Samenvatting de Bestuurlijke Kaart
van de EU
H2 De institutionele architectuur van de EU
2.1 Casus: de Algemene verordening gegevensbescherming
AGV: privacy voor burgers en vereenvoudigen van de regels voor bedrijven die met
persoonlijke gegevens werken.
Kenmerken besluitvormingsprocessen EU
Verschillende instellingen betrokken (commissie, parlement, raad, regeringen etc)
Besluitvorming op meerdere niveaus (multi-level-proces) (EU, nationale regeringen,
bedrijven)
Langdurig proces
2.2 Intergouvernementalisme en supranationalisme
Intergouvernementele besluitvorming: regeringen hebben touwtjes in handen. Bijna geen
enkel besluit kan worden genomen zonder instemming van regeringen van lidstaten.
Zuivere intergouvernementele besluitvorming: regering heeft veto
Supranationalisme: rol van regeringen wordt beperkt door inbreng van instellingen die niet
bij een bepaald land horen.
uninamiteit: voordeel: regering kon besluit altijd tegenhouden, weinig vooruitgang
Gekwalificeerde meerderheid: regering heeft geen veto.
mulit-level governacne: meerlagig bestuurssysteem
2.3 Wat voor besluiten neemt de EU?
Soorten besluiten:
Verordeningen: direct bindend voor alle burgers in de EU. Treden automatisch in
werking op de dag dat ze worden aangenomen.
Beschikkingen: bindend voor alleen individuen of organisaties tot wie ze zijn gericht
Richtlijnen: (bindende) opdrachten aan lidstaten om hun nationale wetgeving aan te
passen, nadere invulling wordt vrijgelaten
Aanbevelingen en adviezen: niet bindend
, 2.4 Drie fasen in de besluitvorming
2.4.1 Fase 1: de beleidsvoorbereiding
Voorstel doen (commissie heeft exclusief recht van initiatief).
lobbyen in Brussel tegen of voor bepaalde wetgeving,
instelling expertgroep: helpt bij opstellen van een voorstel (vertegenwoordigers van
lidstaten/ambtenaren en belanghebbenden)
2.4.2 Fase 2: de formele besluitvorming
Gewonde wetgevingsprocedure: raad beslist met gekwalificeerde meerderheid
Bijzondere wetgevingsprocedures: Raad beslist met unanimiteit. Supranationale instellingen
spelen geen//kleine rol.
Efficiëntie: commissie moet centrale rol hebben en stemmen met gekwalificeerde
meerderheid
Democratisch: rol van parlement moet worden vergroot langer proces
Nationale controle
2.4.3 Fase 3: de uitvoering van beleid
Nationaal niveau: Richtlijnen moeten worden omgezet in nationale wet- of regelgeving door
lidstaten.
EU niveau: commissie ziet toe op naleving (gecontroleerd door lidstaten)
2.5 De gewone wetgevingsprocedure
2.5.1 De werking van de gewone wetgevingsprocedure
1e lezing: Parlement heeft standpunt en kan amendementen aannemen. Raad neemt
met gekwalificeerde meerderheid aan of niet.
2e lezing: Parlement keurt voorstel van Raad goed of af of neemt amendementen op.
commissie geeft aan welke amendementen aanvaardbaar zijn. Raad stemt met
gekwalificeerde meerderheid (behalve bij amendementen die commissie niet
van de EU
H2 De institutionele architectuur van de EU
2.1 Casus: de Algemene verordening gegevensbescherming
AGV: privacy voor burgers en vereenvoudigen van de regels voor bedrijven die met
persoonlijke gegevens werken.
Kenmerken besluitvormingsprocessen EU
Verschillende instellingen betrokken (commissie, parlement, raad, regeringen etc)
Besluitvorming op meerdere niveaus (multi-level-proces) (EU, nationale regeringen,
bedrijven)
Langdurig proces
2.2 Intergouvernementalisme en supranationalisme
Intergouvernementele besluitvorming: regeringen hebben touwtjes in handen. Bijna geen
enkel besluit kan worden genomen zonder instemming van regeringen van lidstaten.
Zuivere intergouvernementele besluitvorming: regering heeft veto
Supranationalisme: rol van regeringen wordt beperkt door inbreng van instellingen die niet
bij een bepaald land horen.
uninamiteit: voordeel: regering kon besluit altijd tegenhouden, weinig vooruitgang
Gekwalificeerde meerderheid: regering heeft geen veto.
mulit-level governacne: meerlagig bestuurssysteem
2.3 Wat voor besluiten neemt de EU?
Soorten besluiten:
Verordeningen: direct bindend voor alle burgers in de EU. Treden automatisch in
werking op de dag dat ze worden aangenomen.
Beschikkingen: bindend voor alleen individuen of organisaties tot wie ze zijn gericht
Richtlijnen: (bindende) opdrachten aan lidstaten om hun nationale wetgeving aan te
passen, nadere invulling wordt vrijgelaten
Aanbevelingen en adviezen: niet bindend
, 2.4 Drie fasen in de besluitvorming
2.4.1 Fase 1: de beleidsvoorbereiding
Voorstel doen (commissie heeft exclusief recht van initiatief).
lobbyen in Brussel tegen of voor bepaalde wetgeving,
instelling expertgroep: helpt bij opstellen van een voorstel (vertegenwoordigers van
lidstaten/ambtenaren en belanghebbenden)
2.4.2 Fase 2: de formele besluitvorming
Gewonde wetgevingsprocedure: raad beslist met gekwalificeerde meerderheid
Bijzondere wetgevingsprocedures: Raad beslist met unanimiteit. Supranationale instellingen
spelen geen//kleine rol.
Efficiëntie: commissie moet centrale rol hebben en stemmen met gekwalificeerde
meerderheid
Democratisch: rol van parlement moet worden vergroot langer proces
Nationale controle
2.4.3 Fase 3: de uitvoering van beleid
Nationaal niveau: Richtlijnen moeten worden omgezet in nationale wet- of regelgeving door
lidstaten.
EU niveau: commissie ziet toe op naleving (gecontroleerd door lidstaten)
2.5 De gewone wetgevingsprocedure
2.5.1 De werking van de gewone wetgevingsprocedure
1e lezing: Parlement heeft standpunt en kan amendementen aannemen. Raad neemt
met gekwalificeerde meerderheid aan of niet.
2e lezing: Parlement keurt voorstel van Raad goed of af of neemt amendementen op.
commissie geeft aan welke amendementen aanvaardbaar zijn. Raad stemt met
gekwalificeerde meerderheid (behalve bij amendementen die commissie niet