H3
Deductief-nomologisch model (DN-model) van verklaring: model waarbinnen specifieke
uitspraken afgeleid kunnen worden uit algemene uitspraken (deductieve fase empirische
cyclus). Algemene uitspraken wetmatigheden (nomologisch). Voorwaarden DN-model:
1) uitspraken binnen theorie zijn precies geformuleerd
2) uitspraken kunnen geordend worden naar algemeenheid. Kern vd theorie bijvoorbeeld
algemeen, hypothesen specifiek
3) logisch verband tussen uitspraken. Vaak assumpties nodig voor afleiden van hypothese
uit algemene uitspraken
4) hypothesen moeten door het doen van observaties getest kunnen worden
vb DN-model: syllogisme = strikt logische redenering waaruit uit 2 uitspraken de conclusie volgt.
Verklaringsmodellen hebben als eigenschap dat niet alle uitspraken deterministisch zijn.
Verbanden tussen variabelen zijn dus niet allesbepalend, eerder probabilistisch.
Een theorie beslaat vaak veel uitspraken, omdat theorieën uitspraken doen die variëren
van een heel abstract tot een heel specifiek niveau. Sommige uitspraken kunnen niet expliciet
gemaakt worden, want die zijn vanzelfsprekend. Voor volledige beschrijving van DN-model zijn
deze uitspraken toch nodig voor logische afleiding van conclusie.
Assumpties zijn vaak van belang voor logische volgorde & afleiding. Zo moeten er ook
assumpties gedaan worden dat een bepaalde groep representatief is voor de populatie voordat
er een conclusie getrokken kan worden.
DUS: binnen DN-model vormen de algemene uitspraken de basis van de theorie, ze zijn de harde
kern. Naast de harde kern ook een aantal uitspraken die minder centraal staan, maar die wel van
belang zijn voor assumpties, welke op hun beurt weer nodig zijn voor het trekken van
hypothesen. Hypothesen zijn specifieke uitspraken, maar kunnen ook een algemene uitspraak
vormen voor een andere hypothese. De hypothesen kun je empirisch toetsen.
Vaak wordt een theorie niet als een DN-model gepubliceerd, omdat ze vaak complexer zijn. DN-
model dus versimpelde & geïdealiseerde versie van samenhang theorieën en hypothesen. DN-
model kan worden ingezet om onderzoek kritisch te bekijken.
H4
Eisen aan wetenschappelijk onderzoek:
1) Toetsbaarheid. Kan dmv verificatie, het streven naar bevestiging, en dmv falsificatie, het
streven naar weerlegging.
Verificatie: aantal specifieke uitspraken ondersteunt een algemene uitspraak
(inductie). Aan de hand van specifieke uitspraken kan echter niet geheel zeker
worden dat de algemene uitspraak juist is inductieprobleem
Falsificatie: maar enkel bewijs nodig dat uitspraak niet geldt zekerheid over
onwaarheid theorie. We weten echter niet waar de onjuistheid zich bevindt
onderbepaaldheid / onderdeterminatie. Door onderdeterminatie zouden
wetenschappers vast kunnen blijven houden aan de harde kern van een theorie.
Wanneer de theorie meerdere keren gefalsifieerd wordt, moet je harde kern ook
verwerpen. Uitspraken zijn nooit definitieve waarheid, maar voorlopige kennis.
Ze zijn geldig totdat vervolgonderzoek anders concludeert
Door eis van toetsbaarheid moeten speculatieve & normatieve uitspraken en definities
buiten beschouwing gelaten worden, omdat ze niet toetsbaar zijn. Uitspraken met
onscherpe tijds- / plaatsbepaling zijn niet te falsifiëren, maar ook moeilijk te verifiëren
omdat je niet weet waar en wanneer je moet zoeken naar bevestiging. Consequenties zijn
dus: hypothesen moeten ondubbelzinnig geformuleerd worden (dus duidelijke tijds- /
plaatsbepaling), geen abstracte begrippen en vage / controversiële termen moeten
vermeden worden