A. INLEIDING
Afakening richtlijn‹
Lage rugpijn kan je onderverdelen in Aspecifeke lage rugpijn en Specifeke lage rugpijn.
1. Aspecifeke lage rugpijne is lage rugpijn waarvoor geen duidelijke oorzaak is voor de
klachten. Dit is het geval bij 90% van de patinten met lage rugpijn. Hierbij treedt pijn op in
de lumbosacrale regio met mogelijke uitstraling naar de bil en bovenbeen. Er treden verder
geen algemene ziekteverschijnselen op.
2. Specifeke lage rugpijne is lage rugpijn waarvoor wel een duidelijke oorzaak is voor de
klachten. Specifeke lage rugpijn kan je verder onderverdelen in het lumbosacraal radiculair
syndroom en rugpijn als gevolg van een mogelijk ernstge specifeke aandoening.
- Lumbosacraal radiculair syndroom is een vorm van specifeke lage rugpijn met
radiculaire pijn in 1 been, die al dan niet gepaard gaat met neurologische
uitvalsverschijnselen.
- Ernstge specifeke aandoeningen zoals wervelfracturen, maligniteiten, spondylits
ankylopoetca, ernstge vormen van kanaalstenose, of ernstge vormen van
spondylolisthesis.
Prognose en beloop‹
Acute lage rugpijn gaat vaak vanzelf over, hoewel er kans is op restklachten of recidieven
(terugkomende klachten). Bij ongeveer 90% van de mensen met lage rugpijn leidt het niet tot
werkverzuim.
Normaal beloop is wanneer binnen drie weken de actviteiten en partcipate weer toenemen tot het
niveau van voor de klachten. Vaak zal de pijn ook verminderen. De lage rugpijn moet de actviteiten
en partcipate niet meer in de weg ziten.
Afwijkend beloop is wanneer er binnen drie weken geen toename is in de actviteiten en de
partcipate, maar de hoeveelheid hetzelfde is gebleven of verminderd is. Dit levert een vertraagd
herstel op.
Rode vlaggen bij lage rugpijn:
1. Begin van lage rugpijn na het 50e levensjaar, contnue pijn onafankelijk van houding of
beweging, nachtelijke pijn, algehele malaise, maligniteit in de voorgeschiedenis, onverklaard
gewichtsverlies, verhoogde bloedbezinkingssnelheid (BSE) ➝ maligniteit?
2. Recente fractuur (< 2 jaar geleden), eerdere wervelfractuur, leefijd boven de 60 jaar, laag
lichaamsgewicht, ouder met heupfractuur, langdurig cortcosteroïden gebruik, asdrukpijn
van de wervelkolom, opvallende lengtevermindering, versterkte thoracale kyfose ➝
osteoporotsche wervelfractuur?
3. Begin van lage rugpijn voor het 20e levensjaar, man, iridocyclits, onverklaarde perifere
artrits of inflammatoire darmaandoening in voorgeschiedenis, vooral nachtelijke pijn,
ochtendstjfeid > 1 uur, minder pijn bij liggen/ bewegen/oefenen, goede reacte op NSAID’s,
verhoogde BSE ➝ spondylits ankylopoetca?
4. Ernstge lage rugpijn aansluitend aan een trauma ➝ wervelfractuur?
5. Begin van lage rugpijn voor het 20e levensjaar, palpabel trapje in het verloop van de
processi spinosus ter hoogte van L4-L5 ➝ ernstge vorm van spondylolisthesis?
B. DIAGNOSTISCH PROCES:
Anamnese‹
Tijdens de anamnese dienen de volgende stappen te gehanteerd te worden.
STAP 1‹ Inventarisate van de klachten.
STAP 2‹ Screening op rode vlaggen.