Vezels
Voedingsvezels (vezels) zijn belangrijke stoffen voor een gezonde spijsvertering. Ze dragen bij aan
een verzadigd gevoel na het eten.
Vezels zijn er in verschillende soorten en maten. Per dag wordt geadviseerd zo’n 30 tot 40 gram
vezels te eten.
Volkorenproducten, groenten, fruit en peulvruchten bevatten veel vezels.
Voedingsvezels (kortweg vezels) is de verzamelnaam voor een diverse groep koolhydraten die niet in
de dunne darm worden verteerd. Al deze verschillende soorten vezels hebben verschillende effecten
in ons lichaam. Ons voedsel bevat niet één enkel vezeltype, maar een mengsel van vele verschillende
soorten vezels.
Bronnen van vezels
Voedingsvezels zijn voornamelijk afkomstig uit de celwand van planten. Belangrijke bronnen van
vezels zijn groente, fruit, aardappelen, brood, ontbijtgranen, peulvruchten en noten.
Bij het malen van graankorrels tot bloem of het pellen van rijst, wordt een groot deel van de vezels
verwijderd. Daarom zijn volkoren graanproducten (volkorenbrood, volkoren pasta) en zilvervliesrijst
rijker aan vezels dan andere soorten brood en witte rijst. In dierlijke producten zit geen vezel.
Geïsoleerde vezels
Vezels kunnen ook later zijn toegevoegd aan een product, denk aan zuivelproducten waaraan vezels
zijn toegevoegd. Dat kan door uit vezelhoudende producten de vezels te halen. Dit noemen we
geïsoleerde vezels.
Fermenteerbare en niet-fermenteerbare vezels
Er zijn vezels die door bacteriën worden afgebroken in de dikke darm. Dat noemen we
fermenteerbare voedingsvezels. Vezels die niet worden afgebroken zijn niet-fermenteerbare
voedingsvezels.
Fermenteerbare vezels:
Worden in de dikke darm door bacteriën afgebroken (fermentatie). Uit onderzoek blijkt
dat ongeveer 70% van de voedingsvezels in de dikke darm wordt gefermenteerd.
Leveren een beetje energie. Bij de fermentatie komt namelijk energie vrij, waarschijnlijk
ongeveer 2 kilocalorieën per gram vezel.
Houden de massa in de darm soepel en zorgen voor een goede doorstroom, wat de
stoelgang bevordert.
Fermenteerbare vezels worden ook wel prebiotica genoemd.
Voorbeeld Zit onder andere in:
Gommen, slijmstoffen, Bonen, peulen, haver, gerst, gom, Isphagula
polysacchariden uit algen en alginaten, zeeweer, algen, carragenen, agar
wieren
Fructo-oligosacchariden, Galacto- Prei, uien, sojabonen
oligosacchariden
Onverteerbaar zetmeel: RS1, RS2, Linzen, bonen, bananen, muesli, pasta,
RS3 aardappelen, brood
Voedingsvezels (vezels) zijn belangrijke stoffen voor een gezonde spijsvertering. Ze dragen bij aan
een verzadigd gevoel na het eten.
Vezels zijn er in verschillende soorten en maten. Per dag wordt geadviseerd zo’n 30 tot 40 gram
vezels te eten.
Volkorenproducten, groenten, fruit en peulvruchten bevatten veel vezels.
Voedingsvezels (kortweg vezels) is de verzamelnaam voor een diverse groep koolhydraten die niet in
de dunne darm worden verteerd. Al deze verschillende soorten vezels hebben verschillende effecten
in ons lichaam. Ons voedsel bevat niet één enkel vezeltype, maar een mengsel van vele verschillende
soorten vezels.
Bronnen van vezels
Voedingsvezels zijn voornamelijk afkomstig uit de celwand van planten. Belangrijke bronnen van
vezels zijn groente, fruit, aardappelen, brood, ontbijtgranen, peulvruchten en noten.
Bij het malen van graankorrels tot bloem of het pellen van rijst, wordt een groot deel van de vezels
verwijderd. Daarom zijn volkoren graanproducten (volkorenbrood, volkoren pasta) en zilvervliesrijst
rijker aan vezels dan andere soorten brood en witte rijst. In dierlijke producten zit geen vezel.
Geïsoleerde vezels
Vezels kunnen ook later zijn toegevoegd aan een product, denk aan zuivelproducten waaraan vezels
zijn toegevoegd. Dat kan door uit vezelhoudende producten de vezels te halen. Dit noemen we
geïsoleerde vezels.
Fermenteerbare en niet-fermenteerbare vezels
Er zijn vezels die door bacteriën worden afgebroken in de dikke darm. Dat noemen we
fermenteerbare voedingsvezels. Vezels die niet worden afgebroken zijn niet-fermenteerbare
voedingsvezels.
Fermenteerbare vezels:
Worden in de dikke darm door bacteriën afgebroken (fermentatie). Uit onderzoek blijkt
dat ongeveer 70% van de voedingsvezels in de dikke darm wordt gefermenteerd.
Leveren een beetje energie. Bij de fermentatie komt namelijk energie vrij, waarschijnlijk
ongeveer 2 kilocalorieën per gram vezel.
Houden de massa in de darm soepel en zorgen voor een goede doorstroom, wat de
stoelgang bevordert.
Fermenteerbare vezels worden ook wel prebiotica genoemd.
Voorbeeld Zit onder andere in:
Gommen, slijmstoffen, Bonen, peulen, haver, gerst, gom, Isphagula
polysacchariden uit algen en alginaten, zeeweer, algen, carragenen, agar
wieren
Fructo-oligosacchariden, Galacto- Prei, uien, sojabonen
oligosacchariden
Onverteerbaar zetmeel: RS1, RS2, Linzen, bonen, bananen, muesli, pasta,
RS3 aardappelen, brood