Probleem 2: autobiographical memory
Vignet A: Op welke leeftijd kun je herinneringen opslaan + terughalen?
Hoe haal je herinneringen terug?
Wat is, en hoe werkt het autobiografisch geheugen?
Vignet B: Hoe sla je herinneringen op, en wat kan er daarbij mis gaan?
Hoe kunnen herinneringen gemanipuleerd worden?
Vignet C: Wat zijn false memories en hoe ontstaan ze? (experiment loftus, artikel)
Bestaat er zoiets als ‘onderdrukte herinneringen’, en zo ja, hoe werkt het?
Vignet D: Wat is amnesie, hoe ontstaat het, welke soorten zijn er en is het te genezen?
(anterograde amnesie, retrograde amnesie)
Gelezen boeken:
Baddeley, Eysenk & Anderson
Gluck, Mercado & Myers
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vignet A
Lange termijn geheugen:
- Non-declerative memory (impliciet): kennis die gedachtes en gedrag kan beïnvloeden zonder
nodige betrokkenheid van het bewustzijn (fietsen, het kunnen lezen van je vriend zijn
handschrift).
- Declarative memory (expliciet): kennis die bewust opgehaald kan worden en waar bewust
over nagedacht kan worden:
Episodic memory: specifieke gebeurtenissen, waar en wanneer iets is gebeurd.
Autobiographical memory omvat herinneringen tijdens personen hun leven
aangaande specifieke gebeurtenissen als ook zelf gerelateerde informatie
(herinneringen over je leven).
Semantic memory: feiten en algemene kennis over de wereld.
Functies en onderzoeksmethoden
Het autobigraphical memories zouden vier verschillende functies hebben: een directive functie
(herinneringen als leidraad, bijv. wat gebeurde er toen ik probeerde een autoband te vervangen?), een
social functie (bijv. delen van herinneringen), self-presentation functie (creëren en onderhouden van
zelfpresentaties) en tot slot kan het terughalen van autobiographical memories ook steun bieden
gedurende lastige tijden (adversity functie). Deze verschillende functies zijn niet goed onderzocht, en
onderzoek dat gedaan is, ondersteunt de informatie niet heel goed.
Om een duidelijk beeld te geven van de functies van autobiographical memories zijn er verschillende
methoden om de functies te onderzoeken. Zo heb je het bijhouden van dagboeken door participanten,
het onderzoeken (probe) van het geheugen door een cue woord te noemen en dan kijken wat de reactie
is op het noemen van dat woord, er kan gevraagd worden naar herinneringen die geassocieerd zijn met
een specifieke tijdperiode of een grootschalig publieke gebeurtenis (9/11 attack) en tot slot kun je
onderzoeken wat er gebeurt wanneer het autobiographical memory system het begeeft zoals bij
mensen met hersenschade of emotionele stress.
- Dagboeken: Wagenaar hield gedurende 6 jaar een dagboek bij waarin hij elke dag twee
gebeurtenissen opschreef met daarbij cues. Na die 6 jaar pikte hij random situaties uit waarbij
hij zich deze probeerde te herinneren. Hoe vaker eenzelfde situatie benoemd moest worden en
hoe meer cues hij kreeg, hoe beter hij wist over welke herinnering het ging. Een limitatie aan
deze methode is dat het selecteren van de gebeurtenis (uit de andere die op een dag gebeuren)
en het opschrijven van de gebeurtenis en de cues zorgt voor een buitengewoon goed encoding
proces, wat de gebeurtenissen een voorsprong geeft op andere gebeurtenissen.
- Memory probe method: een onderzoeksmethode waarbij herinneringen omhoog worden
gebracht door het geven van cue woorden en die ondanks zijn simplistische kenmerken en
1