GGZ ziektekunde
Manie en bipolaire stoornis
Stemmingsstoornissen
•Je kunt vier stemmingsepisodes benoemen en onderscheiden.
Dysforie (ziekelijk somber)
Euforie (ziekelijk opgwekt)
Stemmingslabiliteit (onvoorspelbare stemmingswisselingen)
Stemmingsvervlakking (verminderde beleving van emoties)
•Je kunt benoemen in welke drie categorieën bipolaire
stemmingsstoornissen worden onderverdeeld.
Depressieve episodes
Manische episodes = ziekelijk opgewekt overmatige
beweeglijkheid, ondernemingslust, dadendrang, snel en
oppervlakkig denken en uitbundige vrolijkheid zonder dat de
patiënt werkelijk tot iets in staat is
Hypomaan – iemand is nog in de realiteit
Manisch – iemand is buiten de realiteit (psychotisch). De manie
gaat gepaard met het gevoel tot alles in staat te zijn en soms
met grootheidswaan, vooral omtrent rijkdom, macht en
lichamelijke kracht.
•Je kunt uitleggen waarom het hoofdstuk met bipolaire
stoornissen in de DSM 5 tussen de schizofreniespectrum-
psychotische stoornissen en de depressieve
stemmingsstoornissen staat.
Gedrag dat het leven belemmert en de Zorgvrager niet kan
veranderen of aanpassen
Diagnose mbv Dsm V Handboek waarin psychiatrische
problemen staan beschreven met criteria waaraan men “moet voldoen” om een bepaalde diagnose
te krijgen
Manie
•Je kunt uitleggen wat er bij een bipolaire stoornis wordt bedoeld met:
- Depressieve episode = geen zin meer in het leven en wilt geen leuke dingen meer doen.
- Hypomane of manische episode = ziekelijk opgewekt overmatige beweeglijkheid,
ondernemingslust, dadendrang, snel en oppervlakkig denken en uitbundige vrolijkheid zonder dat de
patiënt werkelijk tot iets in staat is.
- Perioden met normale stemming = je ziet niet dat iemand een bipolaire stoornis heeft omdat
diegene normaal doet.
, •Je kunt benoemen hoe lang de verschillende episodes/ periodes kunnen duren en hoe ze elkaar
kunnen afwisselen.
•Je kunt uitleggen wat de verschillen zijn tussen een bipolaire-I-stoornis, een bipolaire-II-stoornis
en een cyclothyme stoornis.
bipolaire-I-stoornis; (depressie en manie)
bipolaire-II-stoornis; (depressie en hypomanie)
cyclothyme stoornis; (frequent optredende perioden depressieve en hypomane verschijnselen).
•Je kunt beschrijven wat de relatie is tussen de volgende factoren en de prevalentie (= hoe vaak
het voorkomt) van bipolaire stoornissen..
- Life-events (levensgebeurtenissen) = Life-events (draaglast)
Manie en bipolaire stoornis
Stemmingsstoornissen
•Je kunt vier stemmingsepisodes benoemen en onderscheiden.
Dysforie (ziekelijk somber)
Euforie (ziekelijk opgwekt)
Stemmingslabiliteit (onvoorspelbare stemmingswisselingen)
Stemmingsvervlakking (verminderde beleving van emoties)
•Je kunt benoemen in welke drie categorieën bipolaire
stemmingsstoornissen worden onderverdeeld.
Depressieve episodes
Manische episodes = ziekelijk opgewekt overmatige
beweeglijkheid, ondernemingslust, dadendrang, snel en
oppervlakkig denken en uitbundige vrolijkheid zonder dat de
patiënt werkelijk tot iets in staat is
Hypomaan – iemand is nog in de realiteit
Manisch – iemand is buiten de realiteit (psychotisch). De manie
gaat gepaard met het gevoel tot alles in staat te zijn en soms
met grootheidswaan, vooral omtrent rijkdom, macht en
lichamelijke kracht.
•Je kunt uitleggen waarom het hoofdstuk met bipolaire
stoornissen in de DSM 5 tussen de schizofreniespectrum-
psychotische stoornissen en de depressieve
stemmingsstoornissen staat.
Gedrag dat het leven belemmert en de Zorgvrager niet kan
veranderen of aanpassen
Diagnose mbv Dsm V Handboek waarin psychiatrische
problemen staan beschreven met criteria waaraan men “moet voldoen” om een bepaalde diagnose
te krijgen
Manie
•Je kunt uitleggen wat er bij een bipolaire stoornis wordt bedoeld met:
- Depressieve episode = geen zin meer in het leven en wilt geen leuke dingen meer doen.
- Hypomane of manische episode = ziekelijk opgewekt overmatige beweeglijkheid,
ondernemingslust, dadendrang, snel en oppervlakkig denken en uitbundige vrolijkheid zonder dat de
patiënt werkelijk tot iets in staat is.
- Perioden met normale stemming = je ziet niet dat iemand een bipolaire stoornis heeft omdat
diegene normaal doet.
, •Je kunt benoemen hoe lang de verschillende episodes/ periodes kunnen duren en hoe ze elkaar
kunnen afwisselen.
•Je kunt uitleggen wat de verschillen zijn tussen een bipolaire-I-stoornis, een bipolaire-II-stoornis
en een cyclothyme stoornis.
bipolaire-I-stoornis; (depressie en manie)
bipolaire-II-stoornis; (depressie en hypomanie)
cyclothyme stoornis; (frequent optredende perioden depressieve en hypomane verschijnselen).
•Je kunt beschrijven wat de relatie is tussen de volgende factoren en de prevalentie (= hoe vaak
het voorkomt) van bipolaire stoornissen..
- Life-events (levensgebeurtenissen) = Life-events (draaglast)