Probleem 7
DSM-V
Diagnostische kenmerken. Hoofdkenmerk gegeneraliseerde angststoornis: overmatige angst en bezorgdheid
over (het angstig voorvoelen van) een aantal gebeurtenissen of activiteiten. Intensiteit, duur of frequentie van
de angst of bezorgdheid is overdreven gezien de werkelijke kans dat de geanticipeerde gebeurtenis zich
voordoet, of, als deze zich inderdaad voordoet, van de werkelijke gevolgen daarvan. Volwassenen maken zich
vaak zorgen over levensomstandigheden die deel uitmaken van de dagelijkse routine. Kinderen hebben de
neiging zich overmatig zorgen te maken over hun competentie of de kwaliteit van hun prestaties. Het
onderwerp van de bezorgdheid kan veranderen.
Kenmerken die GAD onderscheiden van niet-pathologische angst:
1. De zorgen bij GAD zijn overdreven en belemmeren de persoon aanzienlijk in zijn psychosociale functioneren.
Zorgen die bij het dagelijks leven horen, zijn niet overdreven en worden als beter hanteerbaar ervaren, en
iemand kan deze ook van zich afzetten zodra dringender zaken de aandacht vragen.
2. De zorgen bij GAD hebben betrekking op meer levensgebieden; zijn sterker aanwezig en mensen lijden er
meer onder; zijn langduriger; en duiken vaak op zonder aanleiding. Hoe breder het scala van
levensomstandigheden waarover iemand zich zorgen maakt, des te waarschijnlijker is het dat zijn symptomen
voldoen aan criteria voor GAD.
3. Dagelijkse zorgen gaan veel minder vaak gepaard met lichamelijke symptomen. Mensen met GAD lijden
onder hun constante bezorgdheid, en ervaren beperkingen als gevolg hiervan voor hun functioneren op sociaal,
beroepsmatig, of een ander belangrijk levensgebied.
Prevalentie. In VS 12-maandsprevalentie 0,9% voor adolescenten en 2,9% voor volwassenen. Vrouwen twee
keer zo grote kans op het ontwikkelen van GAD als mannen. Piek op middelbare leeftijd en neemt op latere
leeftijd weer af.
Mensen van Europese afkomst een grotere kans op GAD. Mensen uit hoogontwikkelde landen vaker
dan mensen uit onder-ontwikkelde landen op enig moment in hun leven symptomen die voldoen aan criteria.
Ontwikkeling en beloop. Veel mensen met GAD voelen zich al hun hele leven angstig en nerveus. Mediane
beginleeftijd 30 jaar, met zeer brede spreiding, zelden voor de adolescentie. Symptomen zijn chronisch; beloof
is wisselend. Zeer lage percentages met volledige remissie.
De inhoud van datgene waarover iemand zich zorgen maakt, past meestal bij de leeftijd. Jongere
volwassenen ervaren ernstigere symptomen dan oudere volwassenen.
Hoe vroeger in hun leven mensen symptomen hebben die voldoen aan criteria voor GAD, hoe meer
comorbiditeit bij hen aanwezig, en hoe meer beperkingen zij ervaren in hun functioneren.
Gender en classificatie. Binnen ggz GAD iets vaker vastgesteld bij vrouwen dan bij mannen (55-60% vrouw). In
epidemiologisch onderzoek ongeveer twee derde vrouw. Vrouwen: comorbiditeit beperkt tot angststoornissen
en depressieve-stemmingsstoornissen. Mannen: vaker ook stoornissen in het gebruik van een middel.
Borcovec, T. D., Ray, W. J., Stober, J. (1998). Worry: a cognitive phenomenon intimately linked to affective,
physiological, and interpersonal behavioral processes
Psychologie bekijkt de mens als niet-lineaire dynamische systemen met moment-tot-moment interacties
tussen meerdere niveaus van reageren op constant veranderende omgevingen. Vaak noodzakelijk om te
verdiepen in het onderzoek van bepaalde systemen om dingen te leren over hun werking, maar uiteindelijk
moeten terugkeren naar het hele individu, realiserend dat alles verbindt met al het andere. Zorgen
geassocieerd met onderscheidende kenmerken in elk van deze verschillende systemen.
Twee, gerelateerde doelen van dit artikel:
1. De processen in verschillende responssystemen beschrijven die kenmerkend zijn voor zorgen en die deel
uitmaken van de elementen van een dynamische relatie die mogelijk ten grondslag ligt aan het ontstaan ervan.
2. Tonen hoe deze interactieve elementen kunnen bijdragen aan het behoud, de persistentie, en versterking
van deze distressing activiteit.
Aard en functies van zorgen
Zorgen: een predominantie van negatieve valenced verbale gedachte activiteit. Als we ons zorgen maken,
DSM-V
Diagnostische kenmerken. Hoofdkenmerk gegeneraliseerde angststoornis: overmatige angst en bezorgdheid
over (het angstig voorvoelen van) een aantal gebeurtenissen of activiteiten. Intensiteit, duur of frequentie van
de angst of bezorgdheid is overdreven gezien de werkelijke kans dat de geanticipeerde gebeurtenis zich
voordoet, of, als deze zich inderdaad voordoet, van de werkelijke gevolgen daarvan. Volwassenen maken zich
vaak zorgen over levensomstandigheden die deel uitmaken van de dagelijkse routine. Kinderen hebben de
neiging zich overmatig zorgen te maken over hun competentie of de kwaliteit van hun prestaties. Het
onderwerp van de bezorgdheid kan veranderen.
Kenmerken die GAD onderscheiden van niet-pathologische angst:
1. De zorgen bij GAD zijn overdreven en belemmeren de persoon aanzienlijk in zijn psychosociale functioneren.
Zorgen die bij het dagelijks leven horen, zijn niet overdreven en worden als beter hanteerbaar ervaren, en
iemand kan deze ook van zich afzetten zodra dringender zaken de aandacht vragen.
2. De zorgen bij GAD hebben betrekking op meer levensgebieden; zijn sterker aanwezig en mensen lijden er
meer onder; zijn langduriger; en duiken vaak op zonder aanleiding. Hoe breder het scala van
levensomstandigheden waarover iemand zich zorgen maakt, des te waarschijnlijker is het dat zijn symptomen
voldoen aan criteria voor GAD.
3. Dagelijkse zorgen gaan veel minder vaak gepaard met lichamelijke symptomen. Mensen met GAD lijden
onder hun constante bezorgdheid, en ervaren beperkingen als gevolg hiervan voor hun functioneren op sociaal,
beroepsmatig, of een ander belangrijk levensgebied.
Prevalentie. In VS 12-maandsprevalentie 0,9% voor adolescenten en 2,9% voor volwassenen. Vrouwen twee
keer zo grote kans op het ontwikkelen van GAD als mannen. Piek op middelbare leeftijd en neemt op latere
leeftijd weer af.
Mensen van Europese afkomst een grotere kans op GAD. Mensen uit hoogontwikkelde landen vaker
dan mensen uit onder-ontwikkelde landen op enig moment in hun leven symptomen die voldoen aan criteria.
Ontwikkeling en beloop. Veel mensen met GAD voelen zich al hun hele leven angstig en nerveus. Mediane
beginleeftijd 30 jaar, met zeer brede spreiding, zelden voor de adolescentie. Symptomen zijn chronisch; beloof
is wisselend. Zeer lage percentages met volledige remissie.
De inhoud van datgene waarover iemand zich zorgen maakt, past meestal bij de leeftijd. Jongere
volwassenen ervaren ernstigere symptomen dan oudere volwassenen.
Hoe vroeger in hun leven mensen symptomen hebben die voldoen aan criteria voor GAD, hoe meer
comorbiditeit bij hen aanwezig, en hoe meer beperkingen zij ervaren in hun functioneren.
Gender en classificatie. Binnen ggz GAD iets vaker vastgesteld bij vrouwen dan bij mannen (55-60% vrouw). In
epidemiologisch onderzoek ongeveer twee derde vrouw. Vrouwen: comorbiditeit beperkt tot angststoornissen
en depressieve-stemmingsstoornissen. Mannen: vaker ook stoornissen in het gebruik van een middel.
Borcovec, T. D., Ray, W. J., Stober, J. (1998). Worry: a cognitive phenomenon intimately linked to affective,
physiological, and interpersonal behavioral processes
Psychologie bekijkt de mens als niet-lineaire dynamische systemen met moment-tot-moment interacties
tussen meerdere niveaus van reageren op constant veranderende omgevingen. Vaak noodzakelijk om te
verdiepen in het onderzoek van bepaalde systemen om dingen te leren over hun werking, maar uiteindelijk
moeten terugkeren naar het hele individu, realiserend dat alles verbindt met al het andere. Zorgen
geassocieerd met onderscheidende kenmerken in elk van deze verschillende systemen.
Twee, gerelateerde doelen van dit artikel:
1. De processen in verschillende responssystemen beschrijven die kenmerkend zijn voor zorgen en die deel
uitmaken van de elementen van een dynamische relatie die mogelijk ten grondslag ligt aan het ontstaan ervan.
2. Tonen hoe deze interactieve elementen kunnen bijdragen aan het behoud, de persistentie, en versterking
van deze distressing activiteit.
Aard en functies van zorgen
Zorgen: een predominantie van negatieve valenced verbale gedachte activiteit. Als we ons zorgen maken,