Materieel strafrecht – hoorcolleges & werkgroepen blok 3
Week 0: Herhaling inleiding strafrecht
Hoorcollege
Formele vragen (art. 348 Sv)
Vraag 1: Is de dagvaarding geldig?
- Dagvaarding geldig VS nietigheid van de dagvaarding (art. 349, lid 1 Sv).
- Functies dagvaarding.
Persoonsaanduidingsfunctie.
Oproepingsfunctie.
Informatiefunctie.
Beschuldigingsfunctie (art. 261 Sv).
Vraag 2: Is de rechtbank bevoegd?
- Rechtbank is bevoegd VS rechtbank is onbevoegd (art. 349, lid 1 Sv).
- Absolute competentie: geeft aan welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van
een bepaald onderwerp.
- Relatieve competentie: geeft aan in welke plaats in Nederland een procedure
gestart moet worden.
Vraag 3: Is de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging?
- OvJ ontvankelijk VS niet ontvankelijkheid van de OvJ (art. 349, lid 1 Sv).
- Vervolgingsbeletselen (ontbreken klacht, verjaring, etc.).
Vraag 4: Zijn er redenen de vervolging te schorsen?
- Geen reden de vervolging te schorsen VS schorsing der vervolging (art. 349, lid 1
Sv).
Materiële vragen (art. 350 Sv)
Vraag 1: Is bewezen dat het ten laste gelegde feit door de verdachte is begaan?
- Zo niet, dan vrijspraak (art. 352, lid 1 Sv).
- Let op: bestanddelen en elementen.
Bestanddelen: zinssnede uit een delictsomschrijving. Moet worden bewezen.
Elementen: voorwaarden die niet in de delictsomschrijving zijn opgenomen.
Hoeven niet te worden bewezen maar wordt wel verondersteld aanwezig te
zijn (wederrechtelijkheid).
Vraag 2: Kan het bewezen verklaarde worden gekwalificeerd?
- De bestanddelen moeten overgenomen worden in de tenlastelegging. Zo niet, dan
ontslag van alle rechtsvervolging (art. 352, lid 2 Sv).
- Legaliteitsbeginsel: alles wat de overheid doet, moet gebaseerd zijn op de wet +
nieuwe wetten mogen niet met terugwerkende kracht worden toegepast.
Vraag 3: Is het bewezenverklaarde wederrechtelijk / strafbaar?
- Men moet voldoen aan het element wederrechtelijk. Zo niet, dan ontslag van alle
rechtsvervolging (art. 352, lid 2 Sv).
- Rechtvaardigingsgronden.
Vraag 4: Is de verdachte verwijtbaar / strafbaar?
, - Men moet voldaan aan het element verwijtbaarheid. Zo niet, dan ontslag van alle
rechtsvervolging (art. 352, lid 2 Sv).
- Schulduitsluitingsgronden.
Vraag 5: Welke sanctie wordt opgelegd?
Week 1: Inleiding
Hoorcollege 1
, Wat is materieel strafrecht?
Drie onderdelen
1. Strafbaarstellingen.
Bevatten delictsomschrijving + sanctienorm.
Opgedeeld in misdrijven en overtredingen.
Nadere onderscheidingen mogelijk.
2. Algemene Leerstukken van strafrechtelijke aansprakelijkheid (zie algemeen deel
WSr).
3. Sanctierecht (aldus Kelk / de Jong).
Rechtsdelicten: strafbaatstellingen die essentiële normen beschermen. Het strafbaar stellen
is een beroep op de gewetensfunctie van de mens. Er is een subjectief bestanddeel vereist.
Wetsdelicten: delicten die een ander type norm beschermen, en dan voornamelijk de orde
van de maatschappij. Er is geen subjectief bestanddeel vereist. Enkel het handelen is
voldoende.
Krenkingsdelicten: er is wel al sprake van leed.
Gevaarzettingsdelicten: gaat over de situatie waarin er nog geen sprake is van leed.
Formeel omschreven delicten: gaat over delicten waarbij het handelen centraal staat.
Materieel omschreven delicten: gaat over delicten waarbij het gevolg van het handelen
centraal staat.
Plaatsbepaling materieel strafrecht
- In relatie tot formeel strafrecht: langs de weg van het formele strafrecht wordt het
materiele strafrecht verwezenlijkt.
- In relatie tot andere rechtsgebieden: elk rechtsgebied heeft zijn eigen invulling van
begrippen.
Bronnen van materieel strafrecht
Bronnen van materieel strafrecht
- Internationale verdragen.
- EU-recht.
- De wet (commuun en bijzonder strafrecht).
- Nationale en internationale rechtspraak.
Betekenis van bronnen
- Primaat van de wet.
- Primaat van het wetboek van het strafrecht.
- Maar de praktijk is weerbarstig.
Nederlands strafrecht 1886-heden
Nederlands strafrecht 1886 – heden
- Tot 1886: Franse Code Pénal (1810) van kracht.
- 1886: inwerkingtreding nieuw nationaal wetboek van strafrecht.
Wetboek gekenmerkt door: eenvoud, rechterlijke interpretatie- en
straftoemetingsvrijheid, terughoudendheid (liberaal).
Klassieke richting: manier van denken van over het strafrecht. Het strafrecht moet ordenen
en de burger beschermen tegen een willekeurig optredende overheid.
Behouden gebleven sinds 1886
- Algemene leerstukken niet / nauwelijks gedefinieerd. Nadere uitwerking overgelaten
aan de rechtspraak.
- Tweedeling (misdrijven / overtredingen).
Week 0: Herhaling inleiding strafrecht
Hoorcollege
Formele vragen (art. 348 Sv)
Vraag 1: Is de dagvaarding geldig?
- Dagvaarding geldig VS nietigheid van de dagvaarding (art. 349, lid 1 Sv).
- Functies dagvaarding.
Persoonsaanduidingsfunctie.
Oproepingsfunctie.
Informatiefunctie.
Beschuldigingsfunctie (art. 261 Sv).
Vraag 2: Is de rechtbank bevoegd?
- Rechtbank is bevoegd VS rechtbank is onbevoegd (art. 349, lid 1 Sv).
- Absolute competentie: geeft aan welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van
een bepaald onderwerp.
- Relatieve competentie: geeft aan in welke plaats in Nederland een procedure
gestart moet worden.
Vraag 3: Is de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging?
- OvJ ontvankelijk VS niet ontvankelijkheid van de OvJ (art. 349, lid 1 Sv).
- Vervolgingsbeletselen (ontbreken klacht, verjaring, etc.).
Vraag 4: Zijn er redenen de vervolging te schorsen?
- Geen reden de vervolging te schorsen VS schorsing der vervolging (art. 349, lid 1
Sv).
Materiële vragen (art. 350 Sv)
Vraag 1: Is bewezen dat het ten laste gelegde feit door de verdachte is begaan?
- Zo niet, dan vrijspraak (art. 352, lid 1 Sv).
- Let op: bestanddelen en elementen.
Bestanddelen: zinssnede uit een delictsomschrijving. Moet worden bewezen.
Elementen: voorwaarden die niet in de delictsomschrijving zijn opgenomen.
Hoeven niet te worden bewezen maar wordt wel verondersteld aanwezig te
zijn (wederrechtelijkheid).
Vraag 2: Kan het bewezen verklaarde worden gekwalificeerd?
- De bestanddelen moeten overgenomen worden in de tenlastelegging. Zo niet, dan
ontslag van alle rechtsvervolging (art. 352, lid 2 Sv).
- Legaliteitsbeginsel: alles wat de overheid doet, moet gebaseerd zijn op de wet +
nieuwe wetten mogen niet met terugwerkende kracht worden toegepast.
Vraag 3: Is het bewezenverklaarde wederrechtelijk / strafbaar?
- Men moet voldoen aan het element wederrechtelijk. Zo niet, dan ontslag van alle
rechtsvervolging (art. 352, lid 2 Sv).
- Rechtvaardigingsgronden.
Vraag 4: Is de verdachte verwijtbaar / strafbaar?
, - Men moet voldaan aan het element verwijtbaarheid. Zo niet, dan ontslag van alle
rechtsvervolging (art. 352, lid 2 Sv).
- Schulduitsluitingsgronden.
Vraag 5: Welke sanctie wordt opgelegd?
Week 1: Inleiding
Hoorcollege 1
, Wat is materieel strafrecht?
Drie onderdelen
1. Strafbaarstellingen.
Bevatten delictsomschrijving + sanctienorm.
Opgedeeld in misdrijven en overtredingen.
Nadere onderscheidingen mogelijk.
2. Algemene Leerstukken van strafrechtelijke aansprakelijkheid (zie algemeen deel
WSr).
3. Sanctierecht (aldus Kelk / de Jong).
Rechtsdelicten: strafbaatstellingen die essentiële normen beschermen. Het strafbaar stellen
is een beroep op de gewetensfunctie van de mens. Er is een subjectief bestanddeel vereist.
Wetsdelicten: delicten die een ander type norm beschermen, en dan voornamelijk de orde
van de maatschappij. Er is geen subjectief bestanddeel vereist. Enkel het handelen is
voldoende.
Krenkingsdelicten: er is wel al sprake van leed.
Gevaarzettingsdelicten: gaat over de situatie waarin er nog geen sprake is van leed.
Formeel omschreven delicten: gaat over delicten waarbij het handelen centraal staat.
Materieel omschreven delicten: gaat over delicten waarbij het gevolg van het handelen
centraal staat.
Plaatsbepaling materieel strafrecht
- In relatie tot formeel strafrecht: langs de weg van het formele strafrecht wordt het
materiele strafrecht verwezenlijkt.
- In relatie tot andere rechtsgebieden: elk rechtsgebied heeft zijn eigen invulling van
begrippen.
Bronnen van materieel strafrecht
Bronnen van materieel strafrecht
- Internationale verdragen.
- EU-recht.
- De wet (commuun en bijzonder strafrecht).
- Nationale en internationale rechtspraak.
Betekenis van bronnen
- Primaat van de wet.
- Primaat van het wetboek van het strafrecht.
- Maar de praktijk is weerbarstig.
Nederlands strafrecht 1886-heden
Nederlands strafrecht 1886 – heden
- Tot 1886: Franse Code Pénal (1810) van kracht.
- 1886: inwerkingtreding nieuw nationaal wetboek van strafrecht.
Wetboek gekenmerkt door: eenvoud, rechterlijke interpretatie- en
straftoemetingsvrijheid, terughoudendheid (liberaal).
Klassieke richting: manier van denken van over het strafrecht. Het strafrecht moet ordenen
en de burger beschermen tegen een willekeurig optredende overheid.
Behouden gebleven sinds 1886
- Algemene leerstukken niet / nauwelijks gedefinieerd. Nadere uitwerking overgelaten
aan de rechtspraak.
- Tweedeling (misdrijven / overtredingen).