Probleem 6
Hergenhahn
Algemeen aangenomen dat de wetenschappelijke methode objectiviteit garandeerde en dat wetenschap
informatie produceerde op een constante, progressieve manier. Verondersteld dat er binnen elke wetenschap
kenbare ‘waarheden’ waren en dat wetenschappelijke procedures volgen een wetenschap toestond om die
waarheden systematisch te benaderen. Thomas Kuhn (1922-1996). Toonde dat wetenschap zeer subjectief is.
Paradigma: een algemeen geaccepteerde visie. Een paradigma wordt de manier van het bekijken en analyseren
van onderwerpen van hun wetenschap. Zodra een paradigma is geaccepteerd, worden de activiteiten een
kwestie van de implicaties van dat paradigma verkennen. Normale wetenschap: zulke activiteiten. Volgend een
paradigma, verkennen wetenschappers diep de problemen gedefinieerd door het paradigma en gebruiken de
technieken gesuggereerd door het paradigma tijdens het verkennen van die problemen. Kuhn vergeleek
normale wetenschap met puzzle solving. De problemen van normale wetenschap hebben een verzekerde
oplossing en er zijn regels die zowel de aard van acceptabele oplossingen als de stappen waardoor ze moeten
worden verkregen beperken. Normale wetenschap en puzzle solving betrekken weinig creativiteit.
Positief van onderzoek geleid door een paradigma: Een paradigma beperkt het bereik van fenomenen
die wetenschappers onderzoeken, maar het garandeert dat bepaalde fenomenen grondig worden bestudeerd.
Negatief: Normale wetenshap verblindt wetenschappers voor andere fenomenen en misschien betere
verklaringen voor wat ze bestuderen.
Een paradigma begeleidt alle activiteiten van een onderzoeker (vorming onderzoeksvraag, zoektocht
naar oplossing). Onderzoekers emotioneel betrokken in hun paradigma; wordt deel van hun levens en moeilijk
op te geven.
Volgens Kuhn veranderen wetenschappelijke paradigma’s niet gemakkelijk. Eerst moeten er anomalieën zijn:
persistente observaties die een momenteel geaccepteerd paradigma niet kan verklaren. Uiteindelijk wint het
nieuwe paradigma en verdringt de oude. Wetenschap vordert omdat wetenschappers worden gedwongen om
hun belief systems te veranderen; en dat is heel moeilijk.
De fasen van wetenschappelijke ontwikkeling (ontwikkeling van een paradigma):
- Pre-paradigmatische fase (pre-wetenschappelijk). Een aantal concurrerende visies strijden om
dominantie van het veld.
- Paradigmatische fase. De puzzle-solving activiteit genaamd normale wetenschap vindt plaats. Eén
school erin geslaagd om zijn concurrenten te verslaan en is een paradigma geworden.
- Revolutionaire fase. Een bestaand paradigma wordt verdrongen door een ander paradigma, die zijn
eigen normale wetenschap zal genereren.
Psychologie wordt beschreven als een pre-paradigmatische discipline, want heeft geen één algemeen
geaccepteerd paradigma maar verschillende concurrerende scholen of kampen die tegelijkertijd bestaan.
Sommigen zien deze situatie als negatief en benadrukken dat psychologie klaar is om al zijn diverse elementen
te synthetiseren in één uniform paradigma. Anderen beweren dat psychologie een discipline is die
verschillende co-existerende paradigma’s (of thema’s of onderzoekstradities) heeft. Volgens hen nooit een
Kuhnian-type revolutie geweest. Anderen zien de co-existentie van verschillende paradigma’s in psychologie als
gezond en productief en misschien onvermijdelijk omdat psychologie mensen bestudeerd.
Mayr: Kuhn was een natuurkundige en misschien was zijn analyse van wetenschappelijke verandering
alleen van toepassing op die wetenschap.
Popper vs. Kuhn.
Kuhn’s concept van normale wetenschap: zodra een paradigma is geaccepteerd, houden wetenschappers zich
bezig met onderzoeksprojecten bepaald door het paradigma. Voor Popper is normale wetenschap helemaal
geen wetenschap. Popper: wetenschappelijk probleem oplossen is fantasierijke, creatieve activiteit, niets zoals
de puzzle solving.
Kuhn: paradigma’s ontwikkelen, worden geaccepteerd en worden omvergeworpen voor psychologische of
sociologische redenen. Popper: zulke factoren zijn vreemd; problemen bestaan en voorgestelde ontwikkelingen
passeren de pogingen om het te weerleggen wel/niet. Dus Kuhn’s wetenschapsanalyse benadrukt conventie en
subjectieve factoren; Popper’s analyse benadrukt logica en creativiteit.
Hergenhahn
Algemeen aangenomen dat de wetenschappelijke methode objectiviteit garandeerde en dat wetenschap
informatie produceerde op een constante, progressieve manier. Verondersteld dat er binnen elke wetenschap
kenbare ‘waarheden’ waren en dat wetenschappelijke procedures volgen een wetenschap toestond om die
waarheden systematisch te benaderen. Thomas Kuhn (1922-1996). Toonde dat wetenschap zeer subjectief is.
Paradigma: een algemeen geaccepteerde visie. Een paradigma wordt de manier van het bekijken en analyseren
van onderwerpen van hun wetenschap. Zodra een paradigma is geaccepteerd, worden de activiteiten een
kwestie van de implicaties van dat paradigma verkennen. Normale wetenschap: zulke activiteiten. Volgend een
paradigma, verkennen wetenschappers diep de problemen gedefinieerd door het paradigma en gebruiken de
technieken gesuggereerd door het paradigma tijdens het verkennen van die problemen. Kuhn vergeleek
normale wetenschap met puzzle solving. De problemen van normale wetenschap hebben een verzekerde
oplossing en er zijn regels die zowel de aard van acceptabele oplossingen als de stappen waardoor ze moeten
worden verkregen beperken. Normale wetenschap en puzzle solving betrekken weinig creativiteit.
Positief van onderzoek geleid door een paradigma: Een paradigma beperkt het bereik van fenomenen
die wetenschappers onderzoeken, maar het garandeert dat bepaalde fenomenen grondig worden bestudeerd.
Negatief: Normale wetenshap verblindt wetenschappers voor andere fenomenen en misschien betere
verklaringen voor wat ze bestuderen.
Een paradigma begeleidt alle activiteiten van een onderzoeker (vorming onderzoeksvraag, zoektocht
naar oplossing). Onderzoekers emotioneel betrokken in hun paradigma; wordt deel van hun levens en moeilijk
op te geven.
Volgens Kuhn veranderen wetenschappelijke paradigma’s niet gemakkelijk. Eerst moeten er anomalieën zijn:
persistente observaties die een momenteel geaccepteerd paradigma niet kan verklaren. Uiteindelijk wint het
nieuwe paradigma en verdringt de oude. Wetenschap vordert omdat wetenschappers worden gedwongen om
hun belief systems te veranderen; en dat is heel moeilijk.
De fasen van wetenschappelijke ontwikkeling (ontwikkeling van een paradigma):
- Pre-paradigmatische fase (pre-wetenschappelijk). Een aantal concurrerende visies strijden om
dominantie van het veld.
- Paradigmatische fase. De puzzle-solving activiteit genaamd normale wetenschap vindt plaats. Eén
school erin geslaagd om zijn concurrenten te verslaan en is een paradigma geworden.
- Revolutionaire fase. Een bestaand paradigma wordt verdrongen door een ander paradigma, die zijn
eigen normale wetenschap zal genereren.
Psychologie wordt beschreven als een pre-paradigmatische discipline, want heeft geen één algemeen
geaccepteerd paradigma maar verschillende concurrerende scholen of kampen die tegelijkertijd bestaan.
Sommigen zien deze situatie als negatief en benadrukken dat psychologie klaar is om al zijn diverse elementen
te synthetiseren in één uniform paradigma. Anderen beweren dat psychologie een discipline is die
verschillende co-existerende paradigma’s (of thema’s of onderzoekstradities) heeft. Volgens hen nooit een
Kuhnian-type revolutie geweest. Anderen zien de co-existentie van verschillende paradigma’s in psychologie als
gezond en productief en misschien onvermijdelijk omdat psychologie mensen bestudeerd.
Mayr: Kuhn was een natuurkundige en misschien was zijn analyse van wetenschappelijke verandering
alleen van toepassing op die wetenschap.
Popper vs. Kuhn.
Kuhn’s concept van normale wetenschap: zodra een paradigma is geaccepteerd, houden wetenschappers zich
bezig met onderzoeksprojecten bepaald door het paradigma. Voor Popper is normale wetenschap helemaal
geen wetenschap. Popper: wetenschappelijk probleem oplossen is fantasierijke, creatieve activiteit, niets zoals
de puzzle solving.
Kuhn: paradigma’s ontwikkelen, worden geaccepteerd en worden omvergeworpen voor psychologische of
sociologische redenen. Popper: zulke factoren zijn vreemd; problemen bestaan en voorgestelde ontwikkelingen
passeren de pogingen om het te weerleggen wel/niet. Dus Kuhn’s wetenschapsanalyse benadrukt conventie en
subjectieve factoren; Popper’s analyse benadrukt logica en creativiteit.