Middeleeuwen 500-1500
Pedagoog Imam al- Ghazzali
Het is moeilijk om de opvoeding in de middeleeuwen duidelijk te typeren omdat er geen
schriftelijk bronmateriaal is en de middeleeuwen duurde 1000 jaar, dat is een lange periode.
Drie belangrijke gebeurtenissen begin van de middeleeuwen (529)
1. De monnik Benedictus van Nursia stichtte in Italië het beroemde
benedictijnenklooster Monte Cassino. Het eerste op westerse leest geschoeide
klooster. De monniken kwamen hier wel achter de klooster muren vandaan en dat
was erg nieuw. Zo verrichte de monniken ook westerse arbeid. De monniken hielden
zich ook sterk bezig met de ontwikkelingen van het onderwijs en wetenschap.
Ora et Labora- bid en werk
2. De bepaling van de synode van Vaison in Zuid-Frankrijk. Alle pastoors in hun parochie
moesten leesonderwijs geven aan jongens die later misschien priester wilden worden.
Hierdoor ontstonden parochiescholen.
3. De sluiting van de door Plato gestichte Academie van Athene: het gedachtegoed van
de klassieke oudheid werd daar mee afgesloten. Er ontstond een nieuwe perioden: de
middeleeuwen.
Algemene typeringen:
- Sterke verwevenheid met het christendom en de kerk met de samenleving.
- Standen samenleving: vorsten, de geestelijkheid, de adel, de ridders en burgerij en de
lijfeigenen.
- Kerk stond centraal in het onderwijs
- Onkinderlijke visie op het kind
De drie standen:
1. De Wehrstand: adel en ridders.
2. De Lehrstand: de geestelijkheid met haar onderricht, haar leer.
3. De Nährstand: de boerenbevolking.
De mensen in de middeleeuwen werden bezig met het hier en nu maar ook met het leven na
de dood. Dit kwam vooral omdat het sterftecijfer erg hoog lag, de mensen gingen dood aan
hongersnoden, oorlogen en epidemische ziekten. De inzet voor liefdadigheid was erg groot
dit kwam waarschijnlijk omdat de mensen een goed leven na de dood wilde.
Memento mori- gedenk te sterven
Kinderen werden gezien als kleine volwassenen in zakformaat (zie foto).
Kinderen werden beschouwd als toekomstig arbeidskracht, als verzekering
dat er voor de ouders gezorgd werd op de oude dag en als zekerheid dat de
familie bezitten binnen de familie bleven. Er was weinig sprake van affectie.
Het kind zijn werd dus gezien als een doorloop fase naar volwassenheid.
Ootmoed (humilitas) was zeer belangrijk en stond centraal.
Ootmoed: nederigheid en onderdanigheid.
Het ootmoedige mens zet zichzelf niet boven de ander maar houd rekening
met de medemens.
Een wederkerend proces: jij houd rekening met de ander bij een keuze die
1