Probleem 6: Representation of language.
Vignet A: Hoe representeren we taal?
Vignet B: Wat is het ‘war of ghosts’ experiment?
Hoe representeren we zinnen/verhalen?
Vignet C: Welke hersengebieden worden geactiveerd bij het lezen van een verhaal?
Gelezen boeken:
Sternberg & Matlin & artikel
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vignet A
Perceptie
We herkennen letters door hun vorm. Maar hoe verklaar je
dan, dat ondanks dat de H en A er hetzelfde uitzien, we in de
afbeelding hiernaast toch ‘THE CAT’ kunnen lezen?
Hoe verbinden we dat wat we zien, aan dat wat we hebben opgeslagen in ons brein? Dit probleem
wordt ook wel de Hoffding function genoemd, vernoemd naar Harald Hoffding die zich afvroeg op
perceptie terug gedrongen kan worden tot een simpel kijkpunt waarbij hetgeen we zien, geassocieerd
wordt met hetgeen we ons herinneren. Iemand die ook nadacht over associatie was Gibson. Deze
kwam met de direct perception theory: deze zegt dat de hoeveelheid informatie die onze sensor
receptoren binnenkomt (incl. de sensorische context) het enige is dat we nodig hebben om dingen waar
te nemen. Met andere woorden: we hebben geen hogere cognitieve processen nodig of wat dan ook om
te mediëren tussen onze sensorische ervaringen en onze percepties.
In het vignet zie je het woord kat en een plaatje van een kat. Het woord kat is een symbolic
representation voor een echte , levende kat. De relatie tussen een woord en hetgeen waar het aan
gerelateerd is, is willekeurig. Dit is dan ook waarom, wanneer je het woord afdekt, hetgeen waarvoor
een woord staat, minder makkelijk of helemaal niet terug te halen is. Een plaatje van een kat wordt
gerepresenteerd door een analog code. Ook wanneer het beeld half wordt afgedekt, is de betekenis
ervan nog te achterhalen. Dit doordat het plaatje uit het geheugen is terug te halen. Ruimtelijke relaties
worden meestal weergegeven door plaatjes (bijv. een kat die onder een tafel ligt). Abstracte relaties
meestal door woorden (bijv. een kat is een zoogdier. Dit kan namelijk niet in een plaatje worden
weergegeven).
Vinget B
Mental models and inferences
Discourse: taaleenheden die groter zijn dan een zin.
Wanneer woorden semantisch gecodeerd (opgeslagen) worden, of wanneer hun betekenis opgehaald
wordt uit het geheugen om ze te gebruiken in een context, moet de lezer eerst een mentaal model
maken van te tekst die wordt gelezen. Dit mentale model kan worden gezien als een soort intern
werkmodel van de situatie die wordt beschreven in de tekst en wordt samengesteld wanneer de lezer
de tekst leest. De mentale representatie van de tekst bevat de belangrijkste elementen van de tekst.
Deze elementen worden zo gerepresenteerd op een manier die het makkelijk maakt de elementen te
begrijpen (in elk geval simpeler en concreter dan in de tekst zelf). Een gegeven passage, tekst of reeks
proposities kan tot meerdere mentale modellen leiden. Aangezien mensen maar een beperkt aantal
mentale modellen op eenzelfde moment in hun hoofd kunnen hebben, moeten foutieve mentale
modellen afgestoten worden en plaats maken voor nieuwe modellen. (Bijv. Je leest een boek over een
meisje en beeld je het meisje in met bruin haar. Even later lees je de zin: “haar gouden lokken
wapperen in de stevige herfstwind”. Als gevolg hiervan wordt het oude mentale model aangepast of
verwijderd zodat er plaats is voor een nieuw beeld waarin het meisje goud blond haar heeft.)
1