LEERDOEL 1: WAT IS HET CONSTRUCT IVISME (+VERSCHIL MET TRADITIONEEL
LEREN)
Historisch perspectief:
- Voor 1960: leerkracht speelt hoofdrol en is de informatiebron en de leerlingen zijn de ontvangers en
moeten deze informatie reproduceren.
- Na 1960: aandacht voor actiever leren (=student centered). Leraren zorgden voor meer ruimte voor inbreng
van de leerlingen. Leerlingen moesten eigen zoektocht maken naar de antwoorden.
- Dewey: tegenstander van passief leren. Kind leert het best actief en door te doen. Onderwijs moet
daarbij niet enkel gericht zijn op academische onderwerpen en vaardigheden, maar ook pragmatisch
(nuttig, bruikbaar).
- Vanaf de jaren 60 is de rol van de leerkracht sterk veranderd: in plaats van de leerling de vraag en het
antwoord te geven, kwam er meer ruimte voor leerlingen hun eigen antwoorden te formuleren en exploreren.
Dit zorgde ook voor nieuwe instructiestrategieën die de leerling als een actieve agent in zijn of haar
leerproces beschouwt (i.p.v. passief zoals dat hiervoor was). Deze strategieën worden student-centered of
inquiry based instruction genoemd / onderzoekgebaseerde instructie.
Let op vroeger versus nu is niet zo zwart-wit, nu zien we ook nog steeds het cognitivisme terug
CONSTRUCTIVISME
Constructivistische theorieën houden zich bezig met hoe mensen een mening vormen en kennis opbouwen uit
eerdere ervaringen.
Constructivisme is een reactie op het cognitivisme (informatieverwerkingsprocesmodellen). Deze visie gaat
uit van een toename van kennis in het geheugen van kinderen door instructie.
Het constructivisme focust op de leerling die zijn eigen begrip opbouwt.
Het constructivisme is echter een theorie over kennis opdoen en geen pedagogische theorie.
Voorzichtigheid is geboden wanneer de instructie wordt gelabeld als constructivistische, omdat het
constructivisme is gesitueerd op het prescriptive level (= constructivisme als instructie gebaseerd op
onderzoek → PGO), als leertheorie, aan de andere kant, is dit gesitueerd aan het descriptive level
(beschrijving opbouwen kennis). Hier moet dus een brug tussen worden geslagen om het ook in het klaslokaal
toe te kunnen passen → veel verschillende opvattingen over wat constructief is.
- Inquiry based instruction / Instructie gebaseerd op onderzoek is een goed voorbeeld van een
constructivistische theorie.
Constructivistische basiselementen:
- Voorkennis: de nadruk ligt op de constructie van kennis, dit vormt de essentie van het constructivisme. De leerling
probeert hierbij nieuwe kennis met voorkennis (oude kennis) te integreren;
- Sociale onderhandeling: leerlingen kunnen veel van elkaar leren, vanuit dit principe zou leren dus
moeten bestaan uit sociale onderhandeling. Er wordt verondersteld dat communicatie over het
onderwerp gefaciliteerd wordt door het samenwerken met medestudenten, vanwege de gelijke
begripsniveaus die zij hebben. Ook kan student-discussie dienen als een pijler van voorkennis en
begrip;
- Zelfsturing: doelen stellen, plannen maken en het monitoren van het eigen leerproces zijn belangrijke focuspunten van
constructivistische leervisies. Zelfgestuurd leren zou bijdragen aan het leerproces;
- Betekenisvolle taken: Constructivistische leerbenaderingen gebruiken betekenisvolle taken in het onderwijs om
leersituaties overeenkomstig te maken met latere professionele situaties.
Instructiemethoden geabseerd op inquiry
Volgens Barrows (1986) zijn er 3 belangrijke variabelen te onderscheiden die kunnen variëren in
verschillende student-gecentreerde benaderingen:
- Het ontwerp en format van het probleem, project of case;
- De mate waarin het leren leerkracht-gecentreerd of leerling-gecentreerd is;
- De volgorde waarin problemen of taken aangeboden worden en informatie verworven wordt.
Op basis van deze 3 principes kan er een vergelijking worden gemaakt tussen:
- Inquiry-based learning (IBL)
1