Probleem 1: Learning to remember
Leerdoelen:
1. Hoe onthoud je dingen?
2. Wat is de capaciteit van het geheugen?
3. Waardoor wordt je korte termijn geheugen beperkt?
4. Op welke manier heeft achtergrondgeluid invloed op hoe je dingen onthoud?
5. Op welke manier kun je het beste woordjes leren? (leertechnieken)
6. Hoe hebben situaties invloed op het geheugen/hoe je dingen onthoud?
7. Wat is situational learning?
Gebruikte boeken:
Baddely, Eysenk & Anderson (2015)
Gluck, Mercado & Myers (2008)
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Leerdoel 1: Hoe onthoud je dingen?
Het geheugen bestaat uit je sensory memory, short term
memory en long term memory. ‘
De term sensory memory wordt toegepast om de
kortstondige opslag van informatie te benoemen. De
korte opslag van visuele informatie wordt daarbij iconic
memory genoemd (doordat dit bestaat is het mogelijk
om een film te maken door losse beelden achter elkaar
plakken, de beeldjes gaan zo snel, dat het gat ertussen
opgevangen wordt door de sensory memory). Masking is een proces waarbij de perceptie en/of opslag
van informatie wordt beïnvloed door gebeurtenissen (Bijv. helderheid van het licht) die net voor de
presentatie van de stimulus (foreward masking) of net na de presentatie van de stimulus (backward
masking) plaatsvinden. Tegenover iconic memory staat het echoic memory. Een term die soms
gebruikt wordt om het auditory sensory memory te beschrijven.
De term short term memory (STM) wordt toegepast voor het aanduiden van de retentie van kleine
beetje informatie over een periode van een paar seconden. Het working memory hoort hierbij een is
een geheugensysteem dat onze capaciteit om dingen ‘in gedachten’ te houden ondersteund tijdens het
doen van complexe taken (hoofdrekenen).
De term long term memory wordt gebruikt voor het aanduiden van een systeem of systemen waarvan
gedacht worden dat ze de capaciteit om informatie voor langere tijden op te slaan, ondersteunen. Het
lange termijn geheugen is ruwweg te verdelen in explicit/declarative memory: geheugen die open
staat voor het opzettelijk terughalen van informatie zoals herinneren van persoonlijke gebeurtenissen
(episodic memory) of feiten (semantic memory) en implicit/nondeclarative memory: het
terughalen van informatie vanuit het lange termijn geheugen door middel van eerdere uitvoering
(fietsen of het lezen van het handschrift van een vriend) in plaats van door impliciet en bewust
herinneren of herkennen.
Priming: het proces waarbij de presentatie van
een item het verwerken van een volgend item
makkelijker maakt (positive priming) of juist
moeilijker maakt (negative priming).
1