Aardrijkskunde Zuid-Amerika
Hoofdstuk 1 Zuid-Amerika: continent van extremen
Paragraaf 1 Ligging
- Mentaal beeld: vooroordelen → corruptie in Zuid-Amerika
Geografisch beeld:
1. ligging → absoluut en relatief
2. gebiedskenmerken → natuurlijke omgeving en inrichting door mensen
3. bevolkingskenmerken → cultureel, demografisch, economisch en politiek
4. interne/externe relaties → binnen de regio (intern) en contacten met
regio’s (extern)
Geomorfologie: vorm van de aarde, het landschap verandert
1. Andesgebergte: gemiddeld > 4000m, veel actieve vulkanen
2. Tropisch laagland: 3 grote rivieren (n>z); Orinoco, Amazone en Paraquay/Paraná
3. Hoogland: van Guyana en van Brazilië
4. Altiplano: hoogvlakte met gemiddelde hoogte van >4000m
5. Patagonië: hoogvlakte van 500-1500 meter
Ontstaan Altiplano: Door extra druk bij convergentie worden de platen bij breuken flink in
elkaar gedrukt, waarbij het gebied wordt opgeheven tot ruim 4.000 m hoogte.
Paragraaf 2
Factoren die klimaat bepalen:
1. breedteligging
2. hoogteligging
3. zeestromen
4. windpatronen
5. ligging gebergten
Groot deel Z-A onder invloed van ITCZ (geen rechte lijn doordat water niet doordringbaar is
door continue beweging, land warmt sneller op) door ligging in tropische luchtstreek = altijd
warm, opstijgende lucht, lagedrukgebied aan aardoppervlak
→ ITCZ verschuift dus:
> Juli & augustus ITCZ op 10 NB en januari op 20 ZB = regengebieden schuiven mee,
plekken met ½ natte en droge perioden per jaar
Convergentie: naar elkaar toe
Divergentie: van elkaar weg
Transform: langs elkaar heen
,Wet van Buys Ballot
Zuidelijk Halfrond: draaiing naar links
Noordelijk Halfrond: draaiing naar rechts
Passaten
Op de Grote Oceaan en Atlantische Oceaan liggen bij de keerkringen
hogedrukgebieden → lucht waait van H → L
- Op zuidelijk halfrond zuidoostpassaat naar ITCZ
- Op noordelijk halfrond noordoostpassaat naar ITCZ
Bij gebied waar “groen” en “grijs” aan andere kanten liggen= windrichting van andere kant
Geen gebergten = overal hetzelfde klimaat → stuwingsregen, loefzijde (regen) en
lijzijde (droog)
Oostkant
Wind: aanlandige passaat - stuwingsregen aan loefzijde van kustgebergte Brazilië -
zuidelijker aan oostkant geen kustgebergte, dus vochtige lucht verder landinwaarts.
Zeestromen en Geomorfologie: warme zuid-equatoriale stroom splitst bij
oostelijk punt Brazilië naar noorden en zuiden →
- restant z-e stroom stroomt naar het noorden en zuiden (=Braziliëstroom)
- bij Kaap Frió buigt warme Braziliëstroom naar de oceaan af → koude
Falklandstroom kan tot Kaap Frió stromen
Westkant
Droog/weinig invloed Grote Oceaan door:
, 1. aflandige wind (passaat)
2. koude zeestroom
3. ligging Andesgebergte
→ temperatuur aan Westkant lager, minder verdamping, minder neerslag.
Zuiden
Zuiden (westen): gematigd zeeklimaat met neerslag in alle jaargetijden (Cf)
- Oorzaak: aanlandige westenwinden en stuwingsregen (loefzijde) - lijzijde bergen
woestijn- en steppeklimaat
Poolwind uit Zuiden neemt koude lucht mee(=pamperos) → in winter extreme
lage temperaturen mogelijk → koude lucht kan ver landinwaarts komen
● Biomen: verschillende vegetatietypen → köppen
Landschapzones
1. Tropische Zone
2. Subtropische Zone
3. Gematigde Zone
4. Boreale Zone
5. Polaire Zone
6. Aride Zone
Tropisch plantengroei: spreiding in natuurlijke zones in lijn met spreiding van klimaten (muv
Andesgebergte)
Tropisch Regenwoud = Selva
> Altijd minimaal 18 graden, minimaal 2000 mm neerslag per jaar
> Tropische bodem:
- onvruchtbaar door dunne humuslaag en uitspoeling vanwege neerslag
- roestvorming; ijzer en aluminiumverbinding niet oplossen, door ontbreken
van humuszuur → rode kleur in bodem= latosol
Mangrove
> tropisch, uitmonding delta, laag (suriname)
> zeldzaam en bijzonder ecosysteem
> brak water (zout en zoet) in rivierdalen en langs de kust
> wortels boven water om zuurstof op te nemen
> beschermen tegen erosie en stormschade
Savanne
= tropisch grasland met bomen en struiken
1. Cerrado: boomsavanne → bomen dicht op elkaar (Brazilië)
2. Ilanos: grassavanne met wat bomen → gras + dunne lage bomen
3. Caatinga: savanne met doornachtige struiken
Pampa
In Oosten van Argentinië:
- Uitgestrekte graslanden
Hoofdstuk 1 Zuid-Amerika: continent van extremen
Paragraaf 1 Ligging
- Mentaal beeld: vooroordelen → corruptie in Zuid-Amerika
Geografisch beeld:
1. ligging → absoluut en relatief
2. gebiedskenmerken → natuurlijke omgeving en inrichting door mensen
3. bevolkingskenmerken → cultureel, demografisch, economisch en politiek
4. interne/externe relaties → binnen de regio (intern) en contacten met
regio’s (extern)
Geomorfologie: vorm van de aarde, het landschap verandert
1. Andesgebergte: gemiddeld > 4000m, veel actieve vulkanen
2. Tropisch laagland: 3 grote rivieren (n>z); Orinoco, Amazone en Paraquay/Paraná
3. Hoogland: van Guyana en van Brazilië
4. Altiplano: hoogvlakte met gemiddelde hoogte van >4000m
5. Patagonië: hoogvlakte van 500-1500 meter
Ontstaan Altiplano: Door extra druk bij convergentie worden de platen bij breuken flink in
elkaar gedrukt, waarbij het gebied wordt opgeheven tot ruim 4.000 m hoogte.
Paragraaf 2
Factoren die klimaat bepalen:
1. breedteligging
2. hoogteligging
3. zeestromen
4. windpatronen
5. ligging gebergten
Groot deel Z-A onder invloed van ITCZ (geen rechte lijn doordat water niet doordringbaar is
door continue beweging, land warmt sneller op) door ligging in tropische luchtstreek = altijd
warm, opstijgende lucht, lagedrukgebied aan aardoppervlak
→ ITCZ verschuift dus:
> Juli & augustus ITCZ op 10 NB en januari op 20 ZB = regengebieden schuiven mee,
plekken met ½ natte en droge perioden per jaar
Convergentie: naar elkaar toe
Divergentie: van elkaar weg
Transform: langs elkaar heen
,Wet van Buys Ballot
Zuidelijk Halfrond: draaiing naar links
Noordelijk Halfrond: draaiing naar rechts
Passaten
Op de Grote Oceaan en Atlantische Oceaan liggen bij de keerkringen
hogedrukgebieden → lucht waait van H → L
- Op zuidelijk halfrond zuidoostpassaat naar ITCZ
- Op noordelijk halfrond noordoostpassaat naar ITCZ
Bij gebied waar “groen” en “grijs” aan andere kanten liggen= windrichting van andere kant
Geen gebergten = overal hetzelfde klimaat → stuwingsregen, loefzijde (regen) en
lijzijde (droog)
Oostkant
Wind: aanlandige passaat - stuwingsregen aan loefzijde van kustgebergte Brazilië -
zuidelijker aan oostkant geen kustgebergte, dus vochtige lucht verder landinwaarts.
Zeestromen en Geomorfologie: warme zuid-equatoriale stroom splitst bij
oostelijk punt Brazilië naar noorden en zuiden →
- restant z-e stroom stroomt naar het noorden en zuiden (=Braziliëstroom)
- bij Kaap Frió buigt warme Braziliëstroom naar de oceaan af → koude
Falklandstroom kan tot Kaap Frió stromen
Westkant
Droog/weinig invloed Grote Oceaan door:
, 1. aflandige wind (passaat)
2. koude zeestroom
3. ligging Andesgebergte
→ temperatuur aan Westkant lager, minder verdamping, minder neerslag.
Zuiden
Zuiden (westen): gematigd zeeklimaat met neerslag in alle jaargetijden (Cf)
- Oorzaak: aanlandige westenwinden en stuwingsregen (loefzijde) - lijzijde bergen
woestijn- en steppeklimaat
Poolwind uit Zuiden neemt koude lucht mee(=pamperos) → in winter extreme
lage temperaturen mogelijk → koude lucht kan ver landinwaarts komen
● Biomen: verschillende vegetatietypen → köppen
Landschapzones
1. Tropische Zone
2. Subtropische Zone
3. Gematigde Zone
4. Boreale Zone
5. Polaire Zone
6. Aride Zone
Tropisch plantengroei: spreiding in natuurlijke zones in lijn met spreiding van klimaten (muv
Andesgebergte)
Tropisch Regenwoud = Selva
> Altijd minimaal 18 graden, minimaal 2000 mm neerslag per jaar
> Tropische bodem:
- onvruchtbaar door dunne humuslaag en uitspoeling vanwege neerslag
- roestvorming; ijzer en aluminiumverbinding niet oplossen, door ontbreken
van humuszuur → rode kleur in bodem= latosol
Mangrove
> tropisch, uitmonding delta, laag (suriname)
> zeldzaam en bijzonder ecosysteem
> brak water (zout en zoet) in rivierdalen en langs de kust
> wortels boven water om zuurstof op te nemen
> beschermen tegen erosie en stormschade
Savanne
= tropisch grasland met bomen en struiken
1. Cerrado: boomsavanne → bomen dicht op elkaar (Brazilië)
2. Ilanos: grassavanne met wat bomen → gras + dunne lage bomen
3. Caatinga: savanne met doornachtige struiken
Pampa
In Oosten van Argentinië:
- Uitgestrekte graslanden