Week 1.
- De student is in staat het verschil tussen primaire en secundaire impingement te beschrijven.
Primair Secundair
Structurele vernauwing Geen continue structurele vernauwing,
- Osteofyten, type acromion (2-3), aanwezig tijdens bepaalde bewegingen
degeneratie, zwelling ‘soft tissue’
- De student is in staat het verschil tussen intern en extern impingement te beschrijven.
Intern Extern
Inklemming tussen de humeruskop en het Inklemming in de subacromiale ruimte
glenoid (m.n. pees infra/supra) (rotatorcuff pezen, biceps caput longum,
bursa subacromialis, lig. Coracoacromialis)
Anterosuperior (zeldzaam)
Posterosuperior
M.n. aanwezig bij jonge mensen
M.n. tijdens de ‘late cocking’ fase
aanwezigheid CPP
- De student kan de symptomatologie van een schouderimpingement benoemen.
o Painful arc
o Pijn tijdens bovenhandse bewegingen
o Pijn in de deltoideusregio
Voornamelijk aan de voorzijde, maar de achterzijde is ook mogelijk
- De student is in staat de beslisboom schouderimpingement te benoemen.
- De student is in staat de testen behorend bij de beslisboom te benoemen.
o
o Scapula dyskinesie:
SAT, SRT
o Rotator cuff pathologie:
Lateral Jobe, Drop arm test, External rotation lag sign, Lift off test
o Biceps-Slap:
O’brien, Speeds, Biceps load II
o GH-instabiliteit:
Apprehension-relocation-release
o GIRD:
Endorotatie in 90° abductie
, Week 2.
- De student kan beschrijven waarom een scapula dyskinesie kan leiden tot impingement.
o Als gevolg van een scapula dyskinesie kan er een impingement ontstaan, doordat er sprake is
van een gebrek aan ROM/flexibiliteit en aan performance (de spieren die samen moeten
functioneren werken niet goed). Hierdoor kunnen er afwijkende standen ontstaan die er voor
zorgen dat bewegingen anders uit worden gevoerd, waardoor er een impingement kan
ontstaan
- De student kan beschrijven en verklaren wat de oorzaken kunnen zijn voor een scapula dyskinesie.
o Gebrek aan ROM/flexibiliteit
Verkorte pectoralis minor
Posterieure beperking GH (zit aan het glenoïd kan voor een tilt beweging zorgen)
Beperking van de myogene structuren rond de scapula
Gevolg: hypomobiliteit scapulo-thorocale glijvlak
o Gebrek aan performance
Spier actie + spierkracht
- De student kan beschrijven wat een normaal en afwijkend scapula patroon is.
o Normaal:
Beetje endorotatie van het schouderblad, meebewegen vanaf 90 graden, naar buiten
bewegen van de angulus inferor (upward rotation, sagittale as), naar achteren trekken
van het schouderblad rondom de transversale as
- De student kan verschillende typen van scapula dyskinesie benoemen en beschrijven volgens kibler.
o Type I tipping
o Type II winging
o Type III shrugging
o Type IV symmetrisch
- De student kan oorzaken benoemen van verschillende typen scapula dyskinesie.
o Type I
Inactieve m. trapezius pars ascendens angulus superior wordt niet goed op de plek
gehouden
Verkorting van het posterieure kapsel zit aan het glenoid en kan daardoor bij een
beetje beweging als voor een tilt beweging zorgen
Hypertone m. pectoralis minor en/of major voornamelijk minor, want deze zit aan
het proc. Coracoideus vast en kan bij een verkorting zorgen dat de scapula wat naar
voren wordt getrokken
o Type II
Verzwakte trapezius, serratus anterior en rhomboideus vaak is de serratus bij het
krachtenkoppel met de trapezius de spier die het verzwaktst is, de scapula wordt niet
voldoende geëndoroteerd