Probleem 8: Problem Solving
Vignet A: Hoe los je een probleem op?
Vignet B: Waarom is het moeilijk om objecten een alternatieve functie toe te wijzen
Vignet C: Hoe werkt creatief denken en hoe werkt het (bij het oplossen van problemen)?
Gelezen boeken:
Matlin & Sternberg
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vignet A en B
Probleemoplossing
Mensen gebruiken problem solving wanneer ze een bepaald doel willen bereiken, maar wanneer de
oplossing voor dat probleem niet meteen duidelijk is doordat obstakels het pad blokkeren. Elk
probleem bevat drie eigenschappen, namelijk (1) de initial state (bijv. ik zit op mijn kamer, 10km
verwijderd van de stad), (2) de goal state (ik ben aan het shoppen in de stad) en (3) de obstacles (de
bus rijdt niet en niemand kan me een lift geven). Om problemen op te lossen, moet je nadenken.
Thinking vereist dat je verder gaat dan de informatie die is gegeven en heeft altijd een doel, zoals een
probleem oplossen of een besluit maken. Het oplossen van problemen verloopt volgens stappen.
Het begrijpen van het probleem
In probleemoplossing betekend understanding dat je een mentale representatie hebt geconstrueerd
van het probleem, gebaseerd op de informatie die in het probleem gegeven wordt en je eigen vorige
ervaringen. Om een probleem goed op te lossen moet je sowieso eerste het probleem echt begrijpen
(de mensen die klaagden over de langzame liften en waarbij het uiteindelijk eerder bleek te gaan over
de saaiheid in de wachtruimte). Om een probleem te begrijpen is het belangrijk dat er aandacht wordt
geschonken aan de belangrijke en relevante informatie vanuit het probleem. Het toewijzen van
aandacht is belangrijk omdat aandacht een beperkt iets is, en er bij te veel strijdende gedachten divided
attention ontstaat. Wanneer iemand besloten heeft welke informatie belangrijke en relevant is en
welke niet, is de volgende stap om een goede methode te vinden om het probleem te representeren.
Wanneer we een niet goede methode selecteren kan ons verwerkingssysteem onnodig overbelast
raken. Een aantal goede methoden zijn echter:
- Symbolen: het gebruiken van symbolen leren we al vroeg op school. Zo kunnen we de naam
Susan representeren door de letter S etc. Een nadeel van het gebruiken van symbolen is dat we
snel fouten maken bij het opslaan van woorden in symbolen (bijv. doordat we een probleem niet
goed begrijpen, maar zelfs wanneer we alles goed begrijpen kan het gebeuren).
- Matrixen: een matrix is een tabel waarin alle mogelijke combinaties van items in staan. Het
gebruiken van matrixen is erg effectief, duidelijk en gestructureerd en is vooral handig wanneer
een probleem complex is en relevante informatie categorisch is.
- Diagrammen, hier bedoeld als schematische afbeeldingen: diagrammen kunnen gecompliceerde
informatie in een duidelijke en concrete vorm weergeven zodat er meer mentale ruimte is in het
werkgeheugen voor andere probleemoplossingsactiviteiten. Ook kunnen mensen het gebruiken
van deze hulpmiddelen makkelijk onder de knie krijgen zonder al te veel training (geldt ook voor
matrixen). Een extra voordeel van diagrammen is dat ze mensen hun oogbewegingen naar
relevante gebieden van de diagram toe geleiden wat mensen helpt en ervoor zorgt dat ze
problemen succesvoller oplossen.
- Visuele afbeeldingen: deze kunnen ons doen ontsnappen aan de grenzen van traditionele,
concrete representaties. Ook is het een voordelig hulpmiddel voor mensen die over goede visual-
imagery skills beschikken. Ook is het hier zo dat sommige visuele representaties meer effectief
zijn dan andere visuele representaties.
1