De kenmerkende aspecten uit tijdvak 7 en 8 die bij het bespreken
van het thema De Rechtsstaat aan de orde zijn gekomen.
De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies
over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
Je kent twee voorbeelden van democratische revoluties
o Onafhankelijkheidsoorlog & Franse Revolutie
Je kent de dingen die verdwenen door de revoluties
o Amerika is geen kolonie meer.
Je kan uitleggen wat de revoluties met de Verlichting te maken hebben
o
Je begrijpt welke burgerrechten worden opgesteld
o
De industriële revolutie legde in de westerse wereld de basis voor een
industriële samenleving
Je weet wanneer de Industriële revolutie plaatsvond.
o 1750 in Groot-Brittannië
o 1800 volgde de rest van West-Europa, de VS en Japan.
Je kent de oorzaken voor het uitbreken van de industriële revolutie
o Spinning Jenny (schietspoel) & Waterframe
o Transportrevolutie (betere infrastructuur)
o Rijke Britse handelaren wilde winst maken.
Je kent de gevolgen van het uitbreken van de industriële revolutie
o Grote bevolkingsgroei.
o Urbanisatie.
o Ontstaan van een klassenmaatschappij.
o Toename verschil arm en rijk.
Je kan de verandering van de samenleving beschrijven
o Van agrarische naar een industriële samenleving.
o Meer inwoners
De opkomst van politiekmaatschappelijke stromingen: liberalisme,
nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme
Je begrijpt de opkomst van de liberalen, socialisten en confessionelen
o Politieke stromingen gingen zich tegen de bestaande orde verzetten.
Je kent de ideeën van de liberalen, socialisten en confessionelen
o Zie leerdoelen blad Rechtsstaat.
Je begrijpt het ontstaan van het nationalisme
o Politieke stromingen gingen zich tegen de bestaande orde verzetten.
Je kent de voorwaarden voor het ontstaan van het nationalisme
o Volgens het nationalisme hadden volkeren recht op een eigen staat.
Leden van een volk zouden verbonden zijn door taal, geschiedenis en
cultuur.
van het thema De Rechtsstaat aan de orde zijn gekomen.
De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies
over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
Je kent twee voorbeelden van democratische revoluties
o Onafhankelijkheidsoorlog & Franse Revolutie
Je kent de dingen die verdwenen door de revoluties
o Amerika is geen kolonie meer.
Je kan uitleggen wat de revoluties met de Verlichting te maken hebben
o
Je begrijpt welke burgerrechten worden opgesteld
o
De industriële revolutie legde in de westerse wereld de basis voor een
industriële samenleving
Je weet wanneer de Industriële revolutie plaatsvond.
o 1750 in Groot-Brittannië
o 1800 volgde de rest van West-Europa, de VS en Japan.
Je kent de oorzaken voor het uitbreken van de industriële revolutie
o Spinning Jenny (schietspoel) & Waterframe
o Transportrevolutie (betere infrastructuur)
o Rijke Britse handelaren wilde winst maken.
Je kent de gevolgen van het uitbreken van de industriële revolutie
o Grote bevolkingsgroei.
o Urbanisatie.
o Ontstaan van een klassenmaatschappij.
o Toename verschil arm en rijk.
Je kan de verandering van de samenleving beschrijven
o Van agrarische naar een industriële samenleving.
o Meer inwoners
De opkomst van politiekmaatschappelijke stromingen: liberalisme,
nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme
Je begrijpt de opkomst van de liberalen, socialisten en confessionelen
o Politieke stromingen gingen zich tegen de bestaande orde verzetten.
Je kent de ideeën van de liberalen, socialisten en confessionelen
o Zie leerdoelen blad Rechtsstaat.
Je begrijpt het ontstaan van het nationalisme
o Politieke stromingen gingen zich tegen de bestaande orde verzetten.
Je kent de voorwaarden voor het ontstaan van het nationalisme
o Volgens het nationalisme hadden volkeren recht op een eigen staat.
Leden van een volk zouden verbonden zijn door taal, geschiedenis en
cultuur.