Facilitair huishouden:
1. Huishouden (schoonmaakwerkzaamheden, textielverzorging en
onderhoudswerkzaamheden)
2. chemie
3. rekenen
Huishouden:
begrippen:
Cure: het genezen van een aandoening
Care: het zorgen voor de gevolgen van een aandoening
Eerstelijnszorg: zorg waar u zelf zonder verwijzing naar toe kunt gaan
Tweedelijnszorg: zorg waar je een verwijzing voor nodig hebt
Ambulant: zorg die niet plaatsgebonden is. Ondersteuning die thuis of elders buiden de zorginstelling
plaatsvind
Intramuraal: zorg die geboden wordt in een zorginstelling, zoals een verpleeghuis, een instelling voor
verstandelijk gehandicapten of een ggz-instelling.
Extramuraal: zorg aan cliënten die niet in een instelling verblijven.
wet- en regelgeving ten aanzien van zorg:
ZVW: Zorgverzekeringswet. Zorg kan bestaan uit een behandeling, een dienst of een product.
WMO: Gemeenten moeten ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.
De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning
WLZ: De Wet langdurige zorg regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met
een handicap en mensen met een psychische aandoening.
CIZ: Het Centrum Indicatiestelling Zorg beoordeelt aanvragen voor voorzieningen uit de Wet
langdurige zorg (WlZ) en geeft hier indicaties voor.
PGB: Een persoonsgebonden budget is een bedrag waarmee iemand zelf zorg of ondersteuning
inkoopt.
Doelgroepen:
Kwetsbare groepen
- mensen met een lichamelijke beperking
- mensen met chronische psychische problemen
- mensen met een verstandelijke beperking
- mensen met psychosociale (inclusief materiele) problemen
- mensen met lichte opvoed-en opgroeiproblemen
- mensen die betrokken zijn bij huishoudelijk geweld
- mensen die uitgestoten (dreigen te) worden wegens hun seksuele oriëntatie
- mensen met meervoudige problematiek (waaronder verslaafden)
kwetsbare groepen ( verminderde weerstand, zijn gevoeliger voor voedselinfecties en worden niet
altijd beter)
- zwangere vrouwen
- baby’s
- jonge kinderen
- ouderen
zieken
1
,Schoonmaakwerkzaamheden:
Professioneel handelen:
- hygiëne -> zo min mogelijk in aanraking komen met ziekteverwekkers. Begin met
persoonlijke hygiëne, regels en richtlijnen die bijdragen aan hygiëne:
van droog naar nat
van schoon naar vuil
van boven naar beneden
- veiligheid -> bewust omgaan met materialen middelen en stoffen. Ook hier geldt de
professional bepaalt of er sprake is van een 3 (risicovolle) situatie en bepaalt vervolgens of
een taak wel of niet wordt uitgevoerd. Een risicovolle situatie kan worden bepaald door:
gladheid, scherpe en hete voorwerpen, chemische middelen en stabiliteit van materialen.
- ergonomie -> zo efficiënt mogelijk werken, zonder gezondheidsklachten en veiligheidsrisico’s
- milieu -> verspilling tegengaan. De professional is alert, bewust en draagt samen met
collega’s bij aan de CO2 reductie
- methodisch handelen –> handelen volgens een bepaald proces van logisch handelen aan een
oplossing. Proces bestaat uit de volgende stappen:
informatie verzamelen
informatie interpreteren
oplossingen kiezen
tussentijds en achteraf evalueren of de gekozen oplossing heeft bijgedragen aan de hulpvraag
kenmerken van methodisch werken
Systematisch = Het proces kent diverse stappen maar is er wel sprake van samenhang tussen de
stappen
Planmatig = De hulpvraag is bekend evenals het doel wat bereikt dient te worden, daarvoor worden
plannen opgesteld of wordt er gebruik gemaakt van bestaande werkwijzen.
Doelgericht = Er is een hulpvraag en methodisch werken is erop gericht een antwoord te geven op de
hulpvraag
Resultaatgericht = De hulpvraag wordt vertaald naar een doel en dat dient te worden bereikt
Chronologisch = De volgorde van de stappen wordt aangehouden
Rationeel = De professional handelt bewust
Procesmatig = Het proces stuurt aan op het volgen van de diverse stappen. Een volgende stap kan
pas worden ondernomen als de voorgaande met succes is afgerond
Inzichtelijk = De professional kan het eigen handelen verantwoorden
Overdraagbaar en leerbaar = Door dat protocollen, werkwijzen, processen en methodes zijn
beschreven kunnen anderen daarvan gebruik maken en leren
Context gebonden = De hulpvraag vindt plaats in een bepaalde context. De professional weert de
gekozen werkwijze, protocol enzovoorts toe te passen in die specifieke context.
Doel schoonmaken:
- hygiëne
- onderhoud
- subjectieve redenen
voordelen van richtlijnen:
- duidelijkheid
- uniformaliteit
- doelmatig
2
, handen reinigen na:
- toilet gebruik
- vlees snijden
- maaltijden bereiden
- niezen
- kind verschonen
- wond contact
-
Zelfredzaamheid:
de mate waarin de leden van het huishouden in staat zijn zelfstandig een huishouding te voeren.
Wanneer een partner en/of kinderen een belangrijk aandeel in de zorg zijn voor de client noemen we
dit mantelzorgers.
Uitgangspunt bij huishoudelijke hup is; zelfredzaamheid zo veel mogelijk te handhaven of te
bevorderen.
1. Bereiken of behouden van een zo zelfstandig mogelijke functioneren van het huishouden.
Dat wil zeggen:
- Handhaven of verbeteren van de kwaliteit van de bestaande leefsituatie
- Vertragingen van verdere achteruitgang
2. Voorbereiden op opname in een verpleeghuis, ziekenhuis of verzorgingshuis.
Kernwaarden belevingsgerichte zorg:
- Gezamenlijkheid
- Gelijkwaardigheid
- Respect voor autonomie
- Gepastheid
-
Beroepseisen belevingsgerichte zorg :
- Vertrouwensrelatie kunnen aangaan;
- Overleggen en samenwerken
- Goed om kunnen gaan met de emoties van een client
- Observeren signaleren en controleren:
-
Schoonmaakfrequentie, soorten schoonmaakbeurten en de ruimtes in huis:
Ruimten ( 6 soorten in een huishouden)
- woonruimte (woonkamer, eetkamer, werkkamer);
- keuken (keuken, bijkeuken);
- slaapruimte (ouders, kinderen, logeerkamer);
- sanitaire ruimten (badkamer, douche, toilet);
- verkeersruimten (gang, hal, trap, overloop);
- bergruimten (zolder, garage, kelder, schuur, berging).
Frequentie: de volgende factoren hebben invloed op de frequentie van schoonmaken:
- storingsgrens van de gebruikers -> of men zich snel aan vuil stoort
- bezittingsgraad -> bauw en inrichting van het huis
- gebruikersdiscipline -> discipline van personen om het huis netjes te houden.
schoonmaakbeurten:
- eindbeurt -> vervuiling van een ruimte wordt toegebracht tot een minimum
- tussenbeurt -> langzaam optredende vervuiling
- dagelijkse beurt -> snelle vervuiling tegengaan
3
1. Huishouden (schoonmaakwerkzaamheden, textielverzorging en
onderhoudswerkzaamheden)
2. chemie
3. rekenen
Huishouden:
begrippen:
Cure: het genezen van een aandoening
Care: het zorgen voor de gevolgen van een aandoening
Eerstelijnszorg: zorg waar u zelf zonder verwijzing naar toe kunt gaan
Tweedelijnszorg: zorg waar je een verwijzing voor nodig hebt
Ambulant: zorg die niet plaatsgebonden is. Ondersteuning die thuis of elders buiden de zorginstelling
plaatsvind
Intramuraal: zorg die geboden wordt in een zorginstelling, zoals een verpleeghuis, een instelling voor
verstandelijk gehandicapten of een ggz-instelling.
Extramuraal: zorg aan cliënten die niet in een instelling verblijven.
wet- en regelgeving ten aanzien van zorg:
ZVW: Zorgverzekeringswet. Zorg kan bestaan uit een behandeling, een dienst of een product.
WMO: Gemeenten moeten ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.
De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning
WLZ: De Wet langdurige zorg regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met
een handicap en mensen met een psychische aandoening.
CIZ: Het Centrum Indicatiestelling Zorg beoordeelt aanvragen voor voorzieningen uit de Wet
langdurige zorg (WlZ) en geeft hier indicaties voor.
PGB: Een persoonsgebonden budget is een bedrag waarmee iemand zelf zorg of ondersteuning
inkoopt.
Doelgroepen:
Kwetsbare groepen
- mensen met een lichamelijke beperking
- mensen met chronische psychische problemen
- mensen met een verstandelijke beperking
- mensen met psychosociale (inclusief materiele) problemen
- mensen met lichte opvoed-en opgroeiproblemen
- mensen die betrokken zijn bij huishoudelijk geweld
- mensen die uitgestoten (dreigen te) worden wegens hun seksuele oriëntatie
- mensen met meervoudige problematiek (waaronder verslaafden)
kwetsbare groepen ( verminderde weerstand, zijn gevoeliger voor voedselinfecties en worden niet
altijd beter)
- zwangere vrouwen
- baby’s
- jonge kinderen
- ouderen
zieken
1
,Schoonmaakwerkzaamheden:
Professioneel handelen:
- hygiëne -> zo min mogelijk in aanraking komen met ziekteverwekkers. Begin met
persoonlijke hygiëne, regels en richtlijnen die bijdragen aan hygiëne:
van droog naar nat
van schoon naar vuil
van boven naar beneden
- veiligheid -> bewust omgaan met materialen middelen en stoffen. Ook hier geldt de
professional bepaalt of er sprake is van een 3 (risicovolle) situatie en bepaalt vervolgens of
een taak wel of niet wordt uitgevoerd. Een risicovolle situatie kan worden bepaald door:
gladheid, scherpe en hete voorwerpen, chemische middelen en stabiliteit van materialen.
- ergonomie -> zo efficiënt mogelijk werken, zonder gezondheidsklachten en veiligheidsrisico’s
- milieu -> verspilling tegengaan. De professional is alert, bewust en draagt samen met
collega’s bij aan de CO2 reductie
- methodisch handelen –> handelen volgens een bepaald proces van logisch handelen aan een
oplossing. Proces bestaat uit de volgende stappen:
informatie verzamelen
informatie interpreteren
oplossingen kiezen
tussentijds en achteraf evalueren of de gekozen oplossing heeft bijgedragen aan de hulpvraag
kenmerken van methodisch werken
Systematisch = Het proces kent diverse stappen maar is er wel sprake van samenhang tussen de
stappen
Planmatig = De hulpvraag is bekend evenals het doel wat bereikt dient te worden, daarvoor worden
plannen opgesteld of wordt er gebruik gemaakt van bestaande werkwijzen.
Doelgericht = Er is een hulpvraag en methodisch werken is erop gericht een antwoord te geven op de
hulpvraag
Resultaatgericht = De hulpvraag wordt vertaald naar een doel en dat dient te worden bereikt
Chronologisch = De volgorde van de stappen wordt aangehouden
Rationeel = De professional handelt bewust
Procesmatig = Het proces stuurt aan op het volgen van de diverse stappen. Een volgende stap kan
pas worden ondernomen als de voorgaande met succes is afgerond
Inzichtelijk = De professional kan het eigen handelen verantwoorden
Overdraagbaar en leerbaar = Door dat protocollen, werkwijzen, processen en methodes zijn
beschreven kunnen anderen daarvan gebruik maken en leren
Context gebonden = De hulpvraag vindt plaats in een bepaalde context. De professional weert de
gekozen werkwijze, protocol enzovoorts toe te passen in die specifieke context.
Doel schoonmaken:
- hygiëne
- onderhoud
- subjectieve redenen
voordelen van richtlijnen:
- duidelijkheid
- uniformaliteit
- doelmatig
2
, handen reinigen na:
- toilet gebruik
- vlees snijden
- maaltijden bereiden
- niezen
- kind verschonen
- wond contact
-
Zelfredzaamheid:
de mate waarin de leden van het huishouden in staat zijn zelfstandig een huishouding te voeren.
Wanneer een partner en/of kinderen een belangrijk aandeel in de zorg zijn voor de client noemen we
dit mantelzorgers.
Uitgangspunt bij huishoudelijke hup is; zelfredzaamheid zo veel mogelijk te handhaven of te
bevorderen.
1. Bereiken of behouden van een zo zelfstandig mogelijke functioneren van het huishouden.
Dat wil zeggen:
- Handhaven of verbeteren van de kwaliteit van de bestaande leefsituatie
- Vertragingen van verdere achteruitgang
2. Voorbereiden op opname in een verpleeghuis, ziekenhuis of verzorgingshuis.
Kernwaarden belevingsgerichte zorg:
- Gezamenlijkheid
- Gelijkwaardigheid
- Respect voor autonomie
- Gepastheid
-
Beroepseisen belevingsgerichte zorg :
- Vertrouwensrelatie kunnen aangaan;
- Overleggen en samenwerken
- Goed om kunnen gaan met de emoties van een client
- Observeren signaleren en controleren:
-
Schoonmaakfrequentie, soorten schoonmaakbeurten en de ruimtes in huis:
Ruimten ( 6 soorten in een huishouden)
- woonruimte (woonkamer, eetkamer, werkkamer);
- keuken (keuken, bijkeuken);
- slaapruimte (ouders, kinderen, logeerkamer);
- sanitaire ruimten (badkamer, douche, toilet);
- verkeersruimten (gang, hal, trap, overloop);
- bergruimten (zolder, garage, kelder, schuur, berging).
Frequentie: de volgende factoren hebben invloed op de frequentie van schoonmaken:
- storingsgrens van de gebruikers -> of men zich snel aan vuil stoort
- bezittingsgraad -> bauw en inrichting van het huis
- gebruikersdiscipline -> discipline van personen om het huis netjes te houden.
schoonmaakbeurten:
- eindbeurt -> vervuiling van een ruimte wordt toegebracht tot een minimum
- tussenbeurt -> langzaam optredende vervuiling
- dagelijkse beurt -> snelle vervuiling tegengaan
3