DOR H1: De geografie van regio’s: regio’s in de geografie
1.1
Regio’s lijken steeds meer op elkaar, zegt men al sinds een jaar en een dag. Vaak aangeduid met
McDonaldization; niet zozeer het oprukken van de vestigingen zelf, maar de opmars van de principes
waarmee de fastfoodrestaurants worden gerund. Hij onderscheid er 4: Maximale efficiëntie, het
meten van alles in kosten en baten, voorspelbaarheid voor de klant, en het beheersen van zaken met
behulp van geavanceerde technologie. Ze lijken universele principes te worden van een
gestandaardiseerde wereldsamenleving.
Het proces van integratie en nivellering heeft echter tegenkrachten opgeroepen. Globalisering en
regionalisering lijken hand in hand te gaan. Niet alleen in de economie, maar ook in het persoonlijk
leven van veel mensen zijn regio’s belangrijk. De moderne mens blijkt geen kosmopoliet, maar
iemand die emotioneel verbonden is aan de eigen regio. Regionalisme in een vriendelijke vorm mag
weer in Nederland (Limburgse volkslieden etc.).
Van het nationale ruimtelijke beleid, met dikke nota’s is weinig meer over. Ruimtelijke plannen zijn
een zaak van provincies en gemeenten geworden. Ook voor het tegengaan van regionale verschillen
in welvaart is geen steun en geld uit Den Haag te verwachten. Endogene regionale ontwikkeling –
vanuit de eigen regio met samenwerkende actoren en organisaties – is tegenwoordig het devies. Van
Brussel komt er wel geld om regionale verschillen in welvaart te verminderen.
Regionalisme wint ook in Europa aan daadkracht. De EU staat dan ook niet onwelwillend tegenover
de regio. Naast upscaling, is er sprake van downscaling (laag niveau besluiten – subsidiariteit). Meer
en meer concurreren regio’s niet alleen om aandacht en geld van bovenregionale overheden, maar
ook om de gunst van transregionale en transnationale bedrijven. Aan regio en city marketing worden
dan ook gigantische bedragen uitgegeven.
1.2
De regio is niet altijd even belangrijk geweest in de sociale geografie. In de jaren ’60 en ’70 kwam
namelijk de spatial analysis op; ook in de sociale geografie werden wetten geformuleerd over de
structuur en ontwikkeling van samenlevingen en hun gebruik van ruimte. Ze zagen wel in dat deze
wetten minder ‘vast’ stonden dan in de natuurkunde of wiskunde. Daarom werd er gezocht naar
wetmatigheden, i.p.v. wetten. (probabilistische wetten, niet deterministische wetten).
In het algemeen: in de ruimtelijke analyse was de gedachte dat overeenkomsten interessanter waren
dan verschillen. In de ruimtelijke spreiding van verschijnselen zou een universele (dus niet
regiospecifiek) orde te ontdekken zijn, die tot stand werd gebracht door ruimtelijke wetten of
wetmatigheden (bv. Christaller).
Veel succes had de ruimtelijke analyse niet. Aanvankelijk dacht men dat dit kwam doordat het pas
bestond. Later werd echter duidelijk dat het gebrek aan succes kwam doordat de werkelijkheid van
sociale wetenschappen van plaats tot plaats anders is. Overeenkomsten zijn er wel, maar die
beperken zich van gebied tot gebied en van periode tot periode. Dit besef heeft gezorgd voor een
terugkeer van her regionale belang in de sociale geografie.
, 2
Dankzij het postmodernisme is in de sociale geografie het bewustzijn verscherpt dat geografische
kennis een geconstrueerd karakter heeft, en dat impliciete standpunten, vooringenomenheden en
belangen in die constructies aanwezig zijn. Regio’s ontstaan dus niet onafhankelijk van de objectieve
werkelijkheid, maar zijn constructies van onderzoekers, bestuurders en anderen.