2. Hoe hebben deze gezinnen zich ontwikkeld?
De Graaf, A. (2011). Gezinnen in beweging
Inleiding
Het traditionele gezin – vader, moeder en kinderen – niet meer de enige gezinsvorm.
Gezin: elk leefverband van één of meer volwassenen die verantwoordelijkheid dragen voor de
verzorging en opvoeding van één of meer kinderen, ongeacht leeftijd van de kinderen.
Gezinnen
Huishoudens bestaan steeds vaker uit één persoon en minder vaak uit paren met kinderen.
Het totale aandeel huishoudens met kinderen is gedaald. In de maatschappelijk meest actieve
periode van het leven (tussen 35 en 50 jaar) is het gezin nog steeds een gangbare
samenlevingsvorm.
Aantal huishoudens sterk gegroeid. Stijging doordat mensen steeds vaker, al dan niet tijdelijk, alleen
wonen. Jongeren, gescheidenen en ouderen die weduwe of weduwnaar zijn geworden.
1. Een- en tweeoudergezinnen
2. Andere gezinsvormen
Decennialang was het tweeoudergezin met gehuwde ouders de hoeksteen van de samenleving.
Andere gezinsvormen bijv. niet-gehuwd samenwonen. Veranderingen in de gezinssituatie, zoals
scheiding van de ouders.
o Co-ouderschap neemt toe. Co-ouderschap: het kind woont deels bij de vader en deels bij
de moeder.
o Meer stiefgezinnen. Samengestelde gezinnen: met kinderen uit eerdere relaties van
beide ouders.
o Steeds meer pleegkinderen. Uithuisplaatsing van de kinderen als er problemen zijn in
een gezin en hulp niet meer toereikend is voor ouders en/of kinderen. Pleegzorg blijft
het dichtst bij de natuurlijke situatie.
o Minder adopties. Juridische mogelijkheid van adoptie in Nederland sinds jaren ‘50. Twee
categorieën:
Gewone adopties. Geen van de adoptieouders is de biologische ouder.
Sterke toename vanaf jaren ’60, maar einde in jaren ’80.
Stiefouderadopties. De nieuwe partner van de moeder of vader adopteert het
kind.
o Bijna 5 duizend gezinnen met twee vrouwen. Sinds 1998 kunnen homoseksuele stellen
hun relatie wettelijk laten vastleggen als een geregistreerd partnerschap. Sinds 2001 is
het huwelijk opengesteld voor paren van gelijk geslacht.
Ontwikkelingen in het aantal gezinnen en hun kenmerken
Aantal tweeoudergezinnen daalt de komende jaren. Verwachting: toename aantal
eenoudergezinnen, afname aantal tweeoudergezinnen.
Minder gezinnen met drie of meer kinderen. Verwachting: daling aantal gezinnen met twee
kinderen de komende 15 jaar. Aantal grote gezinnen met thuiswonende kinderen is al aan het
afnemen.
Steeds meer oudere ouders. Leeftijd van ouders met thuiswonende kinderen is de afgelopen 15
jaar gestegen. Te maken met het uitstel van het ouderschap in de afgelopen decennia.
Meer hoogopgeleide paren. Door de emancipatiebewegingen is de ongelijkheid tussen mannen
en vrouwen op sociaaleconomisch gebied afgenomen. Tegenwoordig ongeveer dezelfde
opleidingskansen > kleiner opleidingsverschil tussen partners > meer ‘opleidingshomogamie’.