Leerdoelen:
Week 1:
o De student kan uitleggen wat de verschillen zijn tussen een eenmanszaak/
personenvennootschap en een BV.
o De student kan uitleggen waarom een ondernemer er voor kiest zijn onderneming te drijven in
de vorm van een BV.
o De student kan uitleggen wat (in algemene zin) wordt bedoeld met de term DGA.
o De student kan aangeven welke relaties er in de praktijk veel voorkomen tussen de DGA en zijn
BV en wat de rol van de DGA in deze situaties is.
o De student kan aangeven welke fiscale problematiek er speelt bij een DGA en zijn BV en welke
belastingen hierbij een rol spelen.
o De student kan in een complexe situatie vaststellen of er sprake is van aanmerkelijk belang op
grond van artikel 4.6 IB.
o De student kan vaststellen of er sprake is van een aanmerkelijk belang indien er sprake is van
verschillende soorten aandelen.
o De student kan vaststellen of er sprake is van een aanmerkelijk belang op grond van de
meesleepregeling.
o De student kan vaststellen of er sprake is van een aanmerkelijk belang op grond van de
meetrekregeling.
o De student kan uitleggen wat een fictief aanmerkelijk belang is.
Week 2:
a) De student kan bepalen of sprake is van en wat de aard is van het inkomen uit aanmerkelijk
belang.
b) De student kan het inkomen uit aanmerkelijk belang berekenen in een redelijk complexe
situatie.
Week 3:
o De student kan de strekking van de terbeschikkingstellingsregeling uitleggen.
o De student kan in een complexe situatie vaststellen of de ter beschikkingstellingsregeling van
toepassing is.
o De student kan het resultaat uit ter beschikkingstelling berekenen.
o De student weet in welke gevallen de gebruikelijk-loonregeling van toepassing is.
o De student kent de inhoud van de gebruikelijk-loonregeling.
o De student kan de inhoud van de gebruikelijk-loonregeling toepassen in voorkomende situaties.
o De student kan de hoogte van het gebruikelijk loon/fictief loon berekenen.
Week 4:
o De student kent de gevolgen voor de DGA met betrekking tot de premieplicht van de
volksverzekeringen, werknemersverzekeringen en de zorgverzekeringswet.
o De student kan de fiscale wet- en regelgeving rond de premieplicht voor de DGA toepassen.
,Week 5:
o De student kan beschrijven wat een fictieve vervreemding inhoudt.
o De student kan beschrijven wat een doorschuifregeling inhoudt.
o De student kan aangeven wat de fiscale gevolgen van een inkoop van aandelen of winstbewijzen
zijn voor een AB-houder en deze correct verwerken.
o De student kan aangeven wat de fiscale gevolgen van een liquidatie van een BV zijn voor een AB-
houder en deze correct verwerken.
o De student kan aangeven wat de fiscale gevolgen van trouwen of scheiden van een AB-houder
zijn en deze correct verwerken.
o De student kan aangeven wat de fiscale gevolgen van het overlijden van een AB-houder zijn en
deze correct verwerken.
Week 6:
o De student kan aangeven wat de fiscale gevolgen zijn van het verdelen van een nalatenschap
met daarin een aanmerkelijk belang en deze correct verwerken.
o De student kan aangeven wat de fiscale gevolgen zijn van het schenken van een aanmerkelijk
belang en deze correct verwerken.
o De student kan de fiscale gevolgen benoemen van de inbreng van de tot een aanmerkelijk
belang behorende aandelen in een onderneming of werkzaamheid.
o De student kan aangeven wat de fiscale gevolgen zijn indien er niet langer een aanmerkelijk
belang aanwezig is en deze correct verwerken.
o De student kan de fiscale gevolgen benomen van emigratie door een AB-houder.
o De student kan aangeven wat de fiscale gevolgen zijn van het verstrekken van een koopoptie op
aandelen die behoren tot een aanmerkelijk belang en deze correct verwerken.
o De student kan bepalen in hoeverre wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te
komen voor de vrijstelling van de BOR.
o De student kan berekenen hoeveel de vrijstelling in een concrete situatie bedraagt.
o De student kan aangeven wat het effect van de BOR is op de claim die wordt doorgeschoven.
, Directeur Groot Aandeelhouder (DGA)
De rollen van de DGA
o Aandeelhouder
o Werknemer
o Vermogensverstrekker
o Privépersoon
o Belegger
De DGA is een natuurlijkpersoon en is dus inkomstenbelasting verschuldigd. Maar door de
verschillende rollen zijn er ook andere belastingen verschuldigd.
De DGA als aandeelhouder:
Box 2: aanmerkelijk belang.
5% of meer aandelen in bezit DGA.
Inkomen uit aandelen (zowel als reguliere vervreemdingsvoordelen) belast tegen 26,90% (2022).
De DGA als werknemer:
De DGA is vaak de directeur maar kan ook een gewone werknemer zijn.
Loonbelasting:
Is er sprake van een dienstbetrekking bij een DGA? Ja, indien er een arbeidsovereenkomst is. (Zie
ook artikel 4 letter d LB fictieve dienstbetrekking). Loon: artikel 12a LB.
Premies werknemersverzekeringen:
Is een DGA premieplichtig? De DGA is een werknemer indien er sprake is van ondergeschiktheid.
Premies zorgverzekeringswet:
DGA is premieplichtig. Er gelden afwijkende regels met betrekking tot de inkomensafhankelijke
bijdrage.
Oudedagsvoorziening:
Niet automatisch als het niet verplicht is. De DGA moet dat dus zelf regelen.
Premiesvolksverzekeringen:
DGA is premieplichtig.
De DGA als vermogensverstrekker:
Terbeschikkingstelling (artikel 3.92 IB).
Rendabel maken van vermogensbestanddelen, voor zover deze ter beschikking worden gesteld aan
een vennootschap waarin de belastingplichtige of een met hem verbonden persoon een
aanmerkelijk belang heeft is een belastbare prestatie. Het wordt aangemerkt als prestatie uit overige
werkzaamheden en dus belast in box 1.
De DGA als privé persoon (natuurlijke persoon):
Box 1: werk en woning
o Loon (voor de BV aftrekbaar van de winst)
o Eigen woning (hypotheekrente is aftrekbaar)
Box 3: Sparen en beleggen
Let op: artikel 2.14 IB rangorde eerst box 1, dan box 2 en daarna pas box 3.
De DGA als belegger:
Beleggen in privé of in BV?
Privé vermogensbestanddelen worden toegerekend aan box 3 en daar belast.
BV over het behaalde rendement is VPB verschuldigd en over de winstuitkering box 2 heffing.