Probleem 7
Bem & De Jong
Als al je gedrag wordt veroorzaakt door neurale oorzaken, dan ben je nergens verantwoordelijk voor.
Drie condities om vrije wil en verantwoordelijkheid toe te schrijven:
1. De agent moet iets anders hebben kunnen doen. Laten interne beperkingen, blinde indruk van al onze
gedragingen, vrijheid over om anders te doen dan we doen? Wanneer kunnen we precies beweren dat iemand
anders heeft kunnen doen?
2. De daad moet afkomstig zijn uit de agent, niet uit externe factoren. Hoeveel van ons gedrag is extern
geïnduceerd?
3. De actie moet rationeel zijn, of begrijpelijk als de uitkomst van een rationeel overleg.
Vraag: is vrijheid mogelijk in een materiële causaal gesloten wereld?
- Compatibilisme: een soort vrije wil is compatibel met determinisme. Conditioneel: de agent had anders
kunnen doen in dezelfde externe condities, als de interne condities anders waren geweest. Hij zou anders
hebben kunnen doen, als hij had gewild, maar wat hij wilt wordt nog steeds bepaald door interne oorzaken.
Vrije wil is vrijheid van externe kracht, maar de bereidheden van mensen zijn onderdeel van de causale ketens
van de natuurlijke wereld, bepaald door geschiedenis, genen, zenuwstelsel en de rest van een persoon.
- Incompatibilisme: vrije wil is incompatibel met determinisme; het vereist een soort metafysische vrijheid, die
de causale keten van natuurlijke events doorbreekt. Het neemt de ‘had anders kunnen doen’ conditie
categorisch: de agent zou iets anders hebben kunnen doen in dezelfde interne en externe condities.
Miles, J. B. (2011). Irresponsible and a Disservice : The integrity of social psychology turns on the free will
dilemma.
Gepubliceerde werken suggereren mogelijke prosociale voordelen van geloof in vrije wil en maken mogelijke
gevaren van twijfels over het bestaan van vrije wil bekend. Baumeister: geloof in vrije wil vermindert agressie
en bevordert onbaatzuchtigheid. Vohs, Schooler en Shariff: ongeloof in vrije wil stimuleert bedriegen en
ondermijnt moreel gedrag. Stillman, Baumeister en Vohs: gelovigen in vrije wil maken betere medewerkers.
Stillman en Baumeister: geloof in vrije wil vergemakkelijkt leren van emotionele ervaringen; ongeloof in vrije
wil vermindert leren. Wegner: geloof in vrije wil is noodzakelijk voor het gevoel van verantwoordelijkheid dat
ten grondslag ligt aan alle moraliteit. Bijna al het gepubliceerde werk op vrije wil door sociale psychologen lijkt
methodologisch gebrekkig, verkeerde voorstelling van de stand van academische kennis, en riskeert sociale
psychologie koppelen met het irrationele.
Vrije wil debat over vrijheid van keuze, of de mogelijkheid dat een persoon ooit anders had kunnen doen. Eén
definitie van vrije wil onmogelijk. Determinisme: de erkenning dat alles wat gebeurt wordt bepaald door dat
wat eraan voorafging, als het begrip dat alle events in het quasi-klassieke – of non-quantum – universum een
oorzaak hebben. <> Indeterminisme: erkent events zonder oorzaak, als in de quantum wereld.
1. Begrijpt dat vrije wil niet bestaat maar misleidt het publiek openlijk over zijn non-bestaan = vrije wil
illusionisme. Gebeurt óf door bewust blijven zwijgen in aanwezigheid van publieke misvatting (negatief
illusionisme) óf, vaker, door openlijke misleiding (positief illusionisme).
Relatief recente geschiedenis. Als het publiek naïef genoeg is om te geloven in vrije wil, brengen we hen niet
van hun fout af wanneer zo’n fout helpt de bestaande sociale orde te behouden. Onderdrukking van de
wetenschappelijke consensus dat er geen vrije wil is. Vrije wil is een illusie, maar het is – zelfs meer dan God –
absoluut noodzakelijk.
2. Begrijpt dat vrije wil – vrije keuze – niet bestaat maar herdefinieert de betekenis van de woorden vrije wil
om zo anders dan vrije keuze te betekenen, en zodat deze groep kan blijven stellen dat ‘vrije wil’ bestaat zelfs
Bem & De Jong
Als al je gedrag wordt veroorzaakt door neurale oorzaken, dan ben je nergens verantwoordelijk voor.
Drie condities om vrije wil en verantwoordelijkheid toe te schrijven:
1. De agent moet iets anders hebben kunnen doen. Laten interne beperkingen, blinde indruk van al onze
gedragingen, vrijheid over om anders te doen dan we doen? Wanneer kunnen we precies beweren dat iemand
anders heeft kunnen doen?
2. De daad moet afkomstig zijn uit de agent, niet uit externe factoren. Hoeveel van ons gedrag is extern
geïnduceerd?
3. De actie moet rationeel zijn, of begrijpelijk als de uitkomst van een rationeel overleg.
Vraag: is vrijheid mogelijk in een materiële causaal gesloten wereld?
- Compatibilisme: een soort vrije wil is compatibel met determinisme. Conditioneel: de agent had anders
kunnen doen in dezelfde externe condities, als de interne condities anders waren geweest. Hij zou anders
hebben kunnen doen, als hij had gewild, maar wat hij wilt wordt nog steeds bepaald door interne oorzaken.
Vrije wil is vrijheid van externe kracht, maar de bereidheden van mensen zijn onderdeel van de causale ketens
van de natuurlijke wereld, bepaald door geschiedenis, genen, zenuwstelsel en de rest van een persoon.
- Incompatibilisme: vrije wil is incompatibel met determinisme; het vereist een soort metafysische vrijheid, die
de causale keten van natuurlijke events doorbreekt. Het neemt de ‘had anders kunnen doen’ conditie
categorisch: de agent zou iets anders hebben kunnen doen in dezelfde interne en externe condities.
Miles, J. B. (2011). Irresponsible and a Disservice : The integrity of social psychology turns on the free will
dilemma.
Gepubliceerde werken suggereren mogelijke prosociale voordelen van geloof in vrije wil en maken mogelijke
gevaren van twijfels over het bestaan van vrije wil bekend. Baumeister: geloof in vrije wil vermindert agressie
en bevordert onbaatzuchtigheid. Vohs, Schooler en Shariff: ongeloof in vrije wil stimuleert bedriegen en
ondermijnt moreel gedrag. Stillman, Baumeister en Vohs: gelovigen in vrije wil maken betere medewerkers.
Stillman en Baumeister: geloof in vrije wil vergemakkelijkt leren van emotionele ervaringen; ongeloof in vrije
wil vermindert leren. Wegner: geloof in vrije wil is noodzakelijk voor het gevoel van verantwoordelijkheid dat
ten grondslag ligt aan alle moraliteit. Bijna al het gepubliceerde werk op vrije wil door sociale psychologen lijkt
methodologisch gebrekkig, verkeerde voorstelling van de stand van academische kennis, en riskeert sociale
psychologie koppelen met het irrationele.
Vrije wil debat over vrijheid van keuze, of de mogelijkheid dat een persoon ooit anders had kunnen doen. Eén
definitie van vrije wil onmogelijk. Determinisme: de erkenning dat alles wat gebeurt wordt bepaald door dat
wat eraan voorafging, als het begrip dat alle events in het quasi-klassieke – of non-quantum – universum een
oorzaak hebben. <> Indeterminisme: erkent events zonder oorzaak, als in de quantum wereld.
1. Begrijpt dat vrije wil niet bestaat maar misleidt het publiek openlijk over zijn non-bestaan = vrije wil
illusionisme. Gebeurt óf door bewust blijven zwijgen in aanwezigheid van publieke misvatting (negatief
illusionisme) óf, vaker, door openlijke misleiding (positief illusionisme).
Relatief recente geschiedenis. Als het publiek naïef genoeg is om te geloven in vrije wil, brengen we hen niet
van hun fout af wanneer zo’n fout helpt de bestaande sociale orde te behouden. Onderdrukking van de
wetenschappelijke consensus dat er geen vrije wil is. Vrije wil is een illusie, maar het is – zelfs meer dan God –
absoluut noodzakelijk.
2. Begrijpt dat vrije wil – vrije keuze – niet bestaat maar herdefinieert de betekenis van de woorden vrije wil
om zo anders dan vrije keuze te betekenen, en zodat deze groep kan blijven stellen dat ‘vrije wil’ bestaat zelfs