CNA BFO1 Interventies bij CNA: activiteiten transfers 1
Wat weet je al?
- onderzoeksgegevens zijn basis voor behandelplan
- prioriteiten en structuur van onderzoek hangen samen met prioriteiten en structuur van het
behandelen: activiteit – functie (ICF)
Aanleren van activiteiten
- er zijn veel wegen die naar Rome leiden
- wat is je behandeldoel?
- Wat is het haalbare en gewenste eindniveau?
- Patiënt en context zijn van belang bij doelbehandeling
- Wat is beginniveau van patiënt
- Wat zijn opbouwmogelijkheden/- principes
Aandachtspunten bij oefenen
- veiligheid
- aansluitend bij niveau/mogelijkheden
- doelgericht tegenover parameters
- effectief en efficiënt
CNA V1 Behandelprincipes bij CNA: begeleiden & faciliteren bij staan, lopen en traplopen
Patiënt 1 = proefpersoon met rigiditeit maar kan heel veel
Patiënt 2 = proefpersoon met sterk verminderde kracht in romp- en armspieren (MRC 2)
Patiënt 3 = proefpersoon heeft geen kracht en tonus (helemaal passief)
Met deze 3 patiënten leren om van ligt tot zit te komen in bed en van zit in bed naar zit op een stoel
Van lig in bed naar zit in bed
- Patiënt 1 = kunt u komen zitten in bed, (het kan u eventueel helpen om eerst op uw zij te komen
liggen en daarna de komen zitten. U kunt ook proberen de gaan zitten door eerst overeind te
komen en dan te draaien)
- Patiënt 2 = kunt u komen zitten in bed (meer faciliteren, dus zorg dat je helpt of misschien door
op de rug prikkels te geven of te reiken met je armen dat de patiënt geprikkeld is om te komen
zitten) ook hier kan weer gebruik gemaakt worden van eerst op de zij en dan komen zitten
- Patiënt 3 = als therapeut moet je alles doen omdat de patiënt (helemaal) passief is.
o Zorg eerst dat de patiënt helemaal aan de zijkant ligt van het bed, handen op de buik en
de knie die het meest ‘lateraal’ ligt buigen, nu kan de patiënt omgerold worden
o Dan zorgt de therapeut dat allebei de benen gebogen zijn en de benen van de bank af
hangen (goed ondersteunen! Door rechterarm de benen te omvatten)
o Ga met de andere arm onder de nek door en werk zo de patiënt in een zithouding
Van zit in bed naar zit op een stoel
- Patiënt 1 = kunt u van het bed komen zitten in de stoel (door eventueel gebruik van armen en
afzetten van de benen wordt het iets makkelijker)
- Patiënt 2 = kunt u van het bed komen zitten in de stoel (meer faciliteren, dus zorg dat je helpt
waar nodig of geef een uitnodigende hand wat zorgt voor een prikkel van de patiënt richting de
stoel)
- Patiënt 3 = als therapeut moet je alles doen omdat de patiënt (helemaal) passief is
o Zorg eerst dat de patiënt met de voeten op de grond staat, en dat de stoel lager staat dan
het bed. Maak het voor jezelf makkelijk – werk van hoog naar laag
o Omvat met je knie 1 of 2 knieën bij de femurcondylen en laat de patiënt buigen richting
jou dat je met je heup de romp kan fixeren
o Dan grijp je bij het bekken en ga je hangen (tel tot 3 en bij bv. 3 ga je hangen) en beweeg
je de patiënt richting de stoel (gaat bijna nooit in 1x)
o Herhaal dit totdat de patiënt op de stoel zit en zorg dat je de voeten ook elke keer
meeneemt! (na elke beweging verplaats je de voeten)