Historie van autisme:
Vroeger werd autisme beschreven door Eugene Bleuler rond 1912 als het gedrag van schizofrene
patiënten die in zichzelf gekeerd waren en het contact met de wereld verloren hadden. Hij beschreef
als kenmerken:
o Extreme alleenheid
o Afwijkend taalgedrag met echolalie (onwillekeurig herhalen wat iemand anders of hijzelf
zegt)
o Letterlijk interpreteren
o Onvermogen om taal te gebruiken in communicatie
o Monotoon en repeterend gedrag met een angstig en obsessief verlangen om alles hetzelfde
te houden.
Hans Asperger beschreef in 1944 opvallende gedragspatronen en stelde het label 'autistische
psychopathie voor' Het gaat om de volgende kenmerken:
o Gebrek aan inlevingsvermogen
o Weinig vaardigheden om vriendschappen te sluiten
o Eenzijdige conversatie
o Enorme belangstelling voor bepaalde zaken
o Onhandige bewegingen
In de jaren 60 werd er gezegd dat autisme ontstond door slecht contact tussen moeder en kind. Dit
werd de ijskastmoeder genoemd. In 1981 begon er een onderscheid te komen tussen autisme en
Asperger. Bij de laatste zou het gaan om hoog functionerende autisten.
Autisme: een stoornis met verschillende gradaties en kan zich op verschillende manieren uiten. Het
is een aangeboren stoornis die beperkingen kan opleveren in allerlei gradaties tijdens alle
levensfasen en op alle levensgebieden. Het is een pervasieve aandoening (diep doordringend in het
functioneren) en vaak zijn ze extra afhankelijk van anderen. Vaak is er ook sprake van
overgevoeligheid voor prikkels, trage informatieverwerking, moeite met verwerken non-verbale
informatie, moeite met schakelen van ene situatie naar andere, Eerst werd er gesproken van klassiek
autisme, Asperger en PDDNOS. Sinds de DSM-5 wordt er gesproken van een
autismespectrumstoornis.
o Tekorten in de sociale communicatie: vaak alleen eigen behoeften kenbaar maken,
ontbreken van wederkerigheid, moeite met gedrag/gevoelens interpreteren, moeite contact
te beginnen/onderhouden, dingen letterlijk nemen.
o Interactie enerzijds en beperkte repetitieve patronen van gedrag, interesses of activiteiten:
houden zich vaak vast aan vaste/starre routines, kunnen in paniek raken bij verandering,
rigide (streng) denkpatroon om bescherming te beiden tegen teveel prikkels. Vaak obsessief
bezig zijn met een voorwerp/object/hobby. Niet functionele gewoonten of bewegingen.
Ernstniveau 's:
Niveau 1: de symptomen geven merkbare beperkingen met zich mee die echter met geode
ondersteuning grotendeels kunnen worden ondervangen.
Niveau 2: de beperkingen blijven duidelijk zichtbaar ook al is er sprake van ondersteuning.
Niveau 3: het functioneren is op alle levensgebieden ernstig beperkt en er is langdurige en
intensieve behandeling en/of begeleiding nodig.
Vroeger werd autisme beschreven door Eugene Bleuler rond 1912 als het gedrag van schizofrene
patiënten die in zichzelf gekeerd waren en het contact met de wereld verloren hadden. Hij beschreef
als kenmerken:
o Extreme alleenheid
o Afwijkend taalgedrag met echolalie (onwillekeurig herhalen wat iemand anders of hijzelf
zegt)
o Letterlijk interpreteren
o Onvermogen om taal te gebruiken in communicatie
o Monotoon en repeterend gedrag met een angstig en obsessief verlangen om alles hetzelfde
te houden.
Hans Asperger beschreef in 1944 opvallende gedragspatronen en stelde het label 'autistische
psychopathie voor' Het gaat om de volgende kenmerken:
o Gebrek aan inlevingsvermogen
o Weinig vaardigheden om vriendschappen te sluiten
o Eenzijdige conversatie
o Enorme belangstelling voor bepaalde zaken
o Onhandige bewegingen
In de jaren 60 werd er gezegd dat autisme ontstond door slecht contact tussen moeder en kind. Dit
werd de ijskastmoeder genoemd. In 1981 begon er een onderscheid te komen tussen autisme en
Asperger. Bij de laatste zou het gaan om hoog functionerende autisten.
Autisme: een stoornis met verschillende gradaties en kan zich op verschillende manieren uiten. Het
is een aangeboren stoornis die beperkingen kan opleveren in allerlei gradaties tijdens alle
levensfasen en op alle levensgebieden. Het is een pervasieve aandoening (diep doordringend in het
functioneren) en vaak zijn ze extra afhankelijk van anderen. Vaak is er ook sprake van
overgevoeligheid voor prikkels, trage informatieverwerking, moeite met verwerken non-verbale
informatie, moeite met schakelen van ene situatie naar andere, Eerst werd er gesproken van klassiek
autisme, Asperger en PDDNOS. Sinds de DSM-5 wordt er gesproken van een
autismespectrumstoornis.
o Tekorten in de sociale communicatie: vaak alleen eigen behoeften kenbaar maken,
ontbreken van wederkerigheid, moeite met gedrag/gevoelens interpreteren, moeite contact
te beginnen/onderhouden, dingen letterlijk nemen.
o Interactie enerzijds en beperkte repetitieve patronen van gedrag, interesses of activiteiten:
houden zich vaak vast aan vaste/starre routines, kunnen in paniek raken bij verandering,
rigide (streng) denkpatroon om bescherming te beiden tegen teveel prikkels. Vaak obsessief
bezig zijn met een voorwerp/object/hobby. Niet functionele gewoonten of bewegingen.
Ernstniveau 's:
Niveau 1: de symptomen geven merkbare beperkingen met zich mee die echter met geode
ondersteuning grotendeels kunnen worden ondervangen.
Niveau 2: de beperkingen blijven duidelijk zichtbaar ook al is er sprake van ondersteuning.
Niveau 3: het functioneren is op alle levensgebieden ernstig beperkt en er is langdurige en
intensieve behandeling en/of begeleiding nodig.