Probleem 5
DSM-V
Paniekstoornis: recidiverende onverwachte paniekaanvallen. Recidiverend: meer dan één. Onverwacht: op het
moment dat een paniekaanval zich voordoet, is geen duidelijke aanleiding of trigger aanwijsbaar. Verwacht:
wel een duidelijke aanleiding of trigger aanwijsbaar.
In de frequentie en ernst van de paniekaanvallen kunnen enorme verschillen bestaan.
Als de aanwezigheid van een paniekaanval wordt herkend, dient deze te worden genoteerd als een specificatie.
Voor de paniekstoornis geldt dat de paniekaanvallen tot de criteria voor de stoornis behoren, en dat
paniekaanval niet als een specificatie wordt gebruikt.
Paniekaanval: een plotselinge golf van intense angst of intens onbehagen die binnen enkele minuten een piek
bereikt, en die gepaard gaat met vier (of meer) symptomen.
Elf lichamelijke symptomen, twee cognitieve symptomen. De tijd tot piekintensiteit moet onafhankelijk van de
eventuele reeds bestaande angst worden gemeten. Aanvallen die aan alle criteria voldoen maar waarbij er
minder dan vier symptomen aanwezig zijn: paniekaanvallen met een beperkt aantal symptomen.
Hoofdkenmerk agorafobie: een uitgesproken of intense vrees of angst, opgeroepen door de werkelijke of
geanticipeerde blootstelling aan een breed scala van situaties.
De classificatie agorafobie wordt gebruikt onafhankelijk van de aanwezigheid van de paniekstoornis. Als het
beeld van een patiënt voldoet aan criteria voor zowel de paniekstoornis als agorafobie, moeten beide
classificaties worden toegekend.
Nash, J., & Nutt, D. (2007). Psychopharmacology of anxiety
Bewijs voor psychologische therapieën en medicatie als behandeling van angst. Significant probleem met
onderdiagnose en onderbehandeling.
Klinische beoordeling van een patiënt met angst.
Angst voorschrijven in de context van een zorgvuldige diagnostiek. Identificatie van de juiste diagnose en
detectie van comorbiditeit, zal behandeling vaak significant wijzigen.
Een open discussie van positieve en negatieve effecten zal waarschijnlijk naleving verbeteren.
DSM-V
Paniekstoornis: recidiverende onverwachte paniekaanvallen. Recidiverend: meer dan één. Onverwacht: op het
moment dat een paniekaanval zich voordoet, is geen duidelijke aanleiding of trigger aanwijsbaar. Verwacht:
wel een duidelijke aanleiding of trigger aanwijsbaar.
In de frequentie en ernst van de paniekaanvallen kunnen enorme verschillen bestaan.
Als de aanwezigheid van een paniekaanval wordt herkend, dient deze te worden genoteerd als een specificatie.
Voor de paniekstoornis geldt dat de paniekaanvallen tot de criteria voor de stoornis behoren, en dat
paniekaanval niet als een specificatie wordt gebruikt.
Paniekaanval: een plotselinge golf van intense angst of intens onbehagen die binnen enkele minuten een piek
bereikt, en die gepaard gaat met vier (of meer) symptomen.
Elf lichamelijke symptomen, twee cognitieve symptomen. De tijd tot piekintensiteit moet onafhankelijk van de
eventuele reeds bestaande angst worden gemeten. Aanvallen die aan alle criteria voldoen maar waarbij er
minder dan vier symptomen aanwezig zijn: paniekaanvallen met een beperkt aantal symptomen.
Hoofdkenmerk agorafobie: een uitgesproken of intense vrees of angst, opgeroepen door de werkelijke of
geanticipeerde blootstelling aan een breed scala van situaties.
De classificatie agorafobie wordt gebruikt onafhankelijk van de aanwezigheid van de paniekstoornis. Als het
beeld van een patiënt voldoet aan criteria voor zowel de paniekstoornis als agorafobie, moeten beide
classificaties worden toegekend.
Nash, J., & Nutt, D. (2007). Psychopharmacology of anxiety
Bewijs voor psychologische therapieën en medicatie als behandeling van angst. Significant probleem met
onderdiagnose en onderbehandeling.
Klinische beoordeling van een patiënt met angst.
Angst voorschrijven in de context van een zorgvuldige diagnostiek. Identificatie van de juiste diagnose en
detectie van comorbiditeit, zal behandeling vaak significant wijzigen.
Een open discussie van positieve en negatieve effecten zal waarschijnlijk naleving verbeteren.