Inleiding
, Kwalitatieve analyse is het bepalen van de chemische samenstelling van een
monster. Het omvat een reeks analytische chemie technieken die niet-numerieke
informatie over een monster verschaffen. Kwalitatieve analyse kan vertellen of een
atoom, ion, functionele groep of verbinding aanwezig of afwezig is in een monster,
maar het geeft geen informatie over de hoeveelheid.
Onderzoeksvraag
Er zijn 6 stoffen: Koper(II)nitraat, koper(II)chloride, koper(II)sulfaat, koper(II)oxide,
koper(II)carbonaat en ammoniumijzer(II)sulfaat. Elke stof zit in een ander epje, de vraag is:
welke stof zit in welk epje?
Werkschema
- Wat voegen we toe:
1. Oplossen in water
2. Zoutzuur toevoegen aan C en F
3. Bariumchloride toevoegen aan A, D en E
4. Zilvernitraat toevoegen aan A en D
Stap 1: Het oplossen in water
- We verwachten dat de koper(II)oxide en koper(II)carbonaat niet oplossen in water.
- Hieruit kunnen we dus concluderen in welke twee epjes koper(II)oxide en
koper(II)carbonaat zitten.
Stap 2: Zoutzuur toevoegen aan de epjes waar koper(II)oxide en koper(II)carbonaat in zitten
- We verwachten dat er gasontwikkeling zal ontstaan bij het koper(II)carbonaat, want
CuCO3 (s) + 2 H3O+ (aq)→ 3H2O (l) + CO2 (g) + Cu2+ (aq)
- De koper(II)oxide zal reageren met het zuur; CuO (s) + 2 H3O+ → Cu2+ (aq) + 3 H2O.
- Uit de gasontwikkeling kunnen we dus concluderen in welk epje koper(II)carbonaat
zit
Stap 3: Bariumchloride toevoegen aan de overige epjes met koper(II)nitraat,
koper(II)chloride, koper(II)sulfaat
- We verwachten dat het bariumion zal neerslaan met het sulfaation, want Ba2+ (aq) +
SO4 2- (aq) → BaSO4 (s)
- We weten dus welk epje de koper(II)sulfaat bevat.
Stap 4: Zilvernitraat toevoegen aan de epjes met koper(II)nitraat en koper(II)chloride
- We verwachten dat het zilverion zal neerslaan met het chloride-ion, want Ag+ (aq) +
Cl- (aq) → AgCl (s)
Waarnemingen en reactievergelijkingen