Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting MTS 1 tussentoets 1

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
31
Geüpload op
12-09-2017
Geschreven in
2016/2017

Een samenvatting van alle hoorcolleges en het boek voor de cursus MTS 1 (tussentoets 1).

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Methoden, Technieken en Statistiek 1
Tussentoets 1



Week 1

H1 Understanding Research
Wetenschappelijke studies kun je loslaten op en de meest uiteenlopende onderwerpen en
gebeurtenissen, zo kom je erachter wat er speelt in de maatschappij en hoe er keuzes worden
gemaakt. Voor de dagelijkse beslissingen gebruikt men vaak een mix van gezond verstand, advies van
anderen en eigen kennis. Sociaal onderzoek en het bestuderen hiervan kan je helpen om:
 Betere keuzes te maken over het dagelijks leven
 Gebeurtenissen in de wereld om je heen beter begrijpen
 Beslissingen maken over professionele vraagstukken
 Onderzoek is een proces waarin mensen verschillende principes en technieken gebruiken om kennis
te verkrijgen en te creëren. Onderzoek verwijst ook naar een grote hoeveelheid aan kennis, dat is
opgebouwd over een grote periode van tijd, en manier om te kijken naar informatie en vraagstukken.

Wanneer men bij het maken van beslissingen gebruikt maar van onderzoek, wordt de kans op verkeerd
denken en vooroordelen kleiner. Onderzoek zorgt ervoor dat er waardevolle informatie wordt
verkregen en dat men vraagstukken beter gaat begrijpen. Dit is ook waarom grote organisaties, hoger
opgeleiden en grote leiders gebruik maken van onderzoek. Onderzoek doen is hard werken, het vergt
veel concentratie en kan soms lastig zijn, maar onderzoek doen is ook erg relevant en belangrijk.
 ‘Research is an ongoing process of searching and working toward the truth.’

Om onderzoek te doen moet je kritisch/critical zijn, we hebben het dan over kritisch denken/critical
thinking (=erg oplettend zijn, zorgvuldig beoordelen en afvragen, en niet zomaar dingen aannemen als
de waarheid). Toch worden er ook vaak fouten gemaakt met het aannemen van zaken:
 ‘Gambler’s Fallacy’ – We denken snel dat wanneer iets lang niet is gebeurd, dat het dan
binnenkort wel een keer zal gebeuren.
 ‘Attribution Error’ – Wanneer er een negatieve uitkomst is, nemen we vaak aan dat dit aan
anderen ligt, terwijl wanneer er een positieve uitkomst is, we denken dat dit door onszelf
komt.
 Kritisch denken zorgt ervoor dat we gewaarschuwd zijn voor het feit dat er zelden één simpel
antwoord is voor een bepaald vraagstuk. Je moet open staan voor verschillende aspecten en
veronderstellingen en niet vanuit één bepaald oogpunt kijken.

Wanneer een bepaald standpunt innemen is het belangrijk om deze te onderbouwen met een
argument (= logische stellingen die makkelijk beginnen en uiteindelijk leiden tot een duidelijk conclusie
dat alles samenvoegt). Er bestaan twee soorten argumenten:
1. dit type richt zich op morale, religieuze en ideologische kant.
2. empirical evidence, richt zich op kritisch denken en het systematisch en objectief kijken naar
gebeurtenissen in de wereld.




1

,Om kritisch te denken moet je dus:
 Logische drogredenen niet zomaar aannemen
 Een open blik houden
 Vanuit verschillende invalshoeken kijken -
 Uitkijken voor verborgen veronderstellingen die je misschien zelf wel hebt

We gebruiken het woord onderzoek op vier verschillende manieren:
1. Onderzoek doen is zorgvuldig lezen en bestuderen van verschillende documenten
2. Onderzoek doen is het verzamelen van al bestaande informatie en er gebruik van maken
3. Onderzoek is een proces van het toepassen van bepaalde technieken en principes
4. Onderzoek doen is het toepassen van kritisch denken en hierdoor een bepaald perspectief van
krijgen
 een antwoord op een onderzoeksvraag is vaak voorlopig, want bepaalde feiten en ontwikkelingen
veranderen over een periode van tijd. Het geeft ons dus nooit 100% zekerheid, maar het is beter dan
het alternatief om gewoon dingen aan te nemen. Ook verbetert het ons vermogen om dingen te
begrijpen.

Wanneer we onderzoek doen moeten we gebruik maken van emperisch bewijs (=bewijs dat
daadwerkelijk kan worden waargenomen). Dit bewijs moeten we zorgvuldig en systematisch
verzamelen. Toch zijn er mensen die bepaald bewijs als iets anders opvatten en verschillende
conclusies trekken. Bewijs kan er dan ook zijn in twee verschillende vormen:
1. Quantitative data: bewijs dat vorm aanneemt in nummers
2. Qualitative data: bewijs dat de vorm aanneemt in beelden, woorden of geluiden
 Bewijs is sterk en solide als het zorgvuldig en systematisch is verzamelend door de onderzoeker.

Onderzoek is een doorgaand proces dat bestaat uit verschillende delen en stappen. Dit komt
uiteindelijk samen tot één soort product, waarbij het onderzoek antwoord moet geven op
verschillende vragen.

Wanneer je een studie wil doen, heb je verschillende data nodig en moet je gebruik kunnen maken
van verschillende technieken. Een goede onderzoeker moet weten welke technieken er bestaan en
weet ook hun sterktes en zwaktes. Hieronder een aantal techinieken:
1. Quantitative Data Collection Techniques
 Experimenten/experiments: bij deze techniek creëer je een situatie en bekijk je hoe
dit je proefpersonen beïnvloedt.
 Enquête/survey: met deze techniek kun je veel mensen dingen vragen in een korte
periode. Je geeft je proefpersonen vaak een geschreven vragenlijst of doet een
interview waarna je de gegevens verwerkt in een grafiek of tabel.
 Inhoudsanalyse/Content Analysis: je verzamelt informatie met behulp van
geschreven of symbolisch materiaal. Je kiest iets wat je wil analyseren, en daarna
creëer je een systeem om te kijken hoe je de aspecten ervan kan noteren.
 Bestaande statistische bronnen/Existing Statistical Sources: met deze techniek maak
je gebruik van al voorgaande verzamelende informatie.
2. Qualitative Data Collection Techniques
 Etnografisch veldonderzoek/Ethnographic Field Research: met deze techniek zit je
eigenlijk middenin je onderzoek. Je observeert bijvoorbeeld een groep mensen over
een lang tijdsbestek.
 Historisch-comperatief onderzoek/Historical-Comperative Research: bij deze
techniek maak je gebruik van verschillende aspecten in het leven en in de



2

, geschiedenis, en kijk je naar verschillende culturen. Je combineert theorie met het
verzamelen van data. Zo krijg je een groot aanbod van bewijs en argumenten.
Wanneer je als ‘nieuwkomer’ onderzoek gaat doen is het vaak moeilijk om gelijk te weten welke
theorie je gaat gebruiken. Het is dan fijn om voor jezelf duidelijk te hebben wat je doel is van je
onderzoek en wat je ermee wil bereiken. Er bestaan vier grote/voornaamste doelen:
1. Iets onderzoeken wat voorheen nog niet bekend was (=exploratory research)
 Content analysis
 Existing statistics research
 Historical-comperative research
2. Het verder beschrijven en onderzoeken van een bepaald onderwerp (=descriptive research)
 Survey
 Content analysis
 Existing statistics research
 Historical-comperative research
3. Verklaren waarom iets op een bepaalde manier gebeurt (=explanatory research)
 Experiment
 Survey
 Content analysis
 Existing statistics research
 Field research
 Historical-comperative research
4. Evalueren of een programma of beleid werkt (=evaluation research)
 Experiment
 Existing statistics research
 Historical-comperative research

Er bestaan verschillende soorten van onderzoek doen:
 Basic social research: deze onderzoekers willen graag de basis uit bereiden en kijken naar de
fundamentele kennis van de wereld door zelf de testen met verschillende theorieën.
 Applied Research: deze beoefenaars willen graag antwoord krijgen op een praktische vraag
zodat ze er iets mee kunnen in de nabije toekomst.

Om goed onderzoek te doen doorloop je zeven stappen:
1. Een thema/onderwerp kiezen
2. Specificeren en tot een vraag komen
3. Hoe ga je de vraag beantwoorden, welke theorie ga je gebruiken
4. Het verzamelen van data
5. De data analyseren
6. Het interpreteren van de data
7. Conclusies trekken en evalueren en informeren hoe je de studie hebt gedaan


H1 Wetenschapsfilosofie in de context van sociale wetenschappen
Wetenschapsfilosofie gaat over vragen zoals ‘Wat maakt wetenschap wetenschappelijk, hoe gaat de
wetenschap is z’n werk?’ Om te bepalen wat gerekend kan worden tot wetenschap zijn er een aantal
bepaalde kenmerken opgesteld:
 Streven naar kennis, en daarna deze kennis onderbrengen in een theorie (=een
samenhangend geheel van uitspraken over de werkelijkheid
 Wetenschap is emperisch (=uitspraken die terug te grijpen zijn op de waarheid)




3

,  Wetenschap heeft een systematische benadering wat haar onderscheidt van
pseudowetenschappen (=vakgebieden die de pretentie hebben wetenschappelijke
standaarden na te streven, maar toch tekortschieten in het gebruik van systematiek.
Toch kunnen ook onderzoekers verschillende uitgangspunten hanteren. Hieronder de drie zogeheten
wetenschappeijke paradigma’s binnen de sociale wetenschappen (=houdt zich bezig met het
bestuderen en onderzoeken van het doen en laten van mensen, aangeduid met handelen of gedrag):
1. Emperisch-analytische benadering: aanhangers van deze benadering volgen de
opvattingen ontleend aan de natuurwetenschappen (=natuurwetenschappelijke
benadering) waarin herhaalbaarheid en controleerbaarheid erg belangrijk zijn.
 De stroming begint in de 19e eeuw wanneer het positivisme(=een positivieve
ontwikkeling in de wetenschap gebaseerd op feiten waarvan de juistheid kan
worden nagegaan) en empirisme (=alle wetenschappelijke kennis is gebaseerd op
gedane observaties en waarnemingen) werden genomen van de
natuurwetenschappen. Hierdoor werd uitspraken analystisch (=een logische
opbouw, waarnemingen worden vertaald naar een logisch samenhangend geheel.
 Aanhangers van deze benadering streven naar nomothetische kennis (=kennis
waarin wetten geformuleerd worden). Ook maken ze bij onderzoek doen gebruik
van variabelen (=kenmerken waarop eenheden kunnen verschillen) en zijn ze
reductionistisch (=eenheden worden teruggebracht tot waarden op een aantal
variabelen).
 Voor onderzoekers is het belangrijk dat ze zich waardenvrij (=eigen normen en
waarden mogen geen rol spelen) opstellen en kijken vanuit het
derdepersoonsperspectief (=kijken en observeren, maar zelf niet participeren).
 Wanneer er overeenstemming binnen de wetenschapsgemeenschap bestaat, dus
wanneer een onderzoek herhaalt kan worden, noemen we dit ook wel
intersubjectiviteit.
 Aanhangers van deze benadering doen graag kwantitatief onderzoek en willen
dus graag hun waarnemingen uitdrukken in cijfers, dit doen ze met behulp van het
experiment en de enquête, op deze manier houden ze de meeste controle.
2. Interpretatieve benadering: aanhangers van deze benadering zijn het niet eens met de
oriëntatie op de natuurwetenschappen van de emperisch-analisten. Zij vinden dat er
binnen de natuurwetenschappen alleen verbanden worden gelegd, maar zelf vinden zij
dat het ook belangrijk is om te weten waaróm verbanden zo zijn. Zij kijken dan ook graag
vanuit het eerstepersoonsperspectief (=ze kijken door de ogen van mensen die ze
bestuderen en proberen de wereld zoals hen te zien). Men doet dan ook voornamelijk
kwalitatief onderzoek en ze willen de sociale werkelijkheid begrijpen.
 De oorsprong van deze benadering ligt in de hermeneutiek (=het duiden of
uitleggen van teksten door schriftgeleerden) en de femenologie (=het wezenlijke
van verschijnselen onderzoeken, ze willen de achtergrond achter dingen weten).
 Men maakt binnen deze benadering voornamelijk gebruik van idiografische
kennis, dit is kennis die het eigene ofwel het unieke beschrijft. Ook kijkt men naar
het algemene en abstracte.
 De benadering wordt ook wel holistisch genoemd, ze concentreren zich vooral op
het concrete geheel, en reduceren zaken niet tot een bepaalde variabele.
 Men maakt binnen deze benadering gebruik van waardenverheldering,
onderzoekers vinden dat ze zelf duidelijk moeten zijn over hun eigen waarden en
ervaringen. Zij maken immers zelf deel uit van de wereld.
 Onderzoekers maken gebruik van kwalitatief onderzoek, omdat ze zelf
participeren in de situatie, ze nemen bijvoorbeeld interviews af en proberen
gebeurtenissen vanuit de visie van de betrokkene te beschouwen.




4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
12 september 2017
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2016/2017
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.38
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Lonnehintzbergen Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
399
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
318
Documenten
33
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3.9

104 beoordelingen

5
30
4
47
3
17
2
4
1
6

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen