Het effect van speciaal muziekonderwijs op de executive functioning bij kinderen
Naam: Selma Tasci
Studentnummer: 852292413
Cursus: Onderzoekspracticum Experimenteel Onderzoek (PB0412)
Examinator: dr. R. Pat El
Inleverdatum: 04-12-2022
,Running head: MUZIEKONDERWIJS BIJ KINDEREN 2
Samenvatting
Het is al enige tijd bekend dat training in muziek de ontwikkeling van kinderen kan
ondersteunen, maar het is nog onduidelijk op welke manier dat precies werkt. Om meer
inzicht te verkrijgen op dat gebied, worden in dit onderzoek verschillende factoren
afzonderlijk bestudeerd; werkt alleen speciaal muziekonderwijs bevorderlijk op dit gebied, of
traditioneel muziekonderwijs ook? Ook het effect van het variëren van de frequentie van
beide typen onderwijs wordt onderzocht.
In dit onderzoek wordt een steekproef van 420 leerlingen uit groep 4 gebruikt, willekeurig
getrokken uit een database van de deelnemende leerlingen. De leerlingen die deelnamen
aan dit experiment zijn verspreid over 50 verschillende scholen waar verschillende vormen
(speciaal of traditioneel, laag- tot hoogfrequent) van muziekonderwijs wordt aangeboden –
de vorm en frequentie zijn willekeurig toebedeeld aan een school.
Als graadmeter voor de ontwikkeling van een kind werd executief functioneren gebruikt. Om
de vooruitgang vast te stellen werd een voor- en nameting gedaan, waarmee de
verschilscore per leerling werd bepaald. Aan de hand van deze verschilscore werd een
factoriele ANOVA uitgevoerd met soort onderwijs en de frequentie ervan als onafhankelijke
variabelen.
De resultaten van dit onderzoek waren dat de groepen hoge frequentie, speciaal
muziekonderwijs (m = 0.608, SD = 0.130, 95% CI [0.353,0.864]) en lage frequentie,
traditioneel muziekonderwijs (m = 0.255, SD = 0.129, 95% CI [0.002,0.509]) een significante
vooruitgang toonden, en hoge frequentie, traditioneel muziekonderwijs (m = -0.339, SD =
0.126, 95% CI [-0.586,-0.092]) zelfs een significante acteruitgang. Het effect van het
veranderen van type muziekonderwijs was wel significant maar klein (F(1,405) = 6.74, p =
0.010, eta^2 = 0.016), waarbij speciaal muziekonderwijs beter scoort. Het veranderen van de
frequentie had geen significant effect (F(2,405) = 0.07, p = 0.932, eta^2 = 0.00), maar het
gecombineerde effect van type en frequentie was wel significant met gemiddelde grootte,
F(2,405) = 11.92, p < 0.001, eta^2 = 0.056.
,Running head: MUZIEKONDERWIJS BIJ KINDEREN 3
Deze resultaten leidden tot de conclusie dat de juiste vorm van muziekonderwijs inderdaad
kan leiden tot verbetering van het executief functioneren van kinderen, maar dat dat niet
geldt voor alle vormen. Dit onderzoek levert aanwijzingen dat speciaal muziekonderwijs de
executieve functies verbetert door een positieve invloed op de actieve participatie, maar om
alternatieve verklaringen uit te sluiten, is in ieder geval een controlegroep nodig in een
vervolgexperiment. Dit onderzoek toont wel duidelijk aan dat regulier muziekonderwijs met
hoge frequentie geen vervanging kan zijn voor speciaal muziekonderwijs.
, Running head: MUZIEKONDERWIJS BIJ KINDEREN 4
Het effect van speciaal muziekonderwijs op de executive functioning bij kinderen
Training in muziek speelt een rol bij de ontwikkeling van de executieve functies bij
kinderen (Jaschke, Honing, & Scherder, 2018; Joret, Germeys & Gidron, 2017; Roden,
Kreutz, & Bongard, 2012). Executieve functies hebben betrekking op een palet aan
vaardigheden (zoals plannen en zelfmonitoren), gedragingen en emoties (Diamond & Lee,
2011). Hoewel er nog veel discussie is over de precieze conceptuele definitie van dit begrip,
is er consensus over het belang van dit begrip voor het leren en de ontwikkeling van
kinderen, wat zich uit in een verbeterd cognitief en sociaal functioneren (Blair & Raver, 2015;
Diamond, 2016; Miyake et al., 2000).
Er zijn sterke aanwijzingen dat actieve participatie, zoals bewegen, vragen stellen en
actieve klassendiscussies de leerprestaties bevorderen doordat deze actieve participatie de
executieve functies verbeteren (Cavanaugh, Clemence, Teale, Rule, & Montgomery, 2017).
Dit heeft de afgelopen jaren geleid tot lesvormen waar leerlingen aangemoedigd worden om
meer te bewegen in plaats van stil te zitten, of om actiever bij de les betrokken te worden. Zo
is langzaam de vraag ontstaan in hoeverre muziekonderwijs in het bijzonder geschikt is om
de theorie te toetsen dat actieve participatie de executieve functies verbeteren. De
veronderstelling dat muziekonderwijs veelbelovend is voor de ontwikkeling van executief
functioneren is gebaseerd op het feit dat muziek verschillende relevante gebieden in het
brein activeert, inclusief de prefrontale cortex, die gelinkt is met executief functioneren
(Särkämö et al., 2014). Hoewel veelbelovend, is empirische ondersteuning voor een causaal
verband tussen muziek en executief functioneren nog zeer beperkt. Tevens zijn
generalisaties moeilijk te maken vanwege de grote diversiteit in de eerdere studies. Zo werd
muziektraining bijvoorbeeld geconceptualiseerd als instrumentele lessen (Joret et al., 2017),
vocale training (Bialystok & Depape, 2009), gestructureerd muziekonderwijs in school
(Jaschke et al., 2018) en als luisteren naar muziek (Moreno et al., 2011).
Voor zover bekend is bij studies naar muziektraining en onderwijs niet eerder een
interventie gedaan die plaatsvond in het reguliere schoolcurriculum. Een interventie die in het