2.3 Probleem 1
Wetenschap combineert twee oude methoden van het bereiken van kennis:
Rationalisme. Mentale operaties of principes moeten worden gebruikt voordat kennis kan worden verkregen.
Voorbeeld: de validiteit of invaliditeit van bepaalde stellingen kan worden bepaald door de regels van logica
zorgvuldig toe te passen.
Empirisme. De bron van alle kennis is zintuiglijke waarneming. Echte kennis kan worden afgeleid uit of alleen
bevestigd door zintuiglijke ervaring.
Rationalisme en empirisme zelf hebben beperkte nuttigheid. De twee posities gecombineerd.
Determinisme: wat wordt bestudeerd kan worden begrepen in termen van causale wetten. Taylor (1967): de
filosofische doctrine die stelt dat voor alles wat ooit gebeurd zijn er condities zodat niets anders kan gebeuren.
Alles wat gebeurt is een functie van een eindig aantal oorzaken en als deze oorzaken bekend waren, kon een
gebeurtenis worden voorspeld met volledige nauwkeurigheid. Het is niet nodig om alle oorzaken van een
gebeurtenis te weten; maar ze bestaan en als meer oorzaken bekend zijn, worden voorspellingen
nauwkeuriger. Alle wetenschappen veronderstellen determinisme.
Lichaam en geest relatie:
Materialisten. Psychologen die alles in fysieke termen proberen te verklaren; zelfs mentale events worden
uiteindelijk verklaard door de wetten van natuur- of scheikunde. Materie is de enige realiteit, en daarom moet
alles in het universum, inclusief het gedrag van organismen, worden verklaard in termen van materie.
Ook monisten genoemd omdat ze alles proberen te verklaren in termen van één type realiteit – materie. Er is
geen lichaam-geest probleem.
Idealisten. Zelfs de zogenoemde fysieke wereld bestaat uit ideeën. Zijn ook monisten omdat ze alles proberen
te verklaren in termen van bewustzijn.
Dualisten. Er zijn zowel fysieke als mentale gebeurtenissen en de twee worden beheerst door verschillende
principes.
Typen dualismen:
Interactionisme. Lichaam en geest interageren; lichaam en geest beïnvloeden elkaar. De geest kan gedrag
initiëren. Descartes en meeste leden van het humanistisch-existentiële kamp. Psychoanalysten (Freud tot
huidige): veel lichamelijke klachten zijn psychogenisch, veroorzaakt door mentale events zoals conflict, angst,
of frustratie.
Emergentisme. Mentale toestanden ontstaan uit hersentoestanden.
Zodra mentale events ontstaan uit hersenactiviteit, kunnen mentale events daaropvolgende hersenactiviteit en
dus gedrag beïnvloeden. Representeert interactionsme omdat de vooropgestelde wederzijdse beïnvloeding
tussen hersenactiviteit (lichaam) en mentale events (geest).
Epifenomenalisme. Niet interactionistisch. De hersenen veroorzaken mentale events maar mentale events
kunnen niet gedrag veroorzaken. Mentale events zijn gewoon gedragsmatig irrelevante bijproducten
(epifenomenen) van hersenprocessen.
Psychofysische parallellisme. Omgevingservaring veroorzaakt zowel mentale events als lichamelijke reacties
tegelijkertijd en de twee zijn totaal onafhankelijk van elkaar.
Double aspectisme. Een persoon kan niet worden verdeeld in een lichaam en een geest maar is een eenheid
die events tegelijkertijd fysiologisch en mentaal ervaart. Mentale events en fysiologische events zijn twee
aspecten van een persoon. Lichaam en geest interageren niet, en kunnen nooit worden gescheiden. Gewoon
twee aspecten van elke ervaring die we hebben als mensen.
Er is een preestablished harmony tussen lichamelijke en mentale events. De twee typen events zijn
verschillend en gescheiden maar worden gecoördineerd door een externe factor – bijvoorbeeld God.
Wetenschap combineert twee oude methoden van het bereiken van kennis:
Rationalisme. Mentale operaties of principes moeten worden gebruikt voordat kennis kan worden verkregen.
Voorbeeld: de validiteit of invaliditeit van bepaalde stellingen kan worden bepaald door de regels van logica
zorgvuldig toe te passen.
Empirisme. De bron van alle kennis is zintuiglijke waarneming. Echte kennis kan worden afgeleid uit of alleen
bevestigd door zintuiglijke ervaring.
Rationalisme en empirisme zelf hebben beperkte nuttigheid. De twee posities gecombineerd.
Determinisme: wat wordt bestudeerd kan worden begrepen in termen van causale wetten. Taylor (1967): de
filosofische doctrine die stelt dat voor alles wat ooit gebeurd zijn er condities zodat niets anders kan gebeuren.
Alles wat gebeurt is een functie van een eindig aantal oorzaken en als deze oorzaken bekend waren, kon een
gebeurtenis worden voorspeld met volledige nauwkeurigheid. Het is niet nodig om alle oorzaken van een
gebeurtenis te weten; maar ze bestaan en als meer oorzaken bekend zijn, worden voorspellingen
nauwkeuriger. Alle wetenschappen veronderstellen determinisme.
Lichaam en geest relatie:
Materialisten. Psychologen die alles in fysieke termen proberen te verklaren; zelfs mentale events worden
uiteindelijk verklaard door de wetten van natuur- of scheikunde. Materie is de enige realiteit, en daarom moet
alles in het universum, inclusief het gedrag van organismen, worden verklaard in termen van materie.
Ook monisten genoemd omdat ze alles proberen te verklaren in termen van één type realiteit – materie. Er is
geen lichaam-geest probleem.
Idealisten. Zelfs de zogenoemde fysieke wereld bestaat uit ideeën. Zijn ook monisten omdat ze alles proberen
te verklaren in termen van bewustzijn.
Dualisten. Er zijn zowel fysieke als mentale gebeurtenissen en de twee worden beheerst door verschillende
principes.
Typen dualismen:
Interactionisme. Lichaam en geest interageren; lichaam en geest beïnvloeden elkaar. De geest kan gedrag
initiëren. Descartes en meeste leden van het humanistisch-existentiële kamp. Psychoanalysten (Freud tot
huidige): veel lichamelijke klachten zijn psychogenisch, veroorzaakt door mentale events zoals conflict, angst,
of frustratie.
Emergentisme. Mentale toestanden ontstaan uit hersentoestanden.
Zodra mentale events ontstaan uit hersenactiviteit, kunnen mentale events daaropvolgende hersenactiviteit en
dus gedrag beïnvloeden. Representeert interactionsme omdat de vooropgestelde wederzijdse beïnvloeding
tussen hersenactiviteit (lichaam) en mentale events (geest).
Epifenomenalisme. Niet interactionistisch. De hersenen veroorzaken mentale events maar mentale events
kunnen niet gedrag veroorzaken. Mentale events zijn gewoon gedragsmatig irrelevante bijproducten
(epifenomenen) van hersenprocessen.
Psychofysische parallellisme. Omgevingservaring veroorzaakt zowel mentale events als lichamelijke reacties
tegelijkertijd en de twee zijn totaal onafhankelijk van elkaar.
Double aspectisme. Een persoon kan niet worden verdeeld in een lichaam en een geest maar is een eenheid
die events tegelijkertijd fysiologisch en mentaal ervaart. Mentale events en fysiologische events zijn twee
aspecten van een persoon. Lichaam en geest interageren niet, en kunnen nooit worden gescheiden. Gewoon
twee aspecten van elke ervaring die we hebben als mensen.
Er is een preestablished harmony tussen lichamelijke en mentale events. De twee typen events zijn
verschillend en gescheiden maar worden gecoördineerd door een externe factor – bijvoorbeeld God.