SOLK BFO1 MSA de chronische pijnpatiënt
Patiënten die langere tijd klachten hebben aan het bewegingsapparaat komen vaak bij de fysiotherapeut
voor hulp. De patiënt vertelt zijn hulpvraag aan de fysiotherapeut en middels een shared-decision model
zal er een behandelplan opgesteld worden. Hiervoor moet de fysiotherapeut een analyse maken van het
probleem en beoordelen welke factoren allemaal een rol spelen bij het in stand houden van de klachten.
De fysiotherapeut werkt vanuit een biopsychosociaal model. Dit betekent dat de fysiotherapeut het
gezondheidsprobleem bekijkt vanuit verschillende invalshoeken. De factoren in deze verschillende
invalshoeken beïnvloeden elkaar ook weer op individueel verschillende manieren. Naast pijn,
coördinatieveranderingen, defence-musculair kunnen er structuren overbelast worden en voor klachten
zorgen. Naast deze biologische /mechanische oorzaken kunnen ook andere factoren gaan meespelen.
Maakt de patiënt zich zorgen, ontwikkelt hij een soort angst voor de pijn of verandert zijn humeur? Alles is
mogelijk. Dit zijn meer psychologische factoren. Sociale kenmerken zijn ook mogelijk een factor die de
klachten in stand kunnen houden. Je kunt hier denken aan een bezorgde partner, je baan verliezen of
andere belangrijke gevolgen. Kortom iedereen is uniek en iedereen heeft recht op een behandelplan dat
op maat gemaakt is.
Je zal bij iedere patiënt een weloverwogen keuze moeten maken tussen verschillende therapieën of een
combinatie van deze therapieën. Dit is allemaal afhankelijk van informatie die je van je patiënt krijgt en de
analyse die je maakt als therapeut. Je kiest bijvoorbeeld voor een mobilisatie techniek wanneer je
verwacht dat dit effect kan hebben op de klachten. Wanneer je verwacht dat de patiënt met name veel
spanning in de spieren vasthoudt door stress, kies je misschien eerder voor ontspanningstherapie. Je
zoekt als therapeut altijd naar te beïnvloeden effect variabelen die in relatie staan tot de klacht.
Voorbereiding:
- video’s bekeken over chronische pijnpatiënten
- artikel lezen
o Welke problemen ervaren patiënten met somatisch onverklaarbare lichamelijk klachten?
zij voelen zich vaak langere tijd ongezond, hebben veelal te maken met een
versnipperd zorgaanbod en ondervinden vaak beperkingen in hun dagelijks
functioneren thuis en op het werk.
o Wat houdt volgens jou de SCEGS-methode in die de praktijkondersteuner toepast bij deze
patiënt
Het in kaart brengen van de gedachten die de patiënt heeft over de klachten. Ook
het gedrag wat gekoppeld is aan de klachten wordt in kaart gebracht. SCEGS is
vooral gericht op het mentale stukje van de klachten
o Wat zou je als fysiotherapeut vertellen t.a.v. diagnose en aanpak die je wilt gaan hanteren
Patiënten met SOLK roepen vaak machteloosheid of ergernis op bij hun
behandelaars. Als de huisarts dit gevoel bij zichzelf herkent kan dat hem helpen
zich er van bewust te worden dat zijn beleid onvoldoende effect heeft. De
ziektegerichte aanpak volgens het ‘oorzakelijk model’ (waarin men zich richt op
het vinden van een causaal verband tussen een symptoom en een somatische
ziekte of aandoening) dat meestal wordt gebruikt, schiet namelijk tekort. Wat
nodig is, is een aanpak die gericht is op het ‘ziek voelen’ en de introductie van het
‘gevolgen- model’: de behandeling moet worden verlegd van het niveau van de
ommezwaai moet expliciet uitgelegd worden aan de patient. Deze moet immers
begrijpen dat het focus wordt verlegd. Het is onontbeerlijk om daarbij uit te
leggen dat alle door patient è n dokter overwogen somatische verklaringen voor
de klacht zijn onderzocht.
o Beschrijf de rol van alle hulpverleners bij behandeling van deze patiënt
De focus wordt niet meer gelegd op herstel maar op het verbeteren van
activiteiten in het dagelijks leven. De focus ligt ook niet op pijn maar op
momenten dat pijn afwezig is.
Bij SOLK is het belangrijk dat er veel wordt besproken. Oefenen is goed maar de klachten moeten eerst
goed in kaart gebracht worden door de SCEGS-methode. SCEGS is pas goed als bepaalde stappen worden
gezet:
- Uitdiepen