Beginselen van rechtspraak
1. De terechtzittingen zijn openbaar.
Op een enkele uitzonderingen na: procedures waarin kinderen zijn betrokken en kwesties van
personen- en familierecht (echtscheiding, omgang, alimentatie).
2. Alle rechterlijke uitspraken moeten in het openbaar worden gedaan.
3. De rechtspraak moet worden geschied door een onafhankelijke rechter.
• leden van de rechterlijke macht die met rechtspraak zijn belast, worden voor het leven benoemd.
• de rechtspositie van rechters – hun salaris inbegrepen – is eveneens bij de wet geregeld.
• rechters kunnen alleen door de Hoge Raad worden geschorst en ontslagen.
4. De rechter is onpartijdig
• elke rechter moet bij zijn installatie de ambtseed of ambtsbelofte afleggen.
• elk van de rechtsgebieden kent in het procesrecht een regeling waardoor een rechter in een zaak
wegens zijn vermeende partijdigheid kan worden gewraakt.
• de rechter mag geen contact hebben met partijen of hun raadslieden.
• tijdens de zitting mag de rechter niets laten blijken over zijn overtuiging over de schuld of de
onschuld van de verdachte.
5. De uitspraak is gemotiveerd
6. Beide partijen worden gehoord
7. De behandeling geschiedt binnen een redelijke termijn
8. Rechtspraak geschiedt door beroepsrechters
Beginselen bestuursrecht = Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
1. Vertrouwensbeginsel
2. Beginsel opgewekte verwachtingen
3. Beginsel zorgvuldige voorbereiding
4. Het verbod van misbruik en bevoegdheden
5. Beginsel van evenredige belangenafweging
Beginselen burgerlijk recht
1. Redelijkheid en billijkheid = daarvan is onder meer sprake als men een bevoegdheid na afweging
van het eigen belang en andermans belang niet naar redelijkheid mag uitoefenen
2. Zorgvuldigheidsbeginsel
3. Afweging van belangen.
4. Vertrouwensbeginsel
Beginselen strafrecht
1. Legaliteitsbeginsel
2. Onschuldspresumptie
3. Niet voor een tweede keer voor hetzelfde feit vervolgd worden