Leefwereld van een kind
Sociaal-culturele factoren: ouders, vriendjes, vriendinnetjes, broertjes, zusjes.
Invloed van leeftijdgenoten op de ontwikkeling is erg groot.
Provocatie: uitdagen/uitlokken.
Belevingswereld
De wijze waarop kinderen hun leefwereld ervaren.
Ontwikkelingsstereotiep: een etiket op een leeftijdsgroep plakken.
Kenmerken bij kleuters:
Animisme: een niet-levend voorwerp als levend ervaren.
Egocentrisme: ze denken vanuit zichzelf.
Gerichtheid: oriënteren.
Aanschouwelijke wereld: ze hebben beelden van de wereld voor zich.
Kenmerken bij middenbouw:
Scheiding van fantasie en werkelijkheid;
Meer ordering en structuur.
Kenmerken bij bovenbouw:
Realiteit;
Inzicht in sociale relaties;
Eigen mening vormen;
Abstract gaan redeneren.
Klassieke ontwikkelingspsychologie
Biologische opvattingen over groei en ontwikkeling.
Drie factoren voor de ontwikkeling van de mens (cognitief):
Chronologische leeftijd: bepaalde gedragingen en veranderingen bij een leeftijd.
Biologische leeftijd: de menselijke ontwikkeling wordt bepaald door fysieke factoren.
Sociale context: de ontwikkeling wordt bepaald door invloeden van de omgeving.
Moderne psychologie
De omschrijving van het gedrag van kinderen en waarom het kind dat gedrag vertoont.
Levenslooppsychologie
De omschrijving van de interactie tussen kinderen en hun omgeving en de impact daarvan
op het verdere levensloop. Er wordt niet enkel gekeken naar wat er zich bij het kind van
binnenuit ontwikkelt, maar wat door het kind wordt ontwikkeld in relatie met zijn omgeving.
Skinner en Pavlov
De omgeving moet voor een goede ontwikkeling stimulerende factoren bevatten.
Nature: het kind ontwikkelt zich vanzelf.
Nurture: de omstandigheden waaronder iemand opgroeit (ontwikkeling en rijping).
Tabula rasa: de mens komt ter wereld als een onbeschreven blad.
Behaviorisme: wie je bent en wat je wordt, is volledig afhankelijk van de omstandigheden.
Conditionering: gewenst gedrag belonen, ongewenst gedrag straffen.