Gezondheid – gezondheidsgedrag – gezondheidsvaardigheden
Gezondheidsgedrag: wat de persoon voor zichzelf (en anderen) doet om gezond te blijven
Gezondheidsvaardigheden: vermogens die leiden tot gezondheidsgedrag, het kunnen begrijpen
Gezondheidsgedrag
- Zelfredzaamheid: zelf de dingen kunnen doen die nodig zijn
- Zelfmanagement: sturing kunnen geven aan wat er moet gebeuren
- Adaptief vermogen: geduld kunnen volhouden, loslaten, andere manier accepteren
Vanuit welk perspectief kijk je?
- Lekentheorie (persoon zelf begrijpt)
- Biologische visie gezondheid
- Medisch biologische visie gezondheid
- Psychologische visie gezondheid
- Sociologische visie gezondheid
- Bio psychologische visie gezondheid
- Positieve gezondheid: Huber zei “health as the ability to adapt and to self-manage, in the face of
socials, physical and emotional challenges”
Positieve gezondheid
- Persoonsgericht
- Aandacht hulpvraag, waar de hulpvraag word gesteld, welke situatie
- Oplossen hulpvraag door te kijken waar de client zelf aan kan bijdragen
Kenmerken client
- Divers (cultuur, gender, levenservaring)
- Autonomie, zelfbeschikking
- Op ons zelf
- Assertief
- Informeert zichzelf
- Toename belang gezondheid en gezondheidsbehoud
- Mensen blijven langer leven
- Meer psychische last
SES: sociaal economische status, bij lagere SES zijn er grotere risico’s bij gezondheidsvaardigheden en
gezondheidsgedrag
Verplegen ontwikkelt mee
- Nadruk behoud gezondheid
- Nadruk vroegtijdig versterken gezondheidsvaardigheden
- Meer zorg bij mensen thuis
Zorgsectoren
1) Publieke gezondheidszorg (JGZ, GGZ)
2) Maatschappelijke zorg
3) Care (ouderen, gehandicapten)
4) Cure (medische behandeling, genezing)
5) Geestelijke gezondheidszorg
, Wetgeving
- WGBO: waarborg positie van de client
- BIG: waarborg positie van de verpleegkundige
- BIG/ kwaliteitszorg: waarborg kwaliteit van (verpleegkundige) zorg
- Wetgeving irt financiering: waarborg beschikbaarheid (verpleegkundige) zorg
Nederlands zorgstelsel
1) Zorgverzekeringswet: iedereen in Nederland moet een zorgverzekering hebben
2) Wet langdurige zorg (wlz): zorg met verblijf in instelling of tehuis
3) Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): gemeente ondersteunen mensen met ziekte of
beperkingen en ouderen die thuis wonen
4) Jeugdwet: alle zorg en ondersteuning geregeld voor kinderen/ jongeren onder 18
Gezondheidsrecht ziet toe op rechten van patiënten, zorgverlener, zorgaanbieder, kwaliteit van de zorg,
organisatie en financiering
Rechtsbeginselen gezondheidsrecht
1) Zelfbeschikking: vrijheid die ieder mens heeft om zoveel mogelijk zelf te beslissen
2) Bescherming: er moet verantwoordelijkheid worden genomen voor mensen die (dringend) hulp en
zorgen behoeven
3) Gelijkheid en verbod op discriminatie: iedereen in gelijke omstandigheden behoort aanspraak te
kunnen maken op goede zorg
Zelfbeschikkingsrecht: belangrijkste recht patiënt, afweerrecht zelf beslissen staat voorop
Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO)
- Geregeld in Burgerlijke Wetboek
- Rechten en plichten voor de patiënt rechten vormen ook vaak verplichting voor zorgverlener
- Voorbeelden: recht op informatie en toestemming, dossier en inzage, positie van ouders en
kinderen, wilsonbekwaamheid en wettelijke vertegenwoordiging
Positie van ouders en kinderen
- Tot 12 jaar: ouders krijgen volledige informatie en kunnen op basis daarvan beslissingen nemen
over behandeling van hun kind
- Tussen 12 en 16 jaar: zowel kind als ouders hebben recht op volledige informatie, beiden moeten in
principe toestemming geven
- Vanaf 16 jaar: kind mag zelfstanding beslissen over behandeling. Het kind heeft dus recht op
volledige informatie en geeft zelf toestemming, toestemming van de ouders is niet meer nodig
BIG wet
- Doel: bewaken en bevorderen van een goede beroepsuitoefening van individuele werkenden in de
gezondheidszorg.
- Basisbeginselen: professionele hulpverleners zijn herkenbaar, risicovolle handelingen voorbehouden
aan specifieke groepen, mogelijkheid om via tutrecht in te grijpen.
- Tuchtrecht: is een bijzondere vorm van rechtspraak waarbij het tuchtcollege beoordeelt of een arts
of een andere zorgverlener heeft gewerkt volgends de geldende professionele standaard
Bevoegdheid: om de indicatie voor de handeling te stellen en om de handeling te verrichten.
Bekwaamheid: juiste combinatie van kennis en vaardigheden om de handeling goed uit te voeren