Voor 1870: nog geen HRM beleid.
1870-1945: industrialisering/ economisering
1945-1980: humanisering/ wederopbouw
1980-2000: flexibiliteit van de arbeid/ economische terugval
2000-heden:
Scientific Management - Frederick W. Taylor
Door de economisering en de industrialisering kwam er binnen deze omstandigheden een
managementvisie die zich richtte op de efficiency van arbeid. Taylor wilde maximale welvaart voor
werkgever en werknemer. Maar de manier op hoe het gedaan werd, kreeg kritiek. Zij wilden
maximale arbeidsproductiviteit. Er kwam een snellere productie, maar een groter ziekteverzuim.
Arbeiders werden niet gemotiveerd door het eentonige werk wat zij moesten uitvoeren. Het
verhogen van de loon was hierop het antwoord. Dit deed Henry Ford ook. Ford kon met behulp van
het scientific management zijn productie extreem verhogen. Zo werd alles goedkoper en kon hij het
loon verhogen voor zijn arbeiders en nog steeds grote winst maken. Ford breidde het scientific
management uit.
Door Taylor is er ook veel aandacht gekomen voor taakontwerp, en functiewaardering. Zo ontstond
ook het Taylorisme: afdelingen, planning, functieontwerp, prestatiebeloning, het omgaan met
medewerkers.
Vermaatschappelijking: het samenwerken gaat steeds beter tussen werkgever en werknemer,
hierdoor namen de werkuren ook af. Werknemers werden meer betrokken.
Humanisering van de arbeid ontstond: alles werd minder streng en relaties werden belangrijker dan
prestaties. Zo werden doelen ook sneller behaald, door human relations denkend.
Het revisionisme
Scientific management stond tegenover de human relations. Er kwam meer aandacht voor inhoud
en kwaliteit. Tijdens het revisionisme werd er opnieuw gekeken naar de arbeid, er kwamen meer
verbeteringen. Er kwam meer focus op eigen ontwikkeling.
De ondernemingsraad (OR), vakbonden en de overheid kwamen meer samen. De HRM’er stond hier
tussenin.
Vanaf 1980 kwam er een economische terugval en sociale onrust door de loonsverlaging van de
overheid. Hierdoor kwam het akkoord van Wassenaar in 1982. Hierin stond dat matiging van loon
mocht worden uitgevoerd in ruil voor een aantal vakantiedagen. Zo ontstond ook het poldermodel.
Hierin gaan werkgevers, vakbonden en de overheid aan tafel zitten om te onderhandelen over lonen
en arbeidsvoorwaarden.
1