HC1: Risicotaxatie I
Enerzijds gaat dit vak over de achtergrond van risicotaxatie en waarom risicotaxatie wordt gebruikt.
Hierbij komen ook de ethische vraagstukken om de hoek kijken. Anderzijds gaat dit vak over
methodologie en wordt er gebruik gemaakt van SPSS. Er zal worden gekeken naar de ontwikkeling en
de toepassing van risicotaxatie.
Leerdoelen:
Een onderbouwde visie geven op de rol en wenselijkheid van risicotaxatie in het voorspellen
en voorkomen van crimineel gedrag.
Op basis van literatuuronderzoek geschikte voorspellers selecteren voor een risicotaxatie-
instrument.
Door middel van syntax in SPSS data bewerken en analyses uitvoeren t.b.v. de ontwikkeling
van een risicotaxatie-instrument.
De geschiktheid van voorspellers voor risicotaxatie toetsen en de resultaten rapporteren,
interpreteren en evalueren volgens het format van een wetenschappelijk artikel.
In bredere zin gaat risicotaxatie om het inschatten van ongewenste uitkomsten. Denk aan het invullen
van verschillende formulieren met je gegevens en over hoe vaak je schade hebt gereden. Op deze
manier kan een inschatting gemaakt worden hoe groot de kans is dat je nog een keer schade rijdt.
Toegepast op de criminologie gaat risicotaxatie om het inschatten van crimineel gedrag.
Bij het inschatten van het risico op crimineel gedrag worden er verschillende zaken meegewogen.
Denk aan delict geschiedenis, type en ernst van het huidige delict, geslacht, schoolprestaties en
opleiding, inkomen, drugsgebruik, geestelijke gezondheid en houding. Lastig hierbij is in hoeverre je
een bepaald gewicht moet hangen aan specifieke factoren. Zo wordt het complex bij het meewegen
van delict geschiedenis, omdat iemand daar al eerder voor veroordeeld is. Toch is het belangrijk om
te kijken naar een andere manier van straffen als iemand vaak recidiveert. Een ander voorbeeld is het
meenemen van opleidingsniveau en schoolprestaties in het licht van preventie. Goed bedoelde hulp
op bijvoorbeeld scholen kan zorgen voor stigmatisering, waardoor tegenovergestelde effecten bereikt
worden. Kinderen als toekomstige criminelen behandelen kan in de hand werken dat zij zich hier ook
naar gaan gedragen. Tot slot bevindt geslacht zich in een grijs gebied. Als er wordt gekeken naar
precies hetzelfde delict en precies dezelfde omstandigheden, dan is het niet de bedoeling om
mannen en vrouwen op verschillende manieren te berechten. Toch wordt dit complexer als
bijvoorbeeld gezinssituaties erbij betrokken worden en het in hetzelfde voorbeeld gaat om een
alleenstaande moeder die door gevangenisstraf haar drie jonge kinderen achterlaat. Al gaat het dan
niet per se meer om het geslacht, maar om de omstandigheden en de ernst van de strafervaring die
hiermee gepaard gaat.
Kortom: risicotaxatie is tot op zekere hoogte nuttig, maar kan ook de verkeerde kant op schieten en
negatieve effecten met zich mee brengen. Zo is het beter om naschoolse activiteiten voor een gehele
school aan te bieden, dan om bepaalde kinderen uit te lichten.
Risicofactoren zijn factoren waarvan uit empirisch wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat deze
samenhangen met het risico op recidive of ander ongewenst gedrag. Let op: dit zijn niet noodzakelijk
criminogene factoren. Oftewel, correlatie is niet gelijk aan een oorzakelijk verband; er kan iets anders
achter zitten wat de oorzaak kan verklaren.
Verschillende typen risicofactoren:
Enerzijds gaat dit vak over de achtergrond van risicotaxatie en waarom risicotaxatie wordt gebruikt.
Hierbij komen ook de ethische vraagstukken om de hoek kijken. Anderzijds gaat dit vak over
methodologie en wordt er gebruik gemaakt van SPSS. Er zal worden gekeken naar de ontwikkeling en
de toepassing van risicotaxatie.
Leerdoelen:
Een onderbouwde visie geven op de rol en wenselijkheid van risicotaxatie in het voorspellen
en voorkomen van crimineel gedrag.
Op basis van literatuuronderzoek geschikte voorspellers selecteren voor een risicotaxatie-
instrument.
Door middel van syntax in SPSS data bewerken en analyses uitvoeren t.b.v. de ontwikkeling
van een risicotaxatie-instrument.
De geschiktheid van voorspellers voor risicotaxatie toetsen en de resultaten rapporteren,
interpreteren en evalueren volgens het format van een wetenschappelijk artikel.
In bredere zin gaat risicotaxatie om het inschatten van ongewenste uitkomsten. Denk aan het invullen
van verschillende formulieren met je gegevens en over hoe vaak je schade hebt gereden. Op deze
manier kan een inschatting gemaakt worden hoe groot de kans is dat je nog een keer schade rijdt.
Toegepast op de criminologie gaat risicotaxatie om het inschatten van crimineel gedrag.
Bij het inschatten van het risico op crimineel gedrag worden er verschillende zaken meegewogen.
Denk aan delict geschiedenis, type en ernst van het huidige delict, geslacht, schoolprestaties en
opleiding, inkomen, drugsgebruik, geestelijke gezondheid en houding. Lastig hierbij is in hoeverre je
een bepaald gewicht moet hangen aan specifieke factoren. Zo wordt het complex bij het meewegen
van delict geschiedenis, omdat iemand daar al eerder voor veroordeeld is. Toch is het belangrijk om
te kijken naar een andere manier van straffen als iemand vaak recidiveert. Een ander voorbeeld is het
meenemen van opleidingsniveau en schoolprestaties in het licht van preventie. Goed bedoelde hulp
op bijvoorbeeld scholen kan zorgen voor stigmatisering, waardoor tegenovergestelde effecten bereikt
worden. Kinderen als toekomstige criminelen behandelen kan in de hand werken dat zij zich hier ook
naar gaan gedragen. Tot slot bevindt geslacht zich in een grijs gebied. Als er wordt gekeken naar
precies hetzelfde delict en precies dezelfde omstandigheden, dan is het niet de bedoeling om
mannen en vrouwen op verschillende manieren te berechten. Toch wordt dit complexer als
bijvoorbeeld gezinssituaties erbij betrokken worden en het in hetzelfde voorbeeld gaat om een
alleenstaande moeder die door gevangenisstraf haar drie jonge kinderen achterlaat. Al gaat het dan
niet per se meer om het geslacht, maar om de omstandigheden en de ernst van de strafervaring die
hiermee gepaard gaat.
Kortom: risicotaxatie is tot op zekere hoogte nuttig, maar kan ook de verkeerde kant op schieten en
negatieve effecten met zich mee brengen. Zo is het beter om naschoolse activiteiten voor een gehele
school aan te bieden, dan om bepaalde kinderen uit te lichten.
Risicofactoren zijn factoren waarvan uit empirisch wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat deze
samenhangen met het risico op recidive of ander ongewenst gedrag. Let op: dit zijn niet noodzakelijk
criminogene factoren. Oftewel, correlatie is niet gelijk aan een oorzakelijk verband; er kan iets anders
achter zitten wat de oorzaak kan verklaren.
Verschillende typen risicofactoren: