Leerdoelen van hoofdstuk 2:
1. Toelichting van 3 componenten van attitudes
2. Het verband tussen attitude en gedrag uitleggen
3. Belangrijkste attitudes t.a.v werk kunnen beschrijven
4. 2 methodes om werktevredenheid mee te meten kunnen uitleggen
5. Benoemen van voornaamste bronnen van werktevredenheid
6. Benoemen van 3 uitkomsten van werktevredenheid.
7. 4 soorten reacties van werknemers op ontevredenheid kunnen noemen
2.1 Attitude
Attitude: Een attitude is een houding die je hebt tegenover iets/iemand/ een
situatie.
1
De 3 componenten van een attitude:
> Cognitieve aspect: jou eigen mening/oordeel/perceptie
> Affectieve aspect: het gevoel wat je ergens over hebt (als resultaat van je
cognitie).
> Gedragsaspect: Hoe je je gedraagt t.a.v die persoon/gebeurtenis/voorwerp.
Cognitieve dissonantie: Wanneer je een verschil merkt tussen gedrag en
attitudes.
De manieren om dissonantie te veranderen:
> Attitude verandering
> Gedrag verandering
> De dissonantie rationaliseren
Factoren waarom je wel/niet iets aan dissonantie wilt doen:
> Het belang van de desbetreffende attitudes / vind je het belangrijk
> De invloed die je denkt te hebben / denk je er iets aan te kunnen doen
> Beloning van dissonantie als een manier van rationalisering / bv:
omkoopschandaal -> “Iedereen zou het hebben gedaan”.
Moderatorvariabelen: variabelen die een verband tussen 2 dingen juist sterker
maakt of onderdrukt.