeeld, een nieuw wereldbeeld en een nieuw levensgevoel, met meer oog
voor de plezierige kanten. Hun levensmotto veranderde:
Mementori Mori (Gedenk te sterven) -> Carpe diem (Pluk de dag).
Mensbeeld: Het idee dat mensen hebben van de mens.
Wereldbeeld: Het idee dat mensen hebben van de wereld.
- Ook kwam er meer belangstelling voor de klassieke erfgoed. De Grieks-
Romeinse gebouwen werden bewonderd vanwege hun schoonheid.
Erfgoed: Wat is geërfd van eerdere generaties.
- De herleving van waarden en schoonheidsidealen van de oudheid (meer
belangstelling voor de Grieks-Romeinse cultuur) kreeg de naam renaissance
(Frans: Wedergeboorte).
- Ook ontstond het humanisme. Dit was een stroming die de nadruk legde op
menselijke waardigheid en eerlijkheid. De humanisten gingen de belangrijke
teksten zoals in de bijbel vertalen naar hun eigen taal zodat het voor iedereen
goed te begrijpen was. Hierdoor ontdekten ze dat er veel fouten zaten in de
stukken.
- Het humanisme verspreidde zich snel over Europa door de boekdrukkunst en
door onderlinge contacten. In Nederland was Erasmus uit Rotterdam een
belangrijke humanist. Ook Thomas More uit Engeland was hierbij belangrijk.