Artikel 1: Hoogbegaafd talent: Hoe ermee om te gaan in de coachpraktijk?
Hoogbegaafden zijn zeer intelligent, scheppingsgericht, uiterst sensitief en snel schakelend. Het
managen van zoveel talent vraagt zelfkennis en wijsheid. Het valt in een samenleving waar van als
vanouds geldt ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’ niet altijd mee om het eigen talent te
vieren. De huidige samenleving lijkt meer kansen te bieden voor mensen met uitzonderlijke gaven –
want we willen en moeten allemaal uniek zijn en ons ook als zodanig profileren – maar die moet je
dan wel herkennen. Hoogbegaafden herkennen regelmatig hun eigen sensitiviteit en intelligentie
onvoldoende, waardoor hun talent zich niet optimaal kan ontplooien.
Wat kenmerkt hoogbegaafdheid? Er zijn vele (vaak onderling tegenstrijdige) wetenschappelijk
uitsprak over hoogbegaafdheid. Vaak vormt het IQ (met zijn wetenschappelijke fundamenten) een
centraal onderdeel, maar feitelijk blijkt dat slechts één aspect van hoogbegaafdheid. En sommige
experts stellen dat zelfs een hoog IQ geen must is. Zo zijn er modellen die de aard van
hoogbegaafdheid vooral beschouwen als biologisch (hoogbegaafdheid is aangeboren), cognitief (het
is ontwikkelbaar) of psychologisch fenomeen (het kan alleen tot ontplooiing komen bij bepaalde
persoonlijkheidskenmerken).
Een groep hoogbegaafden hebben een speciale werkgroep in het leven geroepen, binnen deze
samenwerking ontstond het Delphi-model. Dit model kenschetst hoogbegaafdheid als een positief en
existentieel fenomeen: ‘Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken
aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens
levend. Hij of zij schept plezier in creëren.’ De beschrijving wordt geplaatst in de context van de
samenleving, waardoor de interactie tussen hoogbegaafde en de hem omringende wereld centraal
staat. Hiermee ontstaan ook aanknopingspunten voor begeleiding, als blijkt dat een hoogbegaafde
op één of meerdere onderdelen is doorgeschoten of uit balans is geraakt.
Veel cases gaan over miscommunicatie vanwege het snelle schakelen van hoogbegaafden, waardoor
zij de aansluiting met anderen missen. Dat leidt dan regelmatig tot excommunicatie en eenzaamheid.
anderen raken overbelast vanwege de veelheid aan prikkels die ze moeilijk kunnen managen, of
omdat die multigetalenteerdheid tot onvoldoende focus leidt. Gebrek aan focus en ‘met teveel zaken
tegelijk bezig zijn’ leidt dan weer makkelijk tot uitputting. En ook de combinatie van grote
gedrevenheid en nieuwsgierigheid leidt gemakkelijk tot problemen.
Misdiagnose en mismanagement: Veel hoogbegaafden hebben al diverse diagnoses achter de rug die
hun talent in zijn vervorming diagnosticeerden als een stoornis, terwijl er eerder sprake zal kunnen
zijn van ‘mismanagement’ van talent dat – in tegenstelling tot ontwikkelingsstoornissen en
persoonlijkheidsproblematiek – wel degelijk kan worden bijgesteld. Dubbeldiagnoses en
misdiagnoses komen beide voor.
Mensen met een hoog IQ kunnen last hebben van een minder ontwikkelde sociaal-emotionele
ontwikkeling, het EQ. Toch blijkt evenmin uit de literatuur dat hier een causaal verband bestaat. Door
(zelf)ontkenning, ‘erbij willen horen’ en stigmatisering ontwikkelen hoogbegaafde (jonge) mensen
dan te weinig vaardigheden om met die gevoeligheid om te gaan. Daardoor nemen ze in de loop van
hun leven een zekere afstand van hun gevoelens en/of schermen ze zich van de buitenwereld af.
1