Alle hoofdstukken samengevat!
Bron: Van Loon, Voets, Van der Wielen (2020)
1
,Deel 1: De ontwikkeling van het kind
1.1 Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
Ontwikkelingspsychologie: Wetenschappelijke benadering van vraagstukken over groei, verandering
en stabiliteit in ons leven.
Reikwijdte van ontwikkelingspsychologie:
- Fysieke ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Sociale ontwikkeling
- Persoonlijkheidsontwikkeling
Vijf leeftijdsgroepen:
- Prenatale periode
- Baby en peutertijd
- Kleutertijd
- Schooltijd
- Adolescentie
Historische invloeden (oorlog, honger, trauma, eerste schooldag):
- Normatieve sociaal-culturele invloeden (etnische afkomst, sociale klassen)
- Normatieve leeftijdsgebonden invloeden (Naar school gaan)
- Unieke niet-normatieve gebeurtenissen (ouders verliezen)
- Gemeenschappelijke invloeden
Opkomst ontwikkelingspsychologie:
- Begon 18e en 19e eeuw met babybiografieën
- Door de jaar ontwikkelingen heen ontstonden nieuwe disciplines
- Eerste helft 20e eeuw ontstonden systematische studies
Centrale vraagstukken ontwikkelingspsychologie:
- In hoeverre is de ontwikkeling van kinderen continu en discontinu?
- Wordt de ontwikkeling bepaald door kritieke en gevoelige periode?
- Moet men zich concentreren op bepaalde periode in de menselijke ontwikkeling?
- Nature tegenover Nurture?
(stijgende groei) Continu en discontinu (trappetjesgroei)
2
,1.2 Theoretische perspectieven en onderzoek
De theorie van Freud
1. Structuur van de geest: Freud verdeelde de geest in drie delen: het bewuste, het onbewuste en
het voorbewuste. Het onbewuste bevat verborgen gedachten, verlangens en herinneringen die van
invloed kunnen zijn op ons gedrag zonder dat we ons er bewust van zijn.
2. Psychoseksuele ontwikkeling: Freud geloofde dat de persoonlijkheid van een individu werd
gevormd door verschillende psychoseksuele stadia. Dit omvat de orale fase (gericht op de mond), de
anale fase (gericht op controle en eliminatie), de fallische fase (gericht op het ontwikkelen van
seksuele identiteit), de latentiefase (geen specifieke focus) en de genitale fase (gericht op volwassen
seksualiteit).
3. Verdedigingsmechanismen: Freud stelde dat mensen verdedigingsmechanismen gebruiken om
zichzelf te beschermen tegen angst en ongemak. Voorbeelden hiervan zijn verdringing (onbewust
onderdrukken van ongewenste gedachten of herinneringen), projectie (toeschrijven van eigen
ongewenste eigenschappen aan anderen) en regressie (terugvallen naar kinderlijk gedrag in
stressvolle situaties).
4. Droomanalyse: Freud geloofde dat dromen belangrijke inzichten bieden in het onbewuste. Hij
ontwikkelde methoden om de symbolische betekenis van dromen te ontcijferen en psychische
conflicten bloot te leggen.
De theorie van Erik Erikson
1. Acht ontwikkelingsfasen: Erikson identificeerde acht levensfasen die individuen doormaken, van
de vroege kindertijd tot de late volwassenheid.
2. Crisis en positieve uitkomsten: Elke fase van Erikson's theorie omvat een crisis waarin individuen
worden geconfronteerd met een specifieke psychologische uitdaging.
3. Interactie tussen individu en omgeving: Erikson benadrukte de interactie tussen het individu en
de omgeving als essentieel voor de ontwikkeling. Hij geloofde dat sociale en culturele factoren een
belangrijke rol spelen bij het vormgeven van de ontwikkeling van een individu.
4. Levenslange ontwikkeling: In tegenstelling tot andere ontwikkelingstheorieën legde Erikson de
nadruk op de levenslange aard van ontwikkeling. Hij geloofde dat individuen voortdurend evolueren
en dat ontwikkelingsmogelijkheden zich gedurende het hele leven blijven voordoen.
Eriksons leeftijdsfases:
- Vertrouwen versus wantrouwen 0 – 1 jaar
- Autonomie versus schaamte 1 – 3 jaar
- Initiatief versus schuldgevoel 3 – 6 jaar
- Industrie versus minderwaardigheid 6 – 12 jaar
- Identiteit versus verwarring 12 – 18 jaar
- Intimiteit versus isolatie 18 – 40 jaar
- Generrativiteit versus stagnatie 40 – 65 jaar
- Integriteit versus wanhoop 65+
3
, Piaget cognitieve ontwikkelingsfasen:
- Sensomotorisch 0 – 2 jaar: baby ontdekken de wereld door zontuigen en motoriek.
- Pre-operationeel 2 – 7 jaar: kinderen ontwikkelen taalvaardigheden en het gebruik van
symbolen om objecten te representeren, moeite met logisch denken.
- Concreet operationeel 7 – 11 jaar: Kinderen ontwikkelen het vermogen om logisch te
denken.
- Formeel operationeel 11+ jaar: adolescenten kunnen abstract denken en hypothetisch
redeneren.
Psychologische perspectieven:
- Cognitief perspectief:
Processen waarmee mensen in staat zijn om de wereld te kennen.
Piaget: Assimilatie en accommodatie.
- Behavioristisch perspectief:
Straffen en belonen.
Stimulus en respons.
Pavlov: Klassieke conditionering
Skinner: Operante conditionering
- Systemisch perspectief:
Verbanden tussen individuen en hun fysieke omgeving, cognitieve wereld, persoonlijkheid en
sociale wereld.
Bronferbrener: Bio-ecologisch model
Vygotksy: Sociaal- culturele verbinding.
- Evolutionair perspectief:
Uiterlijke kenmerken en karaktereigenschappen
Darwin: Natuurlijk selectief proces.
Evolutionair perspectief is het snelst groeiende gebied binnen de ontwikkelingspsychologie.
Belang van meerdere perspectieven:
- Elk perspectief gebaseerd op eigen vooronderstellingen.
- Eclectische holistische benadering.
- Perspectieven zijn continu in ontwikkeling.
Werkwijze wetenschappelijk onderzoek:
- Wetenschappelijke methodes om gefundeerde conclusies te trekken.
- Eerste stap: Toetsbare hypotheses stellen.
- Tweede stap: ontwerpen van het onderzoek. Bepalen wat nodig is.
- Derde stap: Zorgvuldig systematisch te werk gaan.
- Vierde stap: Analyseren van de opgehaalde data.
- Publiceren van conclusies.
- Hierop kunnen andere onderzoekers kritisch kijken.
4